+ Meer informatie

COLUMN: BIJBELVERKLARING

3 minuten leestijd

Op bezoek bij een ouder echtpaar zie ik opvallend in de kamer op een lezenaar een prachtige foliant in leer gebonden liggen. Hij is dichtgeslagen. Vriendelijk vraag ik of ik erin mag kijken. Natuurlijk is dat goed. Het blijkt een puntgave Van Ravenstejn Statenbijbel te zijn. Uit 1657. Wat een juweel. Echter, ik had een reden om erin te kijken. Bij de voorbereiding van een meditatie over Psalm 39 was mij in mijn eigen uitgave van de Statenvertaling opgevallen dat de heilige Godsnaam in alle verzen met HEERE was weergegeven. Het Hebreeuws gaf echter aan dat in Ps. 39:5 JHWH, de naam van de Verbondsgod staat, die vertaald wordt met HEERE. Maar in vers 8 Staat de Godsnaam: Adonaj, die vertaald wordt met Heere. Mijn uitgave van de Statenvertaling schrijft consequent overal HEERE, zodat het onderscheid dat in het Hebreeuws bestaat in mijn Nederlandse uitgave (overigens van een gerenommeerde uitgever) niet uitkomt. U begrijpt nu mijn motief om op het bezoek te vragen naar het inzien in de Van Ravenstein uitgave van de Statenvertaling. Zou in de uitgave van 1657 ook consequent overal HEERE met allemaal hoofdletters zijn geschreven?

Het bleek dat in een van de beste oorspronkelijke uitgaven van de Statenvertaling wel degelijk het onderscheid in de Godsnaam wordt weergegeven. De Godsnaam Adonaj wordt weergegeven met Heere en JHWH wordt weergegeven met HEERE. Dit lijkt een druktechnische kleinigheid, maar is het naar mijn besef niet. In het weergeven van de heilige naam van God, ook in een vertaling, is het goed als de brontaal doorklinkt in de schrijfwijze. En vervolgens betekent het dat ik kritisch word ten aanzien van wat zich aandient als uitgave van de Statenvertaling. Als er al niet al te precies wordt omgegaan met het onderscheiden weergeven van de Godsnaam, wat moet ik dan wel van de rest van een uitgave denken? Hoe lang kun je een aan taal en stijl en spelling van de huidige tijd aangepaste uitgave van de Statenvertaling nog een Statenvertaling noemen?

Nu terug naar het bezoek dat ik bracht bij het oudere echtpaar. Na het inzien en doorbladeren van de prachtige foliant werd hij onmiddellijk dichtgedaan met de koperen sloten. Voorzichtig probeerde ik te zeggen dat het mooi zou zijn om het boek open te leggen. En omdat het op zo’n makkelijke plaats in de kamer stond er elke dag een paar woorden uit te lezen. Nee hoor, geen sprake van. Ze genoten het meest van de leren band en de omslag en het boek moest dichtblijven, want de kleinkinderen zouden maar ezelsoren aan de bladzijden maken. Ik kan daar begrip voor opbrengen, maar eigenlijk toch niet. Het zal best een opgave zijn om elke dag uit een Van Ravensteijnbijbel te lezen, maar als hij zo voor de hand ligt … en wat een kansen om met de kleinkinderen over de inhoud van zo’n familiestuk te spreken. Het is toch het testament van de genade van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest waarin alle goed ons toegezegd wordt.

Nu maar hopen en bidden en werken dat als het oude dichtblijft, het levende en krachtige Woord van God in een nieuwe, heldere, eerbiedige en getrouwe vertaling tot stand komt. En wij en onze kinderen en kleinkinderen dagelijks bij dat Woord leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.