+ Meer informatie

KERK EN OVERHEID (I)

8 minuten leestijd

POLITIEK EN GELOOF

Wie het nieuws een beetje volgt, kan het niet ontgaan zijn. De verhouding tussen geloof en politiek, kerk en overheid/samenleving is ontzettend actueel. Het zijn niet de kerken, die dit onderwerp op de maatschappelijke agenda hebben gezet. Het debat speelt zich veelal over de hoofden en ruggen van de kerken af tussen politici en opiniemakers. Het gaat ook niet zozeer over de kerken — de invloed van de kerken en van het christelijk geloof wordt gemarginaliseerd maar over de islam. Zijn de ideeën van de islam verenigbaar met de ‘beginselen’ (dat woord wordt onder ons ook wel eens gebruikt) van de rechtsstaat, of vormen ze juist een bedreiging voor de rechtsstaat? En als dat laatste het geval is, moet de ruimte om die bedreigende ideeën uit te dragen en na te leven dan niet beperkt worden? En als dat moet, kunnen we er dan omheen om onze eigen, overigens ongevaarlijke en wat folkloristische ‘mannenbroeders’ wel te ontzien en de islam niet? Met het bovenstaande heb ik, weliswaar in wat grote trekken, de teneur weergegeven van het debat dat woedt. Het lijkt erop dat ook het orthodox christelijke geloof op deze wijze steeds meer ruimte moet prijsgeven en, als het de kaalslag van de secularisatie al overleeft (de rapporten van het Sociaal Cultureel Planbureau voorspellen wat dat betreft weinig goeds), steeds meer wordt teruggedrongen tot het privé-domein.

GELOOF EN POLITIEK

Dat is de ene kant. Een oplopende druk van de zijde van overheid en samenleving op de kerken en de gelovigen om een stapje terug te doen, om het geloof te beperken tot de privé-situatie. Je kunt je afvragen hoe het aan de andere kant zit. Hoe reageren de kerken daarop? Wat zien ze zelf als hun taak in de samenleving? Met die andere kant hebben deputaten contact met de overheid zich de afgelopen periode beziggehouden. We hebben geprobeerd te inventariseren welke contacten de plaatselijke kerken hebben met de plaatselijke overheid en wat de motieven voor het al dan niet aanwezig zijn van die contacten zijn. Op die manier hebben we ook geprobeerd ons een beeld te vormen van de positie van de plaatselijke kerken in de lokale samenleving en van hun verhouding tot de overheid daar. We zijn ons er daarbij van bewust dat samenleving en overheid niet samenvallen. Er zijn echter wel raakvlakken en overlappingen. In dit artikel wil ik de uitkomsten van dit onderzoek weergeven. In een volgend artikel kan dan worden ingegaan op de vraag wat ons deze gegevens te zeggen hebben.

DE ENQUÊTE

In de loop van 2005 hebben we onze enquête uitgezet onder alle kerkenraden. De respons was verheugend hoog: ruim 100 kerkenraden uit de volle breedte van de kerken reageerden. Daardoor geeft de enquête volgens ons een representatief beeld van de situatie in de kerken. Op de vraag of sprake was van (structureel) contact met de plaatselijke overheid antwoordde ruim 30% van de kerkenraden dat van structureel contact sprake was. Ruim de helft maakte melding van incidentele contacten en iets minder dan 20% gaf aan geen (of nauwelijks) contact met de plaatselijke overheid te hebben. Als er wel structureel contact was, was dat doorgaans het geval in gemeentes van overwegend christelijke signatuur. Het initiatief ging meestal van de burgemeester uit (via het zogenaamde convent van pastores). Onderwerpen die aan de orde kwamen, waren jeugd- en jongerenbeleid, algemene sociale onderwerpen (waaronder ook armoedebestrijding), de zondagsrust, het gemeentelijk rampenplan, de WMO en vluchtelingen. De gemeentes die incidentele contacten hadden, hadden vrijwel zonder uitzondering contact over ‘zakelijke’ onderwerpen, zoals vergunningverlening en gemeentelijke heffingen. Het onderwerp zondagsheiliging werd ook wel genoemd, maar dan betrof het met name een incidentele situatie, waarin de kerk zelf overlast ondervond van activiteiten op zondag, zoals een kermis of wielerkoers in de directe omgeving van het kerkgebouw. Je zou kunnen zeggen dat de kerkelijke gemeente in de incidentele contacten met de plaatselijke overheid optrad als ‘gewone burger’. Iedereen heeft wel eens wat met de gemeente te maken, en dat geldt ook voor een kerk, die immers ook rechtspersoon is en als zodanig in het maatschappelijk verkeer opereert. Opvallend is dat de meeste kerkenraden die aangeven geen of slechts incidentele contacten te hebben met de plaatselijke overheid ook, desgevraagd, verklaren eigenlijk geen behoefte te hebben aan structureel contact. De noodzaak daarvan wordt niet op grote schaal ingezien. Daarmee samenhangend: de behoefte aan advies van deputaten over het op gang brengen van en inhoud geven aan structureel contact is gering (dat doet trouwens het ergste vrezen voor de leesdichtheid van dit artikel!).

ENKELE VOORLOPIGE CONCLUSIES

Wanneer je enkele (voorlopige) conclusies zou kunnen verbinden aan het onderzoek zijn dat de volgende:

1. Of plaatselijke kerken nu structureel, incidenteel of geen contact met de plaatselijke overheid hebben, de grondhouding van de meeste gemeentes is (ongeveer) dezelfde: een wat passieve, afwachtende en consumptieve, zakelijke houding. Passief en afwachtend, omdat het initiatief van contacten doorgaans van de plaatselijke overheid uitgaat. Wanneer die geen initiatief neemt, doet de kerk dat ook niet, omdat ze het nut ervan niet inziet, en/of er in elk geval geen prioriteit aan geeft. Consumptief en zakelijk, omdat de vraag naar het nut van het contact vaak wordt beantwoord aan de hand van de eigen behoefte (‘wat hebben wij er aan?’). Wanneer de kerk de overheid nodig heeft, of de overheid op haar weg vindt, wordt het nut van goede contacten wel ingezien en is er ook wel behoefte aan dat contact. Er lijken echter weinig kerkenraden te zijn die graag contact hebben met de plaatselijke overheid, omdat die (en de plaatselijke samenleving) er baat bij heeft en behoefte aan heeft (wellicht zelfs zonder dat te beseffen) dat zulk contact er is.

2. Als er structureel contact is, is dat doorgaans contact met alle plaatselijke kerken gezamenlijk, via informele structuren die door de overheid in het leven zijn geroepen. De plaatselijke predikanten zijn dan het aanspreekpunt.

ZICHTBAAR EN RELEVANT?

Een aantal jaren heeft het CIO, het samenwerkingsverband van de christelijke en joodse kerkgenootschappen voor overleg met de overheid, een notitie onderschreven die nog is opgesteld door de voormalige minister van justitie, mr. Donner. De notitie zag op de plaats van de kerken in de samenleving en op de positie van de kerken ten opzichte van de overheid. De titel van de notitie was ‘Zichtbaar en relevant’. De kern van het betoog die in de notitie was neergelegd, was dat het bestaan van de kerkgenootschappen in de samenleving van belang was voor de samenleving, in tal van opzichten. Kerkgenootschappen zijn relevant. Ze dienen echter ook zichtbaar te zijn door zich te mengen in het maatschappelijk debat vanuit het besef dat de kerken in dat debat, en in het maatschappelijke leven, een meerwaarde hebben. Het betoog in de notitie was met name gebaseerd op meer algemene, sociologische argumenten. Als het goed is, leeft bij ons toch het besef dat de kerk relevant is voor de maatschappij en echt wat te zeggen heeft, juist omdat zij de boodschap van het Evangelie, het Woord van God, mag uitdragen. Naar haar eigen leden toe — natuurlijk — maar ook naar de omgeving. Als het goed is, is er ook het besef dat die boodschap niet alleen heilzaam is voor individuen, maar ook voor de maatschappelijke verbanden, in het groot en in het klein. In dat kader zijn goede contacten tussen de kerken en de plaatselijke overheden van groot belang. Het publieke debat vindt, voor zover dat via de politiek verloopt, lang niet alleen op landelijk niveau plaats, maar ook op plaatselijk niveau. Ik denk aan de recente discussies over normen en waarden, die in een aantal gevallen ook plaatselijk gevoerd zijn en aan de regeling van de winkelopening en -sluiting op zondag, die binnen zekere grenzen aan de plaatselijke overheid is overgelaten. Op dit moment is de WMO een uiterst actueel onderwerp. Op grond van die wet hebben ook kerken de mogelijkheid mee te doen aan de uitvoering van die — voor de praktijk van de zorgverlening uiterst belangrijke — wet. Wil de kerk bij deze onderwerpen betrokken zijn, is het van belang dat ze goede contacten heeft met de overheid. Het zou dan ook goed zijn, wanneer kerkenraden zich toch eens bezinnen op hun verhouding tot de plaatselijke overheid en proberen te investeren in een goede relatie met die overheid. Niet (vooral) vanuit het motief dat de kerk daar wellicht wat aan heeft, maar (veeleer) vanuit het besef dat de kerk een woord, Het Woord, voor de wereld en de overheid heeft.

SUGGESTIES

In de enquête worden enkele praktische suggesties gedaan voor het leggen en onderhouden van contacten met de plaatselijke overheid. Ik noem er, tot besluit van dit artikel, enkele:

- bezoek als (delegatie) van de kerkenraad de jaarlijkse nieuwjaarsreceptie van de gemeente. Dat wordt zeker op prijs gesteld;

- onderhoud periodiek contact met gemeenteleden die actief zijn in de plaatselijke politiek. Toon uw belangstelling en vraag hun u op de hoogte te houden van ontwikkelingen;

- probeer met andere kerken te komen tot een periodiek overleg met de plaatselijke overheid.

Laten we bij alle suggesties het belangrijkste niet vergeten: Het geregelde gebed voor de overheid, ook de plaatselijke overheid, in de eredienst. Dat gebed dient de dragende activiteit voor alle andere activiteiten op dit gebied te zijn.

Mr. H. de Hek, rechter van beroep, is ouderling in de gemeente van Genemuiden; in het kerkelijk leven is hij verder secretaris van het deputaatschap contact met de overheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.