+ Meer informatie

Drie samenspelende musici

8 minuten leestijd

Hoe verschillend ze ook zijn, drie dingen hebben ze gemeen: ze houden van muziek, bespelen een instrument èn werken mee aan de Terdege-jubileumconcerten. Omdat u de musici waarschijnlijk alleen op afstand kunt zien en horen, laten wij u hier alvast met enkelen van hen kennismaken. Wie zijn ze en hoe vinden ze het om zo'n avond op te luisteren met hun muzikale talenten? „Fantastisch leuk en gezellig", zegt harpiste Anke Anderson. „Een hele eer", zegt organist Arie Kortleven. „Heel fijn", zegt hoboist Han Kapaan.

Op mijn zesde jaar ben ik klarinet gaan spelen", vertelt Kapaan. „Dat heb ik tot mijn zestiende gedaan. Daarna ben ik hobo gaan spelen." Al 35 jaar lang bespeelt de Voorschotense hoboïst zijn favoriete instrument. „Dat ik er pas op mijn zestiende mee begon, komt omdat je niet op te jonge leeftijd hobo mag spelen", legt hij uit. „Er komt heel veel spanning op de hersenen te staan. Bij een trompet bijvoorbeeld blaas je alle lucht het instrument in. Maar bij een hobo moet je de lucht tussen twee rietbladen door persen. Heb je een verkeerde ademhahng, dan blaas je jezelf op." Kapaan studeerde eerst zeven jaar in Den Haag, daarna anderhalfjaar aan het Amsterdams conservatorium, waar hij afstudeerde. Hij geeft concerten, studeert zo'n drie uur per dag en doet veel studiowerk. „Voor het maken van reclamespotjes en zo." De tijd die de hobospeler over heeft, besteedt hij onder andere aan zijn hobby: zeilen. „We hebben zelf een zeilboot en daar gaan we dan mee weg." Wat er nu zo specifiek is aan een hobo? Kapaan: „Dat het een dubbel-rietinstrument is. Een klarinet heeft maar één riet, een hobo heeft er twee. Als je daardoorheen blaast, gaan de rietbladen tegen elkaar trillen. Dat jeukt eerst vreselijk op je lippen, maar je went eraan."

Bach
Naar welke muziek luistert Han Kapaan graag? „Ik ben weg van Bach. Die cantates he... Het ontspant me, ik word er rustig van. Het is gewoon heerlijk om naar te luisteren." Meewerken aan een Terdegejubileumconcert vindt Kapaan „heel fijn". Speelt hij dan voor een ander publiek dan hij gewend is? „Nee hoor, helemaal niet. Ik speel alles: klassiek, populair, geestelijke liederen." Iemand die zoveel concerten geeft, maakt vast wel eens iets leuks mee. Twee dingen schieten Kapaan te binnen. „Ik werkte met een orkestje mee aan een concert voor verstandelijk gehandicapten. We speelden een hobo-concert. Er was toen een verstandelijk gehandicapte jongen die steeds een maat vooruit zong! Ik vond dat heel frappant en onvoorstelbaar, dat zoiets kan..." Het andere voorval speelde zich afin Engeland. „We waren elkaar daar een beetje aan het jennen, eikaars spullen verstoppen en zo. Ik was m'n schoenen kwijt... Toen ik op moest, ben ik op mijn sokken gegaan. Er zat niets anders op."

Prachtig mooi
Arie Kortleven zit al vanaf zijn derde jaar achter de klavieren. „Wij hadden thuis in de kelder een harmonium staan. Daar kroop ik regelmatig achter. Het orgel heeft me altijd erg aangetrokken." Op achtjarige leeftijd kreeg Arie zijn eerste orgelles. Jaren van studeren, zowel thuis als op het conservatorium, volgden. Nu, twintig jaar na zijn eerste les, verdient hij zijn brood in de muziek. Hij is muziekleraar op de Jac. Fruytier Scholengemeenschap, geeft les aan privé-leerlingen, heeft vijf koren en begeleidt af en toe een koor in de omgeving. De Apeldoornse organist vindt het orgel „een prachtig mooi middel om je gevoelens te kunnen uiten. Dat kan door middel van psalmen, geestelijke liederen, maar ook klassieke stukken, bijvoorbeeld iets van Bach. Zo'n instrument boeit mij gewoon ontzaglijk. Het is heerlijk om te spelen. Welke kerkorgels in Nederland ik het mooist vind om te bespelen? Kampen is grandioos, Hasselt en Dordrecht zijn ook heel mooi." Arie besteedt ongeveer anderhalf tot twee uur per dag aan studeren. Gemiddeld werkt hij drie tot vier keer per maand mee aan een concert, „al ligt dat aantal rond de Kerst natuurlijk wel hoger. Maar in oktober ben ik alweer drie van de vier zaterdagen bezet." Vindt hij dat nooit vervelend, dat hij moet werken als anderen vrij zijn of van zijn orgelspel genieten? „Nee, ik heb dat nooit als een last ervaren. Het is altijd weer nieuw en ik doe het met veel plezier." Ervaart uw vrouw dat ook zo ? „Ha, ha, ja hoor. Zij gaat zo veel mogelijk met mij mee. Ik heb vijf koren en ben daardoor vier avonden per week weg. In één koor zingt ze zelf voor de andere avonden probeer ik onderdak te vinden of regel ik dat er hier iets voor haar is."

Rillingen
Kortleven ervaart het als „een hele eer" om mee te werken aan de jubileumconcerten van Terdege. „Ik vind het leuk om te doen. Als zo'n kerk vol met mensen zit en je mag dan de samenzang begeleiden... dat klinkt grandioos. Dan lopen de rillingen over je rug. Als je het gevoel hebt dat de mensen met overgave zingen, ja, dat is echt schitterend." Het samenspelen met andere musici vindt de organist leuk. „Je moet natuurlijk wel voortdurend je aandacht erbij houden. Maar het is een uitdaging om alles gelijk te krijgen, om er één muzikaal geheel van te maken. Met behulp van een koptelefoon of een monitor heb je contact met de andere musici, want ja, je zit natuurlijk nogal ver weg achter het orgel." Last van zenuwen, voor een concert? „Alleen bij het begin kun je wel eens spanning hebben. Dat kan dan komen doordat het een vreemde kerk of vreemd koor is. Maar als je bezig bent, verdwijnt dat snel. Je voelt al gauw of het goed gaat of niet. En dan heb je geen tijd meer om ze- oo nuwachtig te zijn." Kortleven maakt regelmatig iets mee tijdens een concert. Eén voorval wil hij, met toestemming van zijn vrouw, wel vertellen. „Ik zou op een avond een koor begeleiden en mijn vrouw zou registreren. We hadden van tevoren alles klaargezet. Een bepaald stuk moest heel zacht gespeeld worden. Trekt mijn vrouw een verkeerd register open... een bazuin, nou dat knalt eruit natuurlijk." Aan hobby's besteedt de organist niet veel tijd. „Alleen rond de jaarwisseling, als de kerstdrukte achter de rug is, dan speel ik met mijn trein. Maar ik houd er geen postzegelverzameling op na of zoiets."

Fanatiek
Ook harpiste Anke Anderson kreeg twintig jaar geleden de eerste les op 'haar' instrument. „Voor die tijd had ik wel eens pianoles gehad, maar dat was geen succes. En ja, waarom kies je voor een bepaald instrument? Op een gegeven moment hoorde ik iemand harp spelen en ik dacht: „Dat is het. Dat wil ik ook. Ik was gelijk heel fanatiek." Het mooie van een harp is volgens haar „dat je de toon zelf vormt. Bij een piano zit er iets tussen, een hamertje. Bij een harp niet. Er zijn heel veel verschillende tokkelmethodes; dat vind ik echt ontzettend leuk." Een harp is nogal een prijzig instrument. Anke: „De pedaalharp, die ze in orkesten gebruiken, heb je vanaf 20.000 gulden tot ongeveer een ton. Ik speel zelf op een concertharp. Een harp is een groot instrument om te vervoeren, maar ik heb gelukkig een stationauto waar hij precies inpast. Je moet hem natuurlijk altijd goed inpakken en voorzichtig behandelen, want het is een kwetsbaar instrument. Ook voor temperatuurverschillen moet je oppassen. Maar het meenemen gaat prima hoor, al slijt hij er wel eerder van. Ik sjouw hem overal mee naartoe. Dat moet ook wel, want ik moet m'n brood ermee verdienen." Volgens de in Den Haag woonachtige harpiste gaat een harp heel lang mee. „Het kan zijn dat je na 25 of 30 jaar de hals moet vervangen. Dat is de bovenkant van het instrument, waar het mechanisme in zit. Dat is een ingrijpende operatie." Anke studeert ongeveer vier uur per dag. „Maar dat varieert enorm." Behalve dat ze lesgeeft en meewerkt aan concerten en cd-opnames, is ze ook nog echtgenote en moeder van twee kinderen: een meisje van vier en een jongetje van twee. De tijd die de Haagse over heeft, zit ze met een boek op schoot. „Ik ben dol op lezen."

Blij
Het meewerken aan een jubileumconcert doet Anke graag. „Het is altijd leuk om te spelen op zo'n feestelijke avond", zegt ze. „Het is gezellig, de mensen zijn blij; een bijzondere happening vind ik dat." Is het moeilijk om met andere musici samen te spelen f „Dat varieert, het hangt ook van de muziek af Een ingewikkeld stuk kun je niet zomaar gaan spelen. Je zult het eerst samen door moeten nemen om bijvoorbeeld het tempo af te spreken. Maar meestal geeft het geen problemen. Je speelt met allemaal goede musici, dus er kan weinig misgaan. Het is een van de charmes van muziek maken he, dat samenspelen. Al vind ik solospelen ook heel leuk." Van zenuwen heeft de harpiste nauwelijks last. „De ene keer ben je soms wat meer gespannen dan de andere keer. Dat ligt dan bijvoorbeeld aan het feit dat het een moeilijk stuk is en je bijna geen tijd gehad hebt om te repeteren of dat je harp niet wil stemmen." Gemiddeld een keer per twee weken treedt Anke op tijdens een concert. „In december wel vaker; dan is het soms iedere dag raak." Meewerken aan een cd-opname betekent voor haar „de hele dag geconcentreerd bezig zijn in een kerk. Dat is spannend en leuk. We hebben dan ook altijd ontzettend veel plezier, heel gezellig."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.