+ Meer informatie

DE ZUSTERKRING IN BEWEGING?!

8 minuten leestijd

Op het moment dat aan mij werd gevraagd om een artikel over de zusterkring te schrijven was ik verrast en verbaasd. Eerst zal ik uitleggen waarom ik verrast en verbaasd ben, vervolgens zal ik ingaan op het onderwerp en op de volgende punten: het verleden, heden en toekomst van de zusterkring.

Verrast, omdat de redactie van ambtelijk contact een “diaconaal” onderwerp onder de aandacht van haar lezers wil brengen. Er wordt wel eens gezegd: binnen het diaconaat klopt het hart van de gemeente, wordt de liefde van Christus zichtbaar in het omzien naar elkaar.

Verbaasd, omdat er feitelijk mee wordt gezegd dat er niet voldoende aandacht is voor het werk van de zusterkring. Vanuit het deputaatschap algemeen dia-conale en maatschappelijke aangelegenheden (ADMA) zijn wij daar al vele jaren mee bezig. Kennelijk toch alleen de diakenen. Ik zal proberen door dit artikel de schijnwerper gericht te krijgen op het vele diaconale werk dat zusters en breeders buiten het diakenambt om, binnen de gemeente doen.

DE ZUSTERKRING IN HET VERLEDEN

In de Acta van de synode van 1995/1996 Staat het volgende over de zusterkring: “Aan de hand van een passage uit het boek Zichtbare liefde van Christus over de zusterkring heeft er een breedvoerige gedachtenwisseling plaats gevonden.. In sommige gemeenten zijn er zusterkringen, in andere gemeenten hebben de vrouwenverenigingen bepaalde taken van contactdame geïntegreerd. Veelal zien we dat de zusterkring de volgende taken heeft: bezoeken afleggen, zorg verlenen, stimuleren dat zorg wordt verleend, initiëren van bepaalde taken, diakenen en ouderlingen wijzen op bepaalde behoeften.”

In de jaren negentig van de vorige eeuw is er veel gedaan om het werk van de zusterkring bekendheid te geven binnen de plaatselijke gemeenten. In die jaren is er door zr. B.J. Velema-Benschop veel voorlichtend werk gedaan via classicale diaconale commissies. (CDC’s) over de zusterkring. Wat doe je als zusterkring, hoe organiseer je het en waar liggen de taken en bevoegdheden? In Adma-Info, mei 1994 is er een artikel van haar hand opgenomen over diakenen en de zusterkring.

In het boek Zichtbare liefde van Christus is een reglement opgenomen voor de zusterkring. Helaas is het boek uitverkocht. Waarschijnlijk is er binnen de kerkenraad of diaconie een exemplaar beschikbaar. Anders is er via het dienstencentrum in Veenendaal een kopie van het reglement te verkrijgen. (hketelaar@cgk.nl) Zr. C. Romkes heeft eveneens in Adma-Info in die jaren een artikel aan dit onderwerp gewijd.

DE ZUSTERKRING IN HET HEDEN

In de praktijk blijkt dat er veel diaconaal werk door zusters binnen de gemeente wordt gedaan. Het is alleen niet onder de noemer zusterkring te vangen. Als deputaten wilden wij meer inzicht krijgen en hebben wij via de CDC’s een enquête gehouden waar acht van de twaalf CDC’s op hebben gereageerd. Dat onderzoek bevestigde wat wij al dachten. Het is voor dit artikel niet zinvol het brede scala van naamgevingen op te nemen. ledere gemeente geeft daar op de eigen manier invulling aan. Het lijkt mij goed dat het ook zo blijft; dat bevestigt de autonomie van de plaatselijke gemeente en wat het beste bij die gemeente past en in die gemeente is gegroeid.

Er zijn, gelukkig, nog steeds vrouwen(verenigingen) die in stilte hun werk doen in de gemeente. Ze doen dit door het geven van praktische hulp in situaties waar dat nodig is. Het blijkt dat vrouwen een andere manier van luisteren hebben, waardoor zij de problemen eerder op het spoor komen dan ambtsdragers. Er zijn ook gemeenten waar een zusterkring fungeert zoals bedoeld in het reglement. Ze worden geholpen door diverse gemeenteleden die gespecialiseerd zijn in het geven van bepaalde hulp.

Er zijn ook gemeenten waar wijkdames zijn gekoppeld aan een wijkteam van ouderling, diaken en wijkdame die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de wijk. In deze situatie is er geregeld overleg over de wijk. Wie bezoekt wanneer broeder A en zuster B, zodat in dezelfde week niet drie mensen van de gemeente bij de betreffende broeder of zuster komen? Wat ons ook duidelijk werd, is dat steeds meer broeders buiten het diakenambt om diaconaal werk binnen de gemeente doen. Dat is een goede ontwikkeling. Je ziet het bijvoor-beeld bij het geven van terminale zorg. Wat dan voor vrouwen lichamelijk te zwaar is, wordt door mannen verricht. Het blijkt dat mannen tot veel meer verzorgende taken in Staat zijn dan in de afgelopen decennia gedacht werd. Het feit dat er steeds meer mannen bij het diaconale werk binnen de gemeente worden betrokken buiten het ambt van diaken om, heeft deputaten ADMA tot de volgende formulering gebracht in plaats van de door ons tot nu toe gebruikte term van ‘zusterkring’.

“zusters en breeders die op enige wijze, maar niet vanuit het bijzondere ambt van diaken, de liefde van Christus gestalte geven, door het inzamelen en uit-delen van gaven binnen de diaconale gemeente”.

Deze formulering roept wellicht vragen op, vooral waar het gaat over het inzamelen van gaven. De vraag wordt dan ook wel gesteld: is het de bedoeling dat zusters gaven in gaan zamelen? Ja, is dan ons antwoord. Het gaat hier niet specifiek om geld, maar om gaven die mensen van de Here God hebben gekregen, deze op het spoor komen en vervolgens weer uitdelen aan anderen die daarmee geholpen kunnen worden.

Het werk dat door zusters wordt gedaan, is niet alleen een onderwerp binnen de plaatselijke gemeenten, het is specifiek op de synodetafel van 1998 en 2001 terechtgekomen. In 2001 is het rapport van de studiecommissie Dienst van de vrouw op de synode besproken en aangenomen. Daar is gesteld “dat de vrouw in het licht van de Schrift met de gaven die de Heilige Geest haar verleent evenzeer als de man een eigen plaats in de gemeente heeft; dat de dienst van vrouwen in de gemeente van groot belang is voor het goed functioneren van de gemeente in pastoraal, diaconaal en missionair opzicht; dat vrouwen op vele plaatsen op een verrassend veelkleurige wijze — publiekelijk of meer in stilte -in de gemeente dienen”.

Het is verheugend dat het rapport mogelijkheden aan vrouwen biedt om ook erkenning te krijgen voor het werk dat door hen in de gemeente wordt gedaan. Niet iedere vrouw zit er op te wachten om meer in de schijnwerpers te komen. Dat is ook niet direct nodig, als er maar aandacht blijft voor de gaven die vrouwen hebben en die zij kunnen en willen inzetten binnen de gemeente van Christus.

ZUSTERKRING EN DE TOEKOMST

Uit het bovenstaande blijkt dat de kerk en het werk gedaan door zusters in de gemeente een ontwikkeling hebben doorgemaakt. Wat heel klein begonnen is en vaak in het verborgene via vrouwen(verenigingen) werd gedaan, heeft een volwaardige plaats gekregen binnen de gemeenten. Dit heeft gewerkt als een inktvlek die steeds groter wordt. Het beperkt zich niet meer alleen tot het werk van zusters in de gemeente, maar het heeft ook broeders aangestoken hun diaconale roeping binnen de gemeente te verstaan.

In de jaren dat ik bij het diaconaat classicaal en landelijk betrokken ben, is mij opgevallen dat de grotere gemeenten meer structuur hebben aangebracht in het werk dat diaconaal wordt gedaan. Een veel gehoorde uitspraak in een kleine gemeente is: “Wij kennen elkaar zo goed, dat het organiseren van het een of ander bij ziekte of een andere calamiteit geen probleem is. Er zijn nog veel meer situaties te bedenken die goed lopen. Daar hoeft geen speciale commissie voor in het leven te worden geroepen”. Heeft dit soort uitspraken te maken met de vrees voor over-organiseren, nog een commissie of groep erbij die tijd vraagt? Men dient te beseffen dat er dan ook weinig op papier Staat, waardoor overdracht van kennis en gewoontes bemoeilijkt wordt. God is een God van orde en daarom is er niets op tegen ook praktische zaken goed te regelen. Uiteindelijk is het de taak en verantwoordelijkheid van de diakenen om het diaconale werk binnen de gemeente te stimuleren en te coördineren.

Zoals in het rapport Dienst van de vrouw wordt aangegeven, wil ik er ook voor pleiten officiële afspraken te maken, vastgelegd in een reglement. Er dient geregeld overleg met de diakenen te zijn. Het is goed op deze manier aandacht te geven aan dat wat de zusters verrichten. Niet in de zin van: dat is gemakkelijk voor ons als diakenen, dat kunnen wij mooi uitbesteden aan de zusters. Het moet een gezamenlijke verantwoordelijkheid van diakenen en zusters/broeders zijn. Ik denk dat er voldoende mogelijkheden voor zusters en broeders in de gemeente van Christus zijn om het diaconaat gestalte te geven, of dat onder de naam van “zusterkring” moet gebeuren, zal de plaatselijke gemeente zelf moeten beslissen.

Mevr. Drayer (Grijpsfeerfee) is lid van de gemeente van Middelburg; zij heeft zitting in het deputaatschap ADMA.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.