+ Meer informatie

ECHTSCHEIDING EN PASTORAAT

8 minuten leestijd

VANDAAG BIJ PAPA, MORGEN BIJ MAMA

Enkele jaren geleden was ik op eerste kerstdag te gast in een naburige gemeente. Toen de predikant voorging in gebed, werd ik getroffen door de manier waarop hij de verscheurdheid van vele kinderen, juist in de decemberfeestmaand, een plaats gaf in zijn gebed. De dominee bad voor de kinderen die ‘vandaag bij papa, en morgen bij mama zijn’. Meer niet. Ik was ontroerd. Door deze zin biddend uit te spreken gaf deze dominee er blijk van dat hij wist hoezeer kinderen zich verdeeld voelen als zij hun tijd met hun vader en hun moeder gescheiden door moeten brengen. Als ouders scheiden, scheiden kinderen mee. Een kind verwoordde het eens zo: ‘Ik voel mij nooit meer heel’.

In dit artikel wil ik graag ingaan op de consequenties die een echtscheiding voor kinderen met zich mee (kunnen) brengen, en hoe daarmee binnen het pastoraat omgegaan kan worden.

EX-OUDERS BESTAAN NIET

Na een echtscheiding is het leven van kinderen voorgoed veranderd. Er is een ‘voor’ en een ‘na’ ontstaan. Ook het leven van de ouders is fundamenteel veranderd. Van echtpaar naar ex-partners. Echter, kinderen worden geen ex-kinderen, en ouders geen ex-ouders. Kinderen zijn en blijven hun hele leven lang met alle vezels van hun lijf verbonden met hun eigen vader en moeder. Binnen de jeugdzorg waarin ik werkzaam ben, gaat het vaak over deze verbondenheid, oftewel: loyaliteit. Vanuit deze loyaliteit hebben kinderen per definitie de behoefte om hun liefde te bewijzen aan beide ouders (we hebben het dan nog niet eens over liefde ontvangen, maar over liefde geven!). Wanneer kinderen hier geen ruimte meer voor krijgen, ontstaan er emotionele problemen bij kinderen. Zij kunnen angstig, depressief, opstandig of juist apathisch worden. Echtscheiding brengt altijd loyaliteitsproblemen met zich mee. Het gevoel of de angst te moeten kiezen tussen beide ouders. Tegen de ene ouder niet positief durven zijn over de andere ouder. Angst om de ene ouder ‘voor te trekken’ voor de andere ouder. De meest erge vorm van een loyaliteitsconflict is de zogenaamde ‘gespleten loyaliteit’. Liefde voor de ene ouder wordt afgestraft door de andere ouder. Ik heb hierbij zeer ingrijpende situaties meegemaakt. Ik denk dan bijvoorbeeld aan die moeder die haar kinderen op de deurmat hun kleren liet uittrekken en direct onder de douche zette, als zij bij hun vader vandaan kwamen. Of die vader die aan het begin van de straat wachtte op zijn kinderen, omdat hij ‘dat kreng’ nooit meer wilde zien. Kinderen worden op deze manier te veel deelgenoot van de volwassen problemen. Een kind die het contact met de andere ouder wordt ontzegd of erg moeilijk gemaakt, moet zijn/ haar liefde onderhuids een weg laten vinden. Dit geeft een gespleten ‘zijn’.

Bij echtscheiding ligt er een moeilijke taak voor beide ouders om de echtelijke ruzies en frustraties niet over te brengen op de kinderen. Ex-partners zullen, soms tegen wil en dank, in elkaar moeten blijven investeren. Niet als partners, maar wel als ouders, in het belang van hun eigen kinderen. Ik zeg vaak tegen deze ouders: ‘Investeren in je ex-partner is investeren in je kinderen. Misschien verdient je ex-partner het niet. maar je kinderen verdienen het wel.’ Dat investeren kan een heel ‘simpel’ gebaar zijn, zoals: het elkaar als ex-partner een hand geven bij de verjaardag van je kind. Of: samen aanwezig willen zijn tijdens een diplomering.

ROUW IS RAUW

Echtscheiding betekent voor kinderen een omvangrijke verlieservaring. Veel vanzelfsprekendheden vallen weg. In tegenstelling tot verlies door overlijden voelt echtscheiding voor kinderen vaak niet als definitief. Er blijven fantasieën bestaan over hereni-ging. Jonge kinderen gaan soms heel erg hun best doen, vanuit de gedachte dat dat helpt om hun ouders weer bij elkaar te krijgen. Soms zie je ook het tegenovergestelde. Dan gaan kinderen juist zeer moeilijk gedrag vertonen. Want ook dat kan ouders dichter bij elkaar brengen. Ze delen dan immers een gezamenlijke zorg. Ik heb wel kinderen gesproken van wie de ouders al vijf jaar uit elkaar waren. Ogenschijnlijk hadden zij zich volledig verzoend met de situatie van de gescheiden ouders. Ze leidden een normaal, blij leven. Toch was hun antwoord op mijn vraag naar hun grootste wens, zonder enige aarzeling: ‘Dat mijn vader en moeder weer bij elkaar gaan wonen’.

Kinderen die een ouder verliezen door echtscheiding hebben de neiging om hun verdriet te verbergen. Kinderen willen hun ouders niet nog meer belasten met hun eigen gevoelens.

Rouw na een echtscheiding kan, meer dan bij sterven, boosheid en agressie met zich meebrengen. Vooral richting de persoon die het gezin verlaten heeft. Die boosheid roept bij kinderen ook weer schuldgevoelens op. Immers het kind houdt on-voorwaardelijk ook van de ouder die schade heeft aangericht. Dit alles maakt het rouwen over een echtscheiding rauw.

ENKELE HANDREIKINGEN VOOR HET PASTORAAT:

1. Bespreekbaar maken van het thema ‘schuld’

In het verwerkingsproces bij echtscheiding speelt het thema ‘schuld’ bijna altijd een rol. De betrokken ex-partners hebben vaak een uitgesproken mening over de ‘hoofdschuldige’. Dat is meestal de ander. Maar die ander heeft een precies omgekeerde versie van het verhaal. Kinderen moeten hier hun weg in vinden. Als volwassenen moet je hen zoveel mogelijk uit dit thema houden. Een ‘slechte’ partner kan een hele goede vader/moeder geweest zijn. In ieder geval in de beleving van het kind.

Ook de schuld naar God toe komt vaak ter sprake. Het zal bijvoorbeeld maar tegen jou als 14-jarige gezegd worden: ‘Jouw moeder leeft in de zonde’. Veel vragen en verwarring hieromtrent. Durf als pastor dit thema aan te kaarten!

2. Respecteer te allen tijde de loyaliteit van de kinderen naar hun beide ouders

De liefde van kinderen naar hun ouders is onvoorwaardelijk. Ook ouders die het naar onze maatstaven niet verdienen, ontvangen onvoorwaardelijke liefde van hun kinderen. Kinderen blijven, soms tegen beter weten in, geloven in, en hopen op betrouwbaarheid van hun ouders. Ook na echtscheiding. Ook na verwaarlozing en mishandeling. Ook na incest. Misschien moet ik het woordje ‘ook’ wel vervangen door ‘juist’. Een bekende uitspraak luidt: ‘Wie zijn kinderen aan zich wil binden, moet ze verwaarlozen’.

Voor buitenstaanders is die loyaliteit niet altijd invoelbaar. Toch is het voor een kind van levensbelang dat het die zijnsloyaliteit mag behouden. Ontneem je die, dan ontneem je het kind als het ware zijn bestaansgrond. Immers, als het niet meer in zijn ouders kan geloven, in wat of wie dan nog wel??

U kunt binnen het pastorale contact het kind/de jongere helpen door een plek te geven aan beide ouders. Dit kan heel eenvoudig door bijvoorbeeld aan het kind/de jongere te vragen: ‘Hoe is het met je vader’ als hij/zij bij zijn/haar moeder woont. Of: ‘Hoe was het weekeind bij je vader/moeder’? Voorbede doen voor de kinderen van gescheiden ouders, en voor hun vaders en moeders.

Probeer er vooral nooit op uit te zijn om het kind een oordeel — laat staan veroordeling — uit te laten spreken over zijn/haar ouders.

Geef erkenning voor de verbintenis die de bestaansgrond vormt voor het kind.

3. Meerzijdig partijdig

Het kan ook voorkomen dat kinderen juist wel kiezen voor een van beide ouders, en zich zeer negatief uitlaten over de andere ouder. Het lijkt er dan op dat het kind/de jongere zich een objectief oordeel heeft gevormd, en er mee kan leven dat er een ‘slechte’ en een ‘goede’ ouder is. Of twee ‘slechte’ ouders.

Het kan zeker zo zijn, dat het kind/de jongere vanuit zijn eigen ervaringen boos is op zijn ouder(s). Toch ben ik ervan overtuigd dat er onder die boosheid verlangen ligt naar verbondenheid, liefde en herstel met de eigen ouder(s). Dat betekent natuurlijk niet dat je om de boosheid heen moet gaan!

Het is voor een kind helpend wanneer een pastor zogenaamde ‘verbindende vragen’ stelt. Vragen die de verbintenis tussen ouder en kind bevestigen. Bijvoorbeeld:

a. Het lijkt mij pijnlijk/moeilijk om zo boos te zijn op je eigen ouder(s). Hoe is dat bij jou?

b. Wat/wie zou jou kunnen helpen om die boosheid weg te nemen?

c. Ik begrijp dat je boos en teleurgesteld bent. Welke andere gevoelens heb je nog meer naar je vader/moeder?

d. Wat is een mooie herinnering aan je vader/moeder?

e. Heb je een idee hoe je vader/moeder het vindt als je weer bij hen komt? Merk je dat ze blij zijn? Hoe merk je dat? Wat doet dat met jou?

f. Op welke manier zou je wensen dat je vader/moeder hun liefde voor jou zouden uiten?

Meerzijdige partijdigheid houdt in, dat je als pastor de attitude hebt om je te verbinden met alle betrokken partijen. Dat betekent niet dat je daadwerkelijk met iedereen persoonlijk contact hebt, maar wel dat je de beide ouders altijd denkbeeldig aanwezig laat zijn, en je de bereidheid hebt om vanuit ieders perspectief naar de situatie kijken, om zodoende oog en gevoel te krijgen voor ieders eigen pijn en schade. Pas wanneer een kind/jongere weet en ervaart dat beide ouders veilig zijn in de gesprekskamer of waar dan ook, zal het openheid durven geven over zijn/haar innerlijk en moeilijke thema’s bespreekbaar durven maken. Dan pas is het kind/de jongere te bereiken, en kan hij/zij gaan verwerken.

Mevr. M. Vermeulen is als jeugdhulpverlener verbonden aan de SGJ, de Stichting voor Gereformeerd Jeugdwelzijn, waarin onder andere de Chr. Geref. Kerken participeren

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.