+ Meer informatie

Great Western Railway

Britten houden van vroeger, dus van stoomtreinen

7 minuten leestijd

Engelse sneltreinen zijn mooi en gerieflijk, maar stoptreinen lijken meer op een buitenmodel badkuip dan op spoorwegmaterieel. De zestig stoomtreinen die er nog rijden zijn een typisch Brits verschijnsel. Wat geeft je nu toch dat speciale gevoel als je meerijdt in zo'n kolengestookt rookmonster?

Bij aankomst in Londen, maar later ook op andere grote stations in Engeland zie je ze staan aan de uiteinden van de perrons. Ernstig schrijven ze iets in een notitieblokje, waarna ze zich naar een ander perron haasten, om een volgende trein te registreren.

Met stijgende verbazing zie ik hoe op een middelgroot station als Chester dertig tot veertig mensen in weer en wind aantekeningen staan te maken over een binnenrijdende trein. Het blijken "spotters" te zijn, treinliefhebbers die vertrektijden, vertragingen, nummers en namen van treinen bijhouden. In Nederland lopen er ook een paar rond. Ze kennen de dienstregeling uit hun hoofd. Sommigen zijn verstandelijk gehandicapt, maar ze worden welwillend door de conducteurs meegenomen.

In Crewe, Midden-Engeland, staan er twaalf op het perron als de trein het station binnenrijdt. Allemaal geconcentreerd en toegewijd. De trein waarin ik zit lijkt me niet bijzonder: het is geen luxe Pullman noch een excentrieke stoomtrein. Toch is deze "intercity" voor velen belangrijk genoeg om hem te registreren. En ik moet toegeven, deze Engelse sneltreinen zijn mooi, gerieflijk en redelijk op tijd.

Stoptrein: badkuip
Bij de stoptreinen zie ik de "spotters" niet staan. Dat verbaast me niets, want voor dit soort nachtmerrie-achtig vervoer zou een ieder zich moeten schamen. Nu zijn stoptreinen per definitie minder geliefd vanwege herhaaldelijk stoppen en optrekken. En sinds Margaret Thatcher haar verachting voor het treinverkeer heeft omgezet in het stoppen van overheidssteun, is het de British Rail niet voor de wind gegaan. Maar daarom hoef je nog geen treinmaterieel te ontwerpen dat meer gelijkenis vertoont met een plastic badkuip dan met een wagon!

Een reis in een van de stoptreinen, de "supersprinter", is een strafrit. Het is er zo krap dat je je benen in je nek moet leggen om behoorlijk te kunnen zitten. De geur die er hangt komt nog het meest overeen met in reuzel gebakken vleermuisfilet. Het bijtende TL-licht laat overduidelijk zien, dat er in de hele wagon niets is wat nog met comfort of gezelligheid te maken zou kunnen hebben. Geen armsteun, tafeltje of openbaar kunstbezit. De trein teruggebracht tot een functioneel blik op wielen, een rijdende koektrommel, waar nog net ramen in zijn gezet.

Bloeiende tijd
Nee, dan herinnert de oude stoomtrein op pijnlijke wijze aan een tijd waar men in een comfortabele, pluchen stoel kon wegzakken. Waar je je hoofd tegen een stoffen steuntje kon leggen en oude prenten of het houtwerk in de afgesloten coupé kon bewonderen.

Britten hangen aan hun verleden. Vandaar dat er, overal verspreid, op meer dan zestig trajecten nog stoomtreinen rijden. In de Midlands bij voorbeeld, waar statige rijtuigen, getrokken door stevige stoomlocomotieven, de bloeiende tijd van de "Great Western Railways" weer oproepen. Hier houdt een groepje vrijwilligers de boel draaiende. Men knipt er de kaartjes, bedient er de wissels en poetst het koper.

In de restauratiewagen zijn drankjes te verkrijgen en in het restaurant van de keurig onderhouden stationnetjes serveert men gevulde aardappel met bruine bonen en een randje sla. Een rit op zo'n museumbaan (er zijn weinig stoomtrajecten waar nog "gewone" passagiers geteld worden) is vooral een tocht naar de verleden tijd. Al meer dan honderdtwintig jaar sukkelen de stoomtreinen hier door het Britse landschap.

Sarcofaagstation
In Kidderminster is het afgelopen en moet ik weer verder over het officiële spoor. Ik ben op weg naar het noorden en kies, om de "supersprinter" zo veel mogelijk te vermijden, een route over Birmingham, waar ik per intercity verder wil.

Een onafzienbare samenklontering van arbeidershuisjes, afgewisseld door rommelige fabrieksterreinen en kanalen met donker water kondigen de grote industriestad al aan. Maar dan komt het: de trein draait over de wissels, verdwijnt in een donkere tunnel, komt er weer uit en glijdt dan aan een van de perrons binnen, een reusachtige, met zwarte schimmel bedekte betonkolos.

Deze grijze sarcofaag is Birmingham New Street, een gerenoveerd station waar men, gedreven door geldzucht en het ontbreken van goed fatsoen, een winkelcentrum op heeft gedrukt. Dit is nog erger dan het spookstation Montpellier of de 'grafkelder' van Zoetermeer Centrum-west.

Landschap
Van de schrik bekomen zit ik een halfuur later in de intercity naar het noorden. Wolverhampton gaf ook al een troosteloze, eigentijdse aanblik, maar daar ben ik nu al aan gewend geraakt. Ik was op weg naar Noord-Wales om eens een kijkje te nemen bij de Ffestiniog Porthmadoc Railway.

Deze smalspoortrein kon aanvankelijk niet op mijn belangstelling rekenen. De treintjes zijn nogal klein en museumachtig en de foto in de folder bevestigde dat beeld. Veel lachende toeristen in nauwe wagentjes en een in elkaar gedoken machinist op de locomotief Maar het landschap oogde wild en uiteindelijk gaf de tekst de doorslag.

In verschillende talen, waaronder het Nederlands, werd een prijzenswaardige poging gedaan het gebeuren onder woorden te brengen. De trein, zo schrijft men in de folder, zou door rustige velden en prachtige bossen klimmen.

„Soms kleeft het spoor aan de kant van de berg en soms boort het erdoor." Het is er zo afgelegen, vervolgt men, „dat er geen eens wegen zijn en de trein nu en dan bij alleenstaande huisjes stopt, waar de inwoners helemaal van de spoorweg afhankelijk zijn."

Rustig sfeertje
Zoiets maakt nieuwsgierig en na een nacht in een onrustig "bed-and-breakfast-guesthouse" zat ik er dan, in de smalspoortrein van het sombere leisteendorp Ffestiniog naar Porthmadoc aan de Ierse Zee. „Dus ga op je gemak zitten, ontspan en neem de reis van uw lijttijd", ratelt de tekst door, die door een Keltische kroegbaas met ontwenningsverschijnselen en lasogen moet zijn geschreven.

Er zou nog een "rolkar" door de trein geduwd worden. Die zag ik nergens. Wel kom ik de steward tegen, die me bukkend bij elke deur, de weg naar het restauratierijtuig wijst, alwaar men thee en zoetigheid serveert. Ik ben daarna tevreden wat gaan zitten kauwen en kijk uit over een weids landschap, dat af en toe wordt afgewisseld door een bos van eiken en rododendronstruiken.

Hoewel ik herhaaldelijk mijn hoofd stoot, geniet ik van de schommelende gang, de geur van kolen en het rustige sfeertje dat zo'n trein met zich meebrengt. Maar wat draagt een stoomtrein daar nu toe bij? Ik weet het niet precies. Stoomlocomotieven vind ik wel mooi, maar dan zie ik ze liever wat robuuster en smeriger, zoals ze nog rijden in China of in Polen.

Ook met mij?
Tegenover me zit een oudere man uit Southampton. Ik stel hem de vraag. Hij fronst z'n wenkbrauwen, staart even naar buiten en antwoordt dan: „Omdat we van vroeger houden. Wij, Britten, koesteren oude dingen. Auto's, motoren, treinen. Het zal wel met ons koloniale verleden te maken hebben. Elk land dat in verval is, krijgt een bevolking die nostalgisch is. En verder?

Omdat we ook een beetje raar zijn, geloof ik." Een halfuur later sta ik op het perron van Tan-Y-Bwlch de trein te fotograferen als een aantal "spotters" achter en naast me druk aantekeningen beginnen te maken. Ik voel me betrapt en vlucht de trein in. Nog geruime tijd vraag ik me daarna af, starend uit het raam, of er ook met mij wat aan de hand zou zijn...


Informatief treinenboek

"De wereld van de spoorwegen van de wereld" is een pittig leesboek over een bijzonder breed onderwerp. Deze oorspronkelijk Oostduitse uitgave telt een redelijk aantal oude gravures, foto's, spotprenten en dienstregelingen in zwart-wit en een beperkt aantal kleurenafbeeldingen. De -zeer informatieve- tekst overheerst echter. In 210 bladzijden een ontwikkeling van meer dan 150 jaar weergeven en dan nog wereldwijd ook, is een onmogelijke opgave. Nederland wordt bij voorbeeld totaal niet genoemd.

Het gaat meer over algemene, veelomvattende onderwerpen, zoals het ontstaan van het moderne vervoer, de ontsluiting van Amerika, sociale en culturele invloed van de spoorwegen, ontwikkeling van de stoomlocomotief, verschillen tussen de continenten, spoorwegen in de koloniën en het comfort in de trein. Economische aspecten komen veelvuldig aan de orde, de techniek nauwelijks.

Geen bladerboek, maar een echt leesboek voor mensen die geïnteresseerd zijn in de achtergronden van het spoorwegwezen en de invloed van het fenomeen trein op mens en maatschappij.

"De wereld van de spoorwegen van de wereld" door Elfriede Rehbein, uitg. Atrium/ICOB, Alphen a/d Rijn; 216 blz., ƒ 49,50. Alleen verkrijgbaar bij ICOB-boekhandels. Meer informatie: 01720- 37231.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.