+ Meer informatie

De jubileum-vergadering

7 minuten leestijd

Deze vergadering wercl door cle voorzitter van het Landelijk Verband, de Weleerwaarde Heer ds. A. Verhagen geopend.

Onvergetelijk blijft deze dag, 15 februari 1956, voor ons Landel. Verband.

Van heinde en ver waren onze verenigingen, vele oud-leden der J.V.'s en belangstellenden samengekomen om het 25-jarig bestaan te herdenken.

Een grote verrassing was het, toen in de loop van de morgen de Weleerw. Heer ds. L. Rijksen, docent van de Theol. school met vier studenten ter vergadering kwamen.

Ter opening werd gezongen Ps. 138 : 1 en 4, waarna cle voorzitter Ps. 138 las en in gebed voorging.

In een ernstig openingswoord richt ds. Verhagen zich nu als volgt tot de vergadering:

Vrienden, wij zijn vandaag bijeen om het 25-jarig bestaan van ons Landelijk Verband te herdenken.

Groot is het voorrecht, dat God ons al die jaren heeft gegeven. Stormen zijn er geweest, verbreking in het kerkelijke leven en dan is het een wonder dat het opkomende geslacht zo in saamhorigheid bleef leven. Dat heeft ons te midden van zoveel moeite en zorg goed gedaan.

Zien we daarbij cle grote belangstelling, dan moeten wij het opmerken, dat Gods goedertierenheden rijkelijk over ons zijn uitgebreid.

En nu betaamt het ons, niet in onszelf, maar in Hem te eindigen.

De omstandigheden, te midden waarvan wij samenkomen, lenen zich niet voor een feestrede.

Niettemin willen wij U bepalen bij wat we lezen in Genesis 49 : 22—24: Jozef is een vruchtbare tak, een vruchtbare tak aan een fontein; elk der takken loopt over de muur. De schutters hebben hem wel bitterheid aangedaan, en hem beschoten en gehaat; maar zijn boog is in stevigheid gebleven

In het leven van Jozef trekt ons de vreze des Heeren aan. Gisteravond hebben we gehoord, hoe groot de weldaad is van des Heeren vreze in het jeugdige hart. Het is het grootste goed, dat nooit vergaat.

Hoe groot zou het zijn, als de vruchten van de verenigingsarbeid openbaar zouden komen in de vreze des Heeren, geplant in het hart van ons opkomend geslacht.

Terecht heeft ds. de Gier het gisteren gehad over de moeilijke tijd voor onze jeugd. De zuigkracht der wereld en de invloeden van het zogenaamde christendom; we kunnen wel van gecombineerde doodsvijanden spreken.

Jozef wordt een vruchtbare tak aan een fontein genoemd. Die vruchtbaarheid ligt niet in Jozef, maar de gunst des Heeren was rijkelijk over hem. Daardoor is hij gesteld tot een vruchtbare tak. Géén eikeboom. Hij wordt voorgesteld als een druiverank. De vruchtbaarheid van Jozefs stam is bewezen in een Jozua en Gideon en andere vruchten van die tak. Gods grote daden zijn in deze helden bewezen.

Mocht ook ons verenigingsleven daarop gelijken. Deze gezegende vruchten mochten er op gezien worden, clat er mannen uit verwekt werden voor 's Heeren kerk.

Want als Mozes wegvalt, we zien het, clan is er een Jozua. God houdt Zijn kerken Zijn zaak in stand, onder alle omstandigheden en in weerwil van alle verzet.

En vrienden, nu zou het allerbelangrijkste zijn, als ons werk met Jozef kon worckr» vergeleken, een vruchtbare tak.

Wij kennen de geschiedenis voldoende om te weten hoe machtig de strijd in het leven van Jozef geweest is.

In de dagen van zijn jeugd was er al zo'n groot onderscheid met zijn broers. Jozef was vervuld met cle vreze Gods. Wij weten, wat er plaats greep, wij kennen de vijandschap van zijn broers en de gevolgen daarvan.

Gisterenavond hebben we het gehoord, hoe moeilijk het is een plaats te hebben, midden in de wereld, als ons leven staat in het teken van Gods vreze. Dat is niet gemakkelijk.

We zullen dan ook beschoten worden. Maar Jozef had God aan zijn kant, Hij is een Toevlucht in elke weg.

Maar niet alleen werd Jozef door zijn broers gehaat, wij zien ook, als hij aan Potifar verkocht is, wat hem daar wedervaart. Maar hoe groot is de waarde van de vreze des Heeren. Al kwam hij in de gevangenis, al werd hij door de schenker miskend en vergeten ondanks diens belofte; temidden van deze grote teleurstellingen maakte cle Heere het waar: Mijn wegen zijn niet uw wegen. God brengt Zijn eeuwige raad ten uitvoer. Hij gaat op Zijn doel af, al gaat het door de diepte.

Zie Jozefs taak in Egypte, als behouder des volks.

Dit alles breng ik even in verband met ons 25-jarig jubileum. Deze jaren zijn niet altijd zonnig geweest.

Niet van de buitenkant alleen, maar ook van hen, clie wij verwacht hadden te zullen meewerken, kwam veel teleurstelling. Als God niet had gehandhaafd, dan zaten wij hier niet. Er was een tijd, dat de rijpere jeugd aan zichzelf was overgelaten. Daarin kwam gelukkig verandering en toen wij 25 jaar geleden tot enige leiding werden geroepen, hebben wij dat niet kunnen weigeren. En dat ging er niet om, om cle jeugd op te bouwen in dingen die geen wezen hebben. Op elke vergadering en bij elke gelegenheid hebben wij gewezen op de noodzakelijkheid van de waarachtige vernieuwing des harten door de Heilige Geest. God werkt middellijk en het is altijd ons streven geweest, daarop te wijzen.

Hoe denken wij terug aan de tijd van onze jongens in Indië. Wat mochten wij

een nauw contact onderhouden met hen en hun belangen behartigen.

Het is komen vast te staan dat in niet één kerkelijk leven zoveel voor de jongens is gedaan als bij ons. Wat zijn er al herinneringen uit die tijd, moeilijkheden in betrekking tot de vaccinatie, maar na bespreking begrip en eerbied bij de minister. Als we terugzien, wat heeft de Heere alles wonderlijk geleid. Totdat de niet gevaccineerden met de „Zuiderkruis" naar huis kwamen.

Wie herinnert zich nog niet de ontmoetingsdag in Utrecht van die jongens met hun familie.

Het was een onvergetelijke dag. De Prins was uitgenodigd, maar deze was verhinderd. Z.K.H. zond een hartelijke brief en in kolonel de Kluys, hoofdveldprediker een vertegenwoordiger. Deze kolonel gewaagde van de trouw onzer jongens aan hun beginsel en dat is geëerbiedigd.

Wij zijn toen nog bij de minister ontboden en hoe is in dat gesprek met Zijne Excellentie gebleken, dat God de harten neigt. Dat was een onvergetelijke tijd.

Ja, er zijn nogal eens moeilijkheden geweest met de schutters, maar wij mogen ervan gewagen, dat de armen zijn gesterkt en de boog in stijvigheid is gebleven.

Er zijn tijden geweest, dat alles zich opmaakte om ons werk ten onder te brengen. Dan moeten wij het loslaten, dan valt alle roem weg en mogen wij een steen der gedachtenis oprichten. „Eben-Ilaëzer!"

Hadden wij het moeten doen, dan was er niets van terecht gekomen. Dit alles mogen wij op een dag als deze niet zo maar laten voorbijgaan.

Wij besluiten nu ons openingswoord met de wens, dat de Heere, Die temidden van alle wederwaardigheden Zijn hulp schonk, ons ook verder zal helpen en onze jonge mensen gewapend mogen worden met de geestelijke wapenen van Gods Woord.

Sprekende over onze onvergetelijke ds. de Blois, wekt de voorzitter op tot gebed. De Heere kan opheffen, bij Hem is niets te wonderlijk. Zij het onze bede: „Leid ons niet in verzoeking". Mocht de ledige stoel weer ingenomen worden.

Direct na deze openingsrede, worden de navolgende telegrammen de vergadering voorgelezen en verzonden.

Aan Hare Majesteit de Koningin Jtdiana der Nederlanden.

Het Landelijk Verband van jongelingsverenigingen, uitgaande van de Gereformeerde Gèmeenten, heden in 25e jaarvergadering te Gouda bijeen, betuigt Uwe Majesteit en Uw koninklijk gezin zijn eerbiedige aanhankelijkheid en bidt U wijsheid van Boven toe in Uw ernstvolle taak, die zeker in deze tijd van spanningen dubbel moeilijk en verantwoordelijk is.

Gouda, 15 febr. 1956.

Aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Wilhelmina der Nederlanden.

Plet Landelijk Verband van jongelingsverenigingen, uitgaande van de Gereformeerde Gemeenten, heclen in 25e jaarvergadering te Gouda bijeen, bidt Uwe Koninklijke tloogheid Gods onmisbare zegen toe en wenst U in de avond van Uw leven èn voor Uzelf èn voor Uw volk, dat U lief is, een biddend leven aan de troon van Gods genade.

Ds. A. Verhagen

Gouda, 15 febr. 1956.

De voorzitter spreekt enkele hartelijke woorden tot de secretaris, die behalve een der jubilarissen te zijn, tevens deze dag zijn vijftigste verjaardag viert, en wenst hem 's Heeren onmisbare zegen voor zijn verdere taak en leven.

De penningmeester van het Landelijk Verband, dhr. E. Blom brengt nu rapport uit van de finantiële kant van het L.V. Dank zij cle steun, die wij het laatste jaar van vele kerkeraden mochten ondervinden, is de geldelijke toestand bevredigend. De kascommissie brengt verslag uit van cle contróle der boeken, die in cle beste orde waren bevonden, waarna cle voorz. deze commissie dankt voor haar volbrachte taak en de penningmeester hartelijk dank ze^t voor zijn vele werk, zo accuraat verricht.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.