+ Meer informatie

ZEGEN OP DE PREDIKING/PREDIKING EN HUISBEZOEK

8 minuten leestijd

Zegen op de prediking

Als het goed is dan raakt een preek het hart. Een preek moet meer zijn dan een theologische beschouwing of verhandeling, een uitleg van een tekst. De gemeente moet zich kunnen herkennen in de preek. Vanuit die prediking mogen de gemeenteleden verwachten richting en houvast mee te krijgen voor het dagelijks leven en daarnaast de vertroosting en vermaning, dat de prediking de zondigheid van hart en leven doet ontdekken, maar ook de genade die verkregen kan worden: het verlossingswerk van Christus. Men moet in ziel en zijn geraakt worden, zodat men anders de kerk uitgaat dan dat men erin is gekomen. Moeten we dat verstaan onder de zegen op de prediking? Dat gevoel, die beleving?

Zegen op de prediking hangt vaak van ons gevoel af. Een goede preek die aanspreekt en boeiend is, of misschien nog beter, die aan onze verwachtingen voldoet, wordt gezien als een preek waar zegen vanuit gaat. Het woord zegen is echter een woord dat verschillend geïnterpreteerd wordt. Wat de een opmerkt als zegen op de prediking, kan de ander afdoen met de woorden dat hij er toch zaken in gemist heeft. Kortom, wat de een als zegen op de prediking ervaart, kan door de ander zo niet beleefd worden. We moeten er ook voor waken dat we zegen op de prediking associëren met de ‘mooiheid’ van de preek. De gemeente kan zo onder de indruk zijn van een goede en boeiende preek dat men een speld kan horen vallen. Is het op zo’n moment de schoonheid van Gods Woord dat gebracht wordt, of wordt er alleen maar recht gedaan aan onze eigen religieuze gevoelens?

‘De Geest blaast waarheen hij wil’

We mogen nooit vergeten dat wij Gods Woord nooit in onze handen hebben, ook niet in theologische handen. Het is het Woord van de Here God. Daarom bidden we aan hetr begin ook altijd om de verlichting met de Heilige Geest. Noch de prediker, noch de gemeente kan het echte verstaan van het Woord tot stand brengen. Dat kan alleen God zelf. Het plaatsvinden van een ontmoeting, blijft het privilege van de Here God zelf. Het is het geheim van Zijn Geest, ‘die blaast waarheen Hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet vanwaar Hij komt of waar Hij heengaat’.

Binnen onze kerken is er vaak veel kritiek op de prediking en de te weinige aandacht voor het werk van de Heilige Geest. De kerk als instituut wordt vaak verweten te veel vast te leggen in structuren en vormen waardoor de krachtige werking van de Heilige Geest in de weg gestaan wordt.

Soms is het verwijt terecht dat de eredienst statisch en formeel is geworden, dat er weinig beweging in zit. Het gevaar voor verstarring, gewoonte en uitholling is dan aanwezig (avondmaal, doop, de liturgie).

Het is echter voor ons een opdracht om bewust en van harte, met een oprecht hart en met blijdschap de Here te dienen. Als die houding door een preek wordt versterkt, mogen we daarin de doorwerking van de Geest ervaren.

‘Zeker zijn van de zegen’

Hoe zit het dan met de verzekering van de zegen op de prediking? Waaraan kunnen we de zegen toetsen? Wat moeten we aan met die momenten, dat we te weinig gehoord hebben van de preek, omdat onze gedachten elders waren en we daardoor geen zegen ervaren? Als we goed luisteren, komt dan de zegen vanzelf? Kunnen we zelf de zegen bewerken? Is zegen op de preek een geloofszaak?

Door het geloof

In heel de Bijbel worden we opgeroepen om te geloven in God. Zonder geloof is het leven een leven naar de dood. De Here geeft echter het geloof en vermeerdert het geloof. En alleen door het geloof krijgen we deel aan Christus en Zijn toekomst. U hoeft geen moeite te doen om te geloven. U hoeft alleen maar uw hart open te stellen. Geloven is een aannemen. U mag zich het Heil toeëigenen, daartoe werkt de Heilige Geest. Het geloof wordt gewerkt en waar het is gewerkt, wordt het versterkt. Het geloof komt van God en het is helemaal het werk van de Geest. Maar we kunnen die Geest wel tegenstaan, tegenwerken. Wij zijn vaak zozeer op ons zelf gericht en bezig met onze eigen zaken. Hoe werkt de preek door in de week? Hebben we nog momenten dat we overdag stilstaan bij het Woord van de zondag? Weet u op de woensdag nog wat er zondags gepreekt is? Het is God Die ervoor zorgt, dat wij gaan geloven en gehoorzaam zijn, schrijft Paulus aan de Filippenzen (Fil. 2: 13).

Uit de Bijbel komt ook telkens naar voren dat we ons moeten bekeren. Dat laat heel duidelijk zien dat u verantwoordelijk bent. Tegelijk is ook de bekering een geschenk van God aan u. Zo ‘vereenzelvigt’ de Heilige Geest Zich met u, zonder een moment met uw persoon samen te vallen. De Dordtse Leerregels zeggen het zo: ‘Wanneer de wil vernieuwd is, wordt hij niet alleen door God geleid en bewogen; maar door God in beweging gebracht, werkt hij ook zelf. Daarom wordt terecht gezegd dat de mens zelf gelooft en zich bekeert door de genade die hij ontvangen heeft (Hfdst. 3/4, artikel 12). Het werk van de Heilige Geest in ons betekent: mensen komen in actie, en het is God Die dat doet.

Zegen op de prediking mag men ervaren, wanneer men zich ervoor openstelt. Als men de dingen van de HEERE verwacht. Zo’n houding is niet moeilijk. Het is een houding van ‘Here wat wilt U mij zeggen’. Dan hoeft een zegen niet alleen van de prediking te komen maar dan kan de liturgie of een gesprek achteraf ook tot zegen zijn.

Prediking en huisbezoek

Tijdens het huisbezoek zal meestal teruggekomen worden op de prediking, de woordbediening en de uitwerking ervan, zowel persoonlijk als, indien van toepassing, binnen het gezin.

Op de vraag wat men van de prediking vindt en hoe men de prediking ervaart, zijn zeer vele antwoorden mogelijk.

Niet zelden zult u als ambtsdrager geconfronteerd worden met kritiek op de prediking. Die kritiek zal niet altijd opbouwend van karakter zijn. Het kan wel eens hard vallen, wanneer er volgens u op onterechte wijze kritiek geleverd wordt. Als er hardheid van harten te bespeuren valt, ziet het er soms naar uit of het Woord op harde grond neerkomt. Toch hebt u als ambtsdrager de taak om te onderzoeken hoe het met het geestelijk leven van de gemeenteleden gesteld is. Het wordt problematisch, wanneer er blijkbaar sprake is van een (ogenschijnlijk) goed geestelijk leven, terwijl men u aangeeft dat het geestelijk leven onvoldoende wordt gevoed door de prediking en dat men de zegen daarop (vaak) mist. We komen ze wel tegen, gemeenteleden die christelijk gereformeerd willen blijven, maar zich om verschillende redenen onvoldoende in eigen kerk kunnen vinden (men zingt wel of niet uit het liedboek; er zijn te veel nieuwerwetsigheden, of juist niet; de jeugd wordt vergeten of er is te veel aandacht voorde jeugd). Soms heel begrijpelijke redenen die aanleiding kunnen zijn om de prediking voor het eigen karretje te spannen. De prediking wordt dan te veel als mensenwerk beoordeeld, waarbij ze gelijk wordt geschakeld aan het instituut kerk, waardoor men de zegen van de prediking laat afhangen van eigen inzicht en ideeën over de gang van zaken binnen de kerk. Zo bewerkt de Here de zegen niet! In het bovenstaande is aangegeven dat de Geest alleen werkt. Daar waar mensen zich irriteren, sceptisch staan tegenover zaken, daar heeft de Geest moeilijk toegang. Dat wil niet zeggen dat men kritiekloos hoeft te staan tegenover allerlei zaken om zo de zegen te bewerkstelligen. Het gaat erom dat men in alles telkens de wil van God gaat zoeken. In het huisbezoek zal dan ook dieper op de kritiek ingegaan moeten worden. Het gaat niet om de uiterlijkheden, maar om het hart. Daar is het gemeentelid op aanspreekbaar. Dat vraagt van de ambtsdrager tact en wijsheid, want een dergelijke vraag kan zo gemakkelijk als indiscreet ervaren worden. Naast tact en wijsheid vraagt het om kennis van het Woord, de belijdenis.

Daarnaast is het van belang dat de ambtsdrager op de hoogte is en wordt gehouden van wat er in de gemeente leeft. Nu kan het zijn, dat er vanuit de gemeente eensluidende opmerkingen zijn te horen t.a.v. de prediking. De prediking kan te algemeen van inhoud zijn en daardoor te weinig praktisch en pastoraal toepasbaar, als ook te weinig ontdekkend aan ons mens-zijn.

Deze opmerkingen zullen op de kerkeraadsvergaderingen in broederlijke liefde besproken moeten worden.

Een ambtsdrager kan zaken niet veranderen. Hij mag wel wijzen op het evangelie, wijzen op de wil van God om ons mensen te willen ontmoeten in Zijn Huis en te wijzen op de Geest die wil werken. Soms lijkt het op evangeliseren onder eigen mensen. Misschien moeten we ons daar meer op instellen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.