+ Meer informatie

Eenzaten: hun woorden hun leer en hun leven

Wijsheid uit de woestijn (I)

8 minuten leestijd

In de vierde eeuw van onze jaartelling vond een opmerkelijk gebeuren plaats: de wereld werd officieel christelijk en tegelijkertijd vluchtten vele christenener uit weg. Duizenden volgden keizer Constantijn en gingen vanaf het jaar 313 over tot de Kerk, maar evenzo verlieten sindsdien duizenden de Kerk en gingen de woestijn in. Een paradoxale ontwikkeling!

Wat bewoog die velen om de bewoonde wereld vaarwel te zeggen? Om in de eenzaamheid van de woestijnen een ascetisch leven te gaan leiden van onafgebroken gebed, uiterst strenge onthouding en nooit aflatende strijd tegen de demonen? Hadden zij gelijk in hun afscheid-nemen van een in toenemende mate verwereldlijkende Kerk? Was het terecht dat zij verlangden naar een leven in stille afzondering, geheel gewijd aan geestelijke oefeningen?

Constantijn
Het is - gelukkig! - hier niet onze taak een afgewogen oordeel te vellen over de diep ingrijpende veranderingen die zich met Constantijns overgang tot de christelijke Kerk voltrokken hebben. Er is veel positiefs in te constateren, maar ongetwijfeld ook zeer veel dat een afwijking te zien geeft van de geest der oerchristelijke gemeente.

Dat laatste valt - zeker voor wie enigszins thuis is op het terrein van het Nieuwe Testament en van de direkt daarop volgende eeuwen - onmogelijk te ontkennen. De documenten spreken hier een duidelijke taal.

Met Constantijn begint een nieuwe aera in de geschiedenis van Christus Kerk en hoftheologen als bijvoorbeeld Eusebius van Caesarea hebben er stem aan gegeven. Maar anderzijds hebben velen in en vooral buiten de rijkskerk deze nieuwe ontwikkeling niet mee kunnen maken. Voor hen géén verbinding tussen imperium en evangelium, géén verbinding tussen pax Romana en pax Christi, géén kruis als teken van wereldse macht.

Eenzaamheid
Het zijn de kluizenaars en monniken geweest die uit protest tegen de nieuwe ontwikkelingen de eenzaamheid opzochten. Daar leefden ze alleen - of in later tijd in geordende groepen - en trachtten ze een christelijke levenswijze gestalte te geven. Ze zochten naar rust, zielerust, naar één-voudigheid, naar Godskennis en zelfkennis. In de woestijnen wilden ze geoefend worden, evenals Israël toen het op weg was naar het beloofde land. Net als eertijds Mozes, Elia of Elisa, als de Rechabieten, Johannes de Doper of Paulus, als de Messias zelf.

Hun kluizen waren de vuurovens van Babylon waar ze Christus ontmoet hebben. Ze praktizeerden wereldmijding op een uiterst rigoureuze manier, maar hun onthechting was uiteindelijk niet bedoeld als wereldhaat: het ging hen juist om het léven.

Maar dan het echte, ware, het eeuwige leven.

Deze asceten doorzagen de fatale misvatting, dat het louter wereldse bestaan het ware zou zijn. Zij wilden de moeilijk te begrijpen woorden uit het Evangelie verstaan: Wie zijn leven liefheeft, zal het verliezen; maar wie zijn leven haat in deze wereld zal het bewaren ten eeuwigen leven.

Spreuken der vaders
Eeuwenlang zijn de woorden en daden van de ,,eenzaten" bewaard en aan volgende geslachten doorgegeven, inzonderheid in de woestijnen van Egypte - Sketis en de rest van Wadi el Natroen, ongeveer 100 km ten noordwesten van het huidige Kairo, maar ook in de zuidelijker gelegen Thebaïs - werd de grondslag gelegd voor de beroemde ,,Spreuken der vaders". Dit zijn eenvoudige, pretentieloze gezegdes en verhaaltjes die oorspronkelijk van mond op mond zijn overgeleverd, totdat ze uiteindelijk op schrift werden gesteld.

Deze woorden hebben, evenals de levensbeschrijvingen van de vaders, een niet geringe invloed uitgeoefend in de geschiedenis van de Kerk. Ze werkten door, niet alleen bij vooral monniken van het Oosterse of Westerse katholicisme, maar ook tot in de Reformatie, de Nederlandse Nadere Reformatie en het Duitse Piëtisme, zelfs tot in het Anglo-Amerikaanse Methodisme. We willen dit nog nader bezien.

Hoe zijn de ,,Woorden der vaders" ontstaan? De eenzame kluizenaar of monnik moet zwijgen. En wanneer hij spreekt, dan slechts over goddelijke en voor de ziel heilzame zaken. Streng hebben de oude anachoreten deze regel gevolgd. Door hun eenzaamheid met God hebben zij -zo is de mening van hun omgeving - de volkomen heiligmaking bereikt. Ze zijn vol van Geest en kracht en hun woorden en daden hebben meer dan gewoon-menselijke betekenis.

De leerlingen en de van ver gekomen pelgrims vervoegen zich bij hun kluizen: ,,Geef mij een woordje". Soms moeten ze er lang op wachten. Maar wanneer eindelijk de oude het zwijgen verbreekt, raad verschaft en een heilzaam woord spreekt, dan wordt dit als een hemelse gave ontvangen. Soms zijn het niet alleen eenvoudige, van levenswijsheid tintelende spreuken die gezegd worden, maar tevens gelijkenissen of symbolische handelingen. Ze worden alle in dankbare gedachtenis gehouden: de woestijnvader is als de met Geest vervulde profeet uit de oudste christelijke gemeenten, drager van goddelijke openbaring.

Kostbare kleinodiën
Deze spreuken, gelijkenissen of handelingen vol symboliek zijn als kostbare kleinodiën bewaard. Oorspronkelijk werden ze in het Koptisch - de taal van de eenvoudige Egyptische Christenen in mpndelinge traditie overgeleverd, later Grieks gevormd en opgeschreven. Te zamen met materiaal uit andere streken zijn ze bekend geworden als de Spreuken der vaderen, in het Grieks de Apophtegmata, in het Latijn de Verba patrum (of: seniorum). In vele andere talen vormen ze het stichtelijke boek van monniken tot op de dag van vandaag.

Laten we enkele voorbeelden doorgeven van deze woorden en daden der oudvaders. Allereerst een spreuk van vader Macarius: ,,Abbas Macarius zei: Als je een ander wilt terechtwijzen en je daarbij kwaad maakt, bevredig je je eigen hartstocht. Je moet niet jezelf verliezen om een ander te redden".

En deze van vader Pastor: ,,Abbas Pastor zei: Maak dat je wegkomt bij iemand die, telkens wanneer hij spreekt, gaat redeneren". Van dezelfde wordt ook dit wijze woord bericht: ,,Abbas Pastor zei: Zoals de bijen verdreven worden met rook en de honing hun dan kan worden ontnomen, zo verdrijft een gemakkelijk leventje de vrede des Heeren uit iemands ziel en neemt al zijn goede werken weg".

Anekdotes
Naast de woorden worden er ook talrijke „anekdotes" over de woenstijnvaders verteld. We melden hier de volgende, één waarin een geestelijke les in onthechting van alle aardse bezit gegeven wordt, als het ware een illustratie bij het evangelische gebod zich hier geen schatten te verzamelen waar men zijn hart op zet.

,,Eens drongen een paar rovers het klooster binnen en zeiden tot een van de ouden: We zijn gekomen om alles uit je kluis weg te nemen. En hij zei: Jongens, neem alles maar wat je Wilt. Ze pakten dus alles wat ze in de kluis konden vinden en vertrokken.

Maar ze hadden een zakje, dat in de kluis verborgen lag, over het hoofd gezien. De oude raapte het op en ging de rovers achterna. Hij riep: Jongens, neem ook dit mee; jullie hebben het in de kluis laten liggen! Stomverbaasd dat de oude zó onthecht was, brachten ze alles weer naar zijn kluis terug. Ze deden boete en zeiden: Dit is werkelijk een man Gods!"

Tot zover enkele exempels uit de Spreuken. Er zou uiteraard over hun levensideaal en de praktische uitwerkingen daarvan veel meer bericht kunnen worden. Veel positiefs, veel negatiefs ook.

De kluizenaars hebben in de volstrekte eenzaamheid gestreden tegen de verlokkingefi van de wereld en van hun eigen vlees; ze hebben gezocht naar volstrekte geestelijke concentratie, naar het kennen van God en de ziel. Het ging hen juist niet om ingewikkelde dogmatische strijdvragen - daarvan hadden ze een grote afkeer, hoewel ze steeds ten volle orthodox wilden zijn - maar om een eenvoudig en praktisch geestelijk leven.

Ze wilden leven met de Bijbel als richtsnoer en de psalmen voortdurend op de lippen. En vooral in het hart: in eindeloze reeksen gebeden werden psalmen en andere teksten uit de Schriften gereciteerd. Er zijn voorbeelden bekend hoe soms honderden gebeden per dag werden opgezegd. Enorme stukken uit de Heilige Schrift kende men uit het hoofd. Een vader bad onafgebroken woorden uit Psalm 51: „O God, wees mij genadig naar uw goedertierenheid; delg uit mijn overtreding naar de grootheid van uw barmhartigheden".

Vrije wil
Er blijkt hieruit, dat men er diep van is doordrongen dat het de zonden zijn die scheiding maken tussen God en de mens. Maar anderzijds leeft bij de eremieten ook de gedachte, dat men in eigen zedelijke kracht en uit eigen vrije wil de heilsweg kan gaan. En in feite heeft de eenzaat ook de omgang met andere gelovigen niet nodig, noch de Kerk en haar sacramenten. Weliswaar wordt te midden van hen de zondagse eredienst, met het daarbij behorende avondmaal, gevierd, maar het heeft geen wezenlijke of onmisbare betekenis.

Nog een ander aspect verdient aandacht: men heeft visionaire belevenissen waarin bovenaardse en toekomstige dingen worden geschouwd; men verricht talrijke genezingen; men beleeft optrekkingen tot in het paradijs. Echter, ook bij de woestijnvaders blijkt, dat het sterke benen moeten zijn die deze weelde aan geestelijke krachten en bevindingen kunnen dragen.

Niet Paulus' uiteindelijke roemen in zwakheden wordt in de levensbeschrijvingen en spreuken voldoende centraal gesteld. Weerzinwekkend is soms de geestelijke hoogmoed en zelfverheffing die blijkt uit de houding van deze vaders. Beangstigend dikwijls hun verlossingstheologie, wanneer aan eigen vrije wil een belangrijke rol wordt toebedeeld. Maar weldadig, leerrijk en invloedrijk hun visie op de werking van de Geest in het hart van de gelovige.

Het is vooral door dit laatste - èn tevens door hun ascetisch ideaal - dat deze „Oudvaders of Woestijniers" een belangrijke betekenis hebben gehad voor later tijden.

We willen dit in een tweede en afsluitend artikel bezien. Leidraad bij onze oriëntatie en waardering zou hierbij kunnen zijn een woord dat Luther schreef ter inleiding bij een Latijnse uitgave van de Levens der vaders, voor het eerst verschenen te Wittenberg in 1544: „Er zijn in dit boek (...) vele voortreffelijke woorden en daden, die men als kruimels van de evangelische tafel verzamelen, en niet met het afval wegwerpen moet (...)".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.