+ Meer informatie

Kerk en catechisatie II

6 minuten leestijd

Zaak van de kerkeraad

De catechisatie is geen zaak van de dominee alleen. Zo was het in het verleden meestal wel. De predikant regelde alles omtrent de catechisatie alleen. De kerkeraad had geen enkel contact met deze arbeid en op de kerkeraadsvergadering werd er nimmer over gesproken of er moest wel een zeer bijzondere reden voor zijn. Men is nu langzamerhand wel gaan inzien dat in deze manier van doen een zeer groot tekort is. Allereerst ten opzichte van de predikant, die heeft te catechiseren.

Komt hij voor het eerst in het ambt dan baart de catechese hem grote zorgen. Bij alle theologische opleidingen tot het ambt komt de opleiding tot catecheet tekort. Aan de prediking wordt veel aandacht besteed in de opleiding, aan de catechisatie te weinig. Voor de catechisatie is meer dan theologische kennis alleen nodig. Het is zelfs moeilijk voor iemand die theologisch heeft leren denken om het groot geld van Schrift en belijdenis op de catechisatie in kleine pasmunt door te geven. Dat vereist naast theologische ook paedagogische en didactische vorming. En wat vooral hier van betekenis is: de praktische vorming.

En aan deze drie elementen heeft de beginnende catecheet een groot tekort. Een tekort in zijn opleiding, dat ook in de huidige situatie niet zo gemakkelijk overwonnen wordt.

Hij heeft dan ook soms het gevoel, als hij aan de catechisatie beginnen moet, van een recruut die, pas opgeroepen, bevorderd zou worden tot commandant van de troep.

De kerkeraad dient zich daarvan bewust te zijn en er rekening mee te houden in zijn belangstelling en advies voor de catechisatie. Dat zal de predikant tot steun kunnen zijn. Vervolgens dient de kerkeraad aandacht te geven aan de catechisatie om het grote belang van dit werk voor de gemeente. Ik ben van mening dat dit te weinig beseft wordt. Men schrijft wel in de beroepsbrief onder de diensten, die van de te beroepen predi kant gevraagd worden: ”het onderwijzen van de kinderen van de gemeente in de leer, die naar de godzaligheid is, in wekelijkse catechisaties, uit leerboeken door de kerkeraad goedgekeurd,” maar schenkt er verder weinig aandacht aan.

De te beroepen predikant wordt meestal zeer eenzijdig beoordeeld naar de prediking; informaties over zijn bekwaamheid om te catechiseren worden meestal niet ingewonnen. En toch is de manier waarop de jeugd onderwezen wordt voor de toekomst van de kerk van niet minder betekenis dan de prediking.

De kerkeraad draagt de predikant via deze beroepsbrief het werk van de catechisatie op. Daarom reeds behoort de kerkeraad aandacht aan deze ambtelijke taak van de predikant te geven.

Het is dan ook volkomen juist dat onder de vragen voor de kerkvisitatie, wanneer het gaat over het werk van de ouderlingen, gevraagd wordt: „Bezoeken zij van tijd tot tijd de catechisatiën, om te zien, hoe zij gehouden en bezocht worden en staan de de ouderlingen desgevorderd de predikant in het catechiseren bij?” Vr. 58 Reglement Kerkvisitatie 1967.

Deze vraag gaat dus van de gedachte uit dat de catechisatie vooral aandacht van de ouderlingen dient te hebben. Zij wijst twee gezichtspunten aan voor de noodzaak van dit bezoek. Het eerste is dat gelet wordt op de wijze waarop het onderwijs aan de jeugd gegeven wordt. Hier zal wel niet bedoeld zijn de methode van het onderwijs maar meer de inhoud. Deze dient in overeenstemming met Schrift en belijdenis te zijn. De catechisatie valt dus onder het „opzicht” van de ouderlingen. Op de catechisatie mogen, evenmin als op de preekstoel, vreemde leringen gebracht worden. Er mag geen verkeerd zaad in de jonge harten gezaaid worden

Het tweede gezichtspunt in de vraag geldt het bezoek van de catechisatie. Dit raakt dus de jeugd zelf.

De predikant zal ook op de getrouwheid van het bezoek aan de catechisatie letten en daarvan aantekening houden. Op de kerkeraad zal hij daarvan verslag doen ook al zal hij ook zelf de oorzaak van dat verzuim zoeken op te sporen en weg te nemen. De ouderlingen zullen er van op de hoogte moeten zijn in welke gezinnen dit verzuim het meest voorkomt, opdat zij er bij huisbezoek op kunnen wijzen. Op dit punt moet er een goede samenwerking zijn tussen catecheet en ouderlingen.

Een derde gezichtspunt in de vraag raakt een andere zaak. Ouderlingenbezoek is goed opdat ze desgevorderd de predikant in het catechiseren kunnen bijstaan. Wanneer de broeders ouderlingen niets weten van de gang van zaken op de catechisatie kunnen ze ook niet, zo dit nodig mocht zijn, invallen voor de predikant. Bij ziekte of andere ernstige zaken kan het toch voorkomen dat de predikant zijn werk niet kan doen. Het is niet goed dat het onderwijs aan de jeugd dan onmiddellijk stil gezet moet worden. Eén van de ouderlingen, die dit het best kan doen, zal dan als vervanger kunnen fungeren.

Wat nu dit bezoek aan de catechisatie betreft dit heeft nogal eens weerstand ontmoet bij de broeders ouderlingen. Zij meenden, dat het niet op hun weg lag en van indringerigheid ten opzichte van het werk van de predikant getuigde.Dit laatste is niet juist, zeker niet wanneer de kerkeraad de zaken van de catechisatie bespreekt en dus het bezoek naar beurt regelt.

Aan dit bezoek is wel eens de verkeerde uitleg gegevfen dat het diende om de predikant bij te staan in het handhaven van

de orde op de catechisatie. Zo is het nimmer bedoeld en zo dit al nodig mocht zijn wel een allerlaatste hulpmiddel.

Voor de jeugd zelf is het geregeld bezoek van de ouderlingen nuttig. Zij zien er dan in dat de catechisatie niet een zaak van de dominee alleen is maar van de kerkeraad. In de ambtelijke praktijk heb ik meermalen meegemaakt dat broeders wat wonderlijk tegen het catechisatiebezoek aankeken, wanneer het hun beurt was. Maar ook heel vaak bleek het later een grote voldoening te geven voor de broeders zelf.

Het lijkt mij niet juist het catechisatiebezoek alleen als een taak voor de z.g.n. jeugdouderling te zien. Hij zal misschien wel de meest aangewezene zijn de predikant bij plotselinge verhindering te vervangen. Hij kent de jeugd meer dan andere broeders. De regeling van het bezoek zal men het best zo kunnen opzetten dat gedurende de periode dat catechisatie gegeven wordt, bij toerbeurt een broeder wordt aangewezen, die, binnen een tijdsbestek van twee maanden, al de catechisaties (en misschien ook al de verenigingen) bezoekt.

Op de kerkeraadsvergadering kan dan verslag van het bezoek worden uitgebracht. En naar aanleiding daarvan kunnen belangrijke punten besproken worden.

Het levend verband tussen kerkeraad en catechisatie zal daardoor bevorderd en onderhouden worden.

Dat ook andere kerkelijke vergaderingen dan de kerkeraad zich met de belangen van de catechisatie kunnen bezig houden hopen we in een volgend art. te zien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.