+ Meer informatie

EEN NIEUW HANDBOEK PASTORAAT

12 minuten leestijd

Inleiding

Wie op zoek gaat naar een handboek over pastoraat dat geschreven is met het oog op kerken van gereformeerde signatuur, komt al snel uit bij oudere werken. Kortom: een nieuw handboek dat ingaat op de huidige stand van zaken, is meer dan welkom. Het handboek pastoraat dat nu is versehenen, mag erzijn. Het is met zorg uitgegeven, voorzien van een stevige band en kennelijk bedoeld om een flinke tijd mee te kunnen. Op zich is dat reeds een felicitatie waard aan de auteurs en aan de uitgeverij.

Voor wie is dit handboek bedoeld? Gezien de inhoud is het boek geschreven voor zowel predikanten en pastoraal werkers als ook voor ambtsdragers. De medewerkers (m/v) zijn afkomstig uit de breedte van de gereformeerde gezindte. Onder hen bevinden zich ook drs. A. Baars en prof.dr. W.H. Velema.

Inhoud

De inhoud van het handboek is globaal onder te verdelen in twee categorieën. Het eerste deel gaat over de achtergronden van het pastoraat. Deze eerste vijf hoofdstukken dragen een informatief en bezinnend karakter. Achtereenvolgens komen aan de orde de vraag: wat is pastoraat?, de pastorale gemeente, de pastorale werker, het bezoek en het pastorale gesprek. In de tweede afdeling staat de praktijk van het pastoraat centraal. De hoofdstukken zes tot en met acht gaan in op pastoraat aan zieke mensen, pastoraat rond huwelijk en seksualiteit en pastoraat bij rouw. Het negende hoofdstuk behandelt speciale vormen van pastoraat. Tot slot zijn er nog twee hoofdstukken waarin het gaat over spiritualiteit en ethiek in het pastoraat en over de plaats van de bijbel en het gebed in het pastoraat. Waarom deze laatste twee hoofdstukken achteraan zijn geplaatst, is mij niet duidelijk. Gezien de inhoud passen ze veel beter in het eerste, meer bezinnende deel van het handboek.

Wat is pastoraat?

Het eerste hoofdstuk begint met een beknopt overzicht van een paar belangrijke stromingen in het pastoraat. De argeloze lezer zou bijna denken dat pastoraat pas echt begonnen is in de twintigste eeuw. Een historisch overzicht ontbreekt geheel. Juist in een handboek is dat jammer. De grote lijnen vanuit de historie (m.n. Reformatie en Nadere Reformatie) naar de huidige situatie zijn boeiend en leerzaam. De liturgische formulieren waarmee ambtsdragers nu nog steeds in hun dienst worden aangesteld, hebben dwarsverbindingen met de belijdenis en de kerkorde die op hun beurt ook weer diepe historische worteis hebben.

Drie Stromingen worden getekend: kerugmatisch, therapeutisch en hermeneutisch pastoraat. Typerend voor kerugmatisch pastoraat is de centrale plaats voor het Woord (kerugma). Kerugmatisch pastoraat is verbonden met de naam van de Zwitserse theoloog E. Thurneysen. De tekening van diens positie heeft mij niet erg overtuigd. Doordat Thurneysen in het pastoraat zo’n centrale plaats voor het Woord van God inruimt, is hem verweten dat hij van het pastorale gesprek een privé-preek maakt. Een bekende leerling van Thurneysen, R. Bohren, heeft laten zien dat dit verwijt niet terecht is. Het gaat er Thurneysen om dat het heil van God in zowel prediking als pastoraat niet van mensen kan komen, maar alleen van God. Thurneysen gaat erg ver om zich in te leven in de omstandigheden van mensen, opdat het Woord met het oog op hun (pastorale) situatie tot klinken wordt gebracht. Aan deze elementen moet recht gedaan worden om een genuanceerde beoordeling van Thurneysen te geven.

Therapeutisch pastoraat leunt sterk aan tegen inzichten uit de psychologie. Hermeneutisch pastoraat probeert het levensverhaal van mensen te lezen als een tekst. De mens als tekst en de tekst van de bijbel worden dan op elkaar betrokken. In ons land is deze methode van pastoraat sterk bepleit door prof.dr. G. Heitink. Daarbij gaat Heitink ervan uit dat de mens als tekst en de bijbeltekst, ervaring en openbaring even belangrijk zijn. Op dit punt maakt dr. H.C. van der Meulen wel enkele kritische opmerkingen, maar omdat de gedachten van Heitink het hart van de theologie raken, had Van der Meulen wel duidelijker mogen laten merken of hij vindt dat hermeneutisch pastoraat past in kerken van gereformeerde belijdenis.

De kern van de eigen definitie van pastoraat in hoofdstuk 1 is het omzien naar mensen. Nu wordt wel gezegd dat dit gebeurt onder de hoede van de Goede Herder, in gehoorzaamheid aan zijn Woord, in de kracht van de Heilige Geest, vanuit de gemeente en in de context van de samenleving. Maar wat het doel van dit omzien is, wordt niet expliciet gemaakt. Een heldere verbinding met het hart van de theologie ontbreekt. Omzien naar mensen is een goede zaak. Maar dat pastoraat te maken heeft met de beweging van God uit naar mensen toe om hun leven te behouden, te heiligen en heerlijk te maken, komt niet voldoende naar voren. Daarom blijft het eerste hoofdstuk te veel in algemeenheden steken.

De pastor in de pastorale gemeente

Over de pastorale gemeente schrijft dr. A. Noordegraaf. Hij maakt naar aanleiding van het thema ambt en gemeente duidelijk welke plaats ambtsdragers hebben in de gemeente. Lijnen uit de Schrift en uit het verleden worden doorgetrokken naar de actuele situatie van de gemeente. Zo ontstaat een kleurrijk, boeiend en eigentijds beeld van de mogelijkheden om het pastoraat gestalte te geven in het midden van de gemeente. Er wordt in de huidige kerkelijke en maatschappelijke omstandigheden veel gevraagd van een pastor. Het doet weldadig aan dat drs. A. Baars bij de behandeling van het werk van de pastor de levende relatie tot God voorop stelt. Hierdoor komt uit dat de band tussen Christus en de pastor die in zijn dienst Staat geen formaliteit is, maar beslissende voorwaarde. Op een nuchtere manier wordt geschreven over de moeiten die een pastor kan tegenkomen. Het gaat niet alleen over problemen bij anderen, maar ook over de grenzen die de pastor zeit ervaart, persoonlijk en ambtelijk. De praktijk van het pastorale bezoek wordt gedetailleerd aan de orde gesteld. Predikanten en ouderlingen zullen hier hun winst mee kunnen doen. Het huisbezoek en andere (minder formele) bezoeken worden tegen het licht gehouden. De geestelijke inhoud van deze gesprekken Staat centraal; toch geeft drs. Baars er blijk van dat hij weet hoe dicht de dingen van het gewone leven en het geestelijke leven bij elkaar kunnen liggen. Hij pleit voor een ongedwongen, natuurlijke verbinding van deze elementen in een open gesprek van hart tot hart.

Voor de pastor is het heel belangrijk een gesprek te kunnen voeren. Daarom is het goed dat in dit handboek aandacht wordt besteed aan gespreksvoering. In een gesprek ontmoeten verschwende mensen elkaar. Van twee kanten wordt aan een gesprek gebouwd. Het gaat niet “vanzelf goed. Voortdurend moet de pastor erop bedacht zijn hoe zijn woorden en zijn houding op de ander overkomen. Ik ben niet gelukkig met de uitdrukking dat een pastorale grondhouding van aanvaarding een “vorm van genadeverkondiging” is (blz. 96). Ik begrijp wel dat het aanvaarden van wie de ander is (in woord en daad) een belangrijk uitgangspunt vormt voor het pastorale gesprek. Zo’n houding doet weldadig aan en past helemaal bij de boodschap van Gods Woord. Toch is zo’n houding op zich nog geen genadeverkondiging (een gedachte die wel in allerlei pastorale literatuur is te vinden). Overigens is de bijdrage van drs. M.A. de Ronde over de pastorale gespreksvoering zeer de moeite waard. Met praktijkvoorbeelden wordt duidelijk gemaakt hoe belangrijk luisteren is, hoe storingen in een gesprek kunnen optreden en hoe dat vermeden kan worden. Niet dat pastorale gesprekken tot een “succes” worden als we maar de juiste gesprekstechniek volgen, maar wie in alle ernst bidt om de leiding van de Heilige Geest, moet ook niet zeit allerlei hindemissen opwerpen in het pastorale gesprek. De volle ruimte moet opengaan voor God en Zijn Woord.

Verschiliende pastorale situaties

Veel pastorale tijd en aandacht wordt besteed aan gemeenteleden die ziek zijn. Dr. M.J. Paul tekent de belevingswereld van (soms langdurig) zieke mensen. Niet alleen wordt het ziekenbezoek aan huis besproken, maar ook in het ziekenhuis. In kort bestek wordt veel geboden voor ambtsdragers die bij zieken op bezoek gaan. Nadrukkelijk ruimt dr. Paul een plaats in voor ambtelijke handelingen in het pastoraat aan zieken: doop, avondmaal en ziekenzalving. De argumenten voor de sacramentsbediening in het ziekenhuis hebben mij niet echt kunnen overtuigen. Sacrament en gemeente moeten m.i. zoveel mogelijk bij elkaar gehouden worden. Het punt van de ziekenzalving is de laatste jaren opnieuw in de belangstelling gekomen. Het is bekend dat de reformatoren daar niets van wilden weten. Het is de vraag of een teruggrijpen naar de gewoonte van de eerste eeuwen van de kerkgeschiedenis een uitweg biedt om de discussie tussen voor- en tegenstanders te beslissen. Het gevaar van misbruik of misverstaan van handoplegging en zalving (als magische handelingen) lijkt mij in de huidige multi-religieuze samenleving zeker niet afwezig. En dat was nu juist het voomaamste argument voor de reformatoren om er afstand van te nemen.

Huwelijk en seksualiteit zijn tere zaken. Ook deze gaven van God zijn niet onaantastbaar voor het bederf van de zonde. ledereen die in de gemeente pastoraat bedrijft, weet dat er veel verdriet op deze terreinen wordt gevoeld. Ds. L.M. Vreugdenhil gaat daar op in. Hij geeft ruim aandacht aan relatieproblemen in het huwelijk. Overigens komt de onderlinge verscheidenheid van de auteurs die aan dit boek meewerken, hier wel uit. Ds. Vreugdenhil ziet er geen bezwaar in om de vragen in een huwelijksdienst aan te passen om de ongelovige partner de gelegenheid te geven een eerlijk antwoord te geven. Dat in de meeste gevallen van echtscheiding de enig mogelijke houding van een kerkenraad zou zijn om er zich maar bij neer te leggen, is op z’n zachtst gezegd wel erg kort door de pastorale bocht. Dat ds. Vreugdenhil kerkenraden bekritiseert wanneer zij op grand van de Schrift een eigen standpunt innemen over de (voorgenomen) echtscheiding, komt vreemd over. Het kan toch niet de bedoeling zijn dat de kerk kritiekloos aansluit bij de bedenkelijke huwelijks- en echtscheidingspraktijken van onze tijd? Het “gij geheel anders” moet toch ook op het terrain van het zevende gebod gestalte krijgen in de gemeente? De sfeer van artikel 70 van de onder ons geldende kerkorde (m.n. de bepalingen daarbij) ademt een andere sfeer. Duidelijker dan bij ds. Vreugdenhil gaat het daar om pastorale begeleiding die uitgaat van de kracht van Gods genade die verootmoediging bewerkt en de weg wijst van herstel en vemieuwing. Tenslotte noemt ds. Vreugdenhil een viertal sterk verschillende opvattingen over homofilie. Hij volstaat met een opsomming van standpunten, zonder zelf positie te kiezen. Zijn advies luidt: laten homofielen een pastor zoeken die in zijn opvattingen het meest aansluit bij de eigen belevingswereld (p. 174). Een bedenkelijk advies in het licht van de Schrift, aangezien de vierde opvatting ervan uitgaat dat een homoseksuele relatie een waardevolle variant is op de heteroseksuele vorm.

Van werkelijke pastorale diepgang getuigt het hoofdstuk over rouw en verlieservaringen. Drs. M.A.T. van der Kooi-Dijkstra bespreekt verschillende vormen van verlieservaringen (mensen om je heen, maar ook: gezondheid, geld of goed, werk). Zij beschrijft rouw als het persoonlijk antwoord dat mensen geven op het verlies van een betekenisvol persoon (of een betekenisvol iets). Over troost, rouwdienst, het begraven en de pastorale zorg daaromheen worden rake dingen gezegd.

Speciale vormen en slot

Negen speciale vormen van pastoraat zijn ondergebracht in één hoofdstuk. De onderwerpen lopen uiteen van crisispastoraat tot jeugdpastoraat en van pastorale zorg bij incest tot pastoraat random doop en avondmaal. De geboden informatie is weliswaar erg kort, maar ter zake en actueel. Bij het lezen van dit hoofdstuk vroeg ik mij af wat er de reden van is dat in dit handboek zowel de pastorale zorg rond ziekte als ook het pastoraat random rouw uitgebreid besproken worden, maar jeugdpastoraat beknopt. Ik bedoel dat niet als kritiek; het is meer nieuwsgierigheid. Het zou in dit handboek zeker niet uit de toon gevallen zijn wanneer de onderwerpen die nu in het kort behandeld werden, wat ruimer voor het voetlicht waren gehaald.

De twee slothoofdstukken nemen de lezer opnieuw mee naar het hart van de zaak. Professor Velema schrijft over spiritualiteit en ethiek in het pastoraat. Hij brengt daarbij de persoonlijke spiritualiteit van de pastor ter sprake. Om leiding te geven aan de schapen van de kudde, heeft de pastor ook zelf nodig: groei in het geloof, helder zicht op de toeëigening van het heil in eigen hart en in het hart van de gemeenteleden. Met praktische voorbeelden erbij voert professor Velema een pleidooi voor een open en eerlijk pastoraat waarbij de pastor en de mensen die hij bezoekt weten waar ze aan toe zijn met elkaar en met de beloften van Gods Woord. Op dit laatste punt gaat dr. E.S. Klein Kranenburg verder door. Hij schrijft over de plaats van Woord en gebed in het pastoraat. Dr. Klein Kranenburg spreekt graag over de vertolking van de Schrift in het pastoraat. Over de terminologie valt te twisten. Is vertolking niet een wat vrijblijvend woord? Geeft vertolking misschien te veel ruimte voor een persoonlijk gekleurde invulling van de boodschap die men als ambtsdrager brengt? Ambtsdragers en gemeenteleden willen wel samen buigen voor net Woord, maar misschien niet voor elke vertolking van dat Woord. Ondertussen is de zaak waar het om gaat wel duidelijk bij dr. Klein Kranenburg. Woord en gebed hebben een centrale plaats in het pastoraat. Met kennis van zaken en gericht op de praktijk worden voorbeelden gegeven hoe in het pastoraat het Woord de volle ruimte krijgt en ook kan aankomen bij gemeenteleden.

Tot slot

Door de gevarieerdheid van onderwerpen zal dit handboek een breed publiek aanspreken. Men kan erin terecht voor informatie, toerusting, bezinning en praktische aanwijzingen. Het verwondert niet dat auteurs van zulke verschillende kerkelijke achtergrond niet allemaal op één lijn zitten. Vooral op het punt van huwelijk en seksualiteit komt dit naar voren. Wie het handboek in de praktijk wil gaan gebruiken, zal met dit verschil rekening moeten houden.

Om de hier geboden hoeveelheid informatie snel toegankelijk te maken, is een naamen zaakregister nodig. Helaas is dat afwezig. Ik heb dat als een vervelend ongemak ervaren. De lezer moet nu de weg zien te vinden aan de hand van een uitgebreide inhoudsopgave. Misschien iets voor de tweede druk?

N.a.v. H.C. van der Meuten (red.), Liefdevol oog en open oor. Handboek pastoraat in de christelijke gemeente. Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer 1999. 340 blz. f 57,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.