+ Meer informatie

De andere kant van Ierland

12 minuten leestijd

Het Noordiers Verkeersbureau heeft al jaren te kampen met een aartsvijand: de wereldpers. De media schrijven alleen over de slachtoffers. Hoe prachtig Noord-Ierland buiten alle geweld om is, doet er dan niet meer toe. Noord-Ierland is in oorlog, basta! Hoog tijd om het een en ander recht te zetten. We trokken een route dwars door het land en letten niet op grenzen van hetBritse Noord-Ierland en de zelfstandige republiek.

Een van de mooiste routes van Noord-Ierland heet de Glens of Antrim; Glens of Beauty zou een betere naam zijn. Glens zijn bergdalen en er zijn er hier negen van. Nog geen 150 jaar geleden stroomden hier ruige rivieren dwars door de kloven de zee in en woonde hier een enkele kluizenaar, die zichzelf boer noemde. Voor Ierse begrippen was het ook een boer, maar als buitenlander moet je haast wel denken dat iedere Ier een teruggetrokken, introverte kluizenaar moet zijn. Buiten de weinige steden om staan de huizen in NoordIerland -in de Repubhek geldt Het Noordiers Verkeersbureau heeft al jaren te kampen met een aartsvijand: de wereldpers. De media schrijven alleen over de slachtoffers. Hoe prachtig Noord-Ierland buiten alle geweld om is, doet er dan niet meer toe. Noord-Ierland is in oorlog, basta! Hoog tijd om het een en ander recht te zetten. We trokken een route dwars door het land en letten niet op grenzen van het Britse Noord-Ierland en de zelfstandige republiek. hetzelfde- overdreven ver van elkaar vandaan, als een accentuering van onafhankelijkheid en teruggetrokkenheid. Deze eigenschappen horen bij de natuur van Ieren. En ze hebben alle ruimte, dus waarom ook niet.

Landbouw
Vijf miljoen mensen leven er, op een oppervlakte zo groot als 2 /i keer Nederland. De landbouw heeft volop de ruimte, en is een belangrijk bestaansmiddel in Ierland. Ook het klimaat helpt daarbij een handje. De regenval is goed verdeeld en dankzij de warme golfstroom is er bijna nooit sneeuw en vorst. Runderen en schapen gedijen prima. Twintig procent van de export bestaat uit landbouw- en veeteeltprodukten, al gaat het de laatste jaren snel bergafwaarts met de landbouw. In het Ulster museum van Belfast is een interessante tentoonstelling te zien over de geschiedenis van de landbouw in Ierland, inclusief bakjes met duizenden jaren oud graan. Waar de Ieren nog steeds de rillingen van kunnen krijgen, is de Grote Hongersnood, eind jaren veertig van de vorige eeuw. Het staat inderdaad met hoofdletters geschreven, want er kwamen meer dan een miljoen mensen bij om. Toentertijd leefde nog twee derde van de Ieren van de landbouw. Drie jaren achtereen (1845, '46 en '47) mislukte de aardappeloogst, wat de catastrofe tot gevolg had. Een miljoen mensen ontvluchtten het rampgebied en weken uit naar Amerika. Dat is er de hoofdoorzaak van dat er nu meer Ieren in Amerika wonen dan in Ierland zelf.

Legendes
De Glens of Antrim lopen van Larne, een kilometer of vijftig ten noorden van Belfast, minstens tot aan Ballycastle. Dit wordt de mooiste kuststrook van de Britse eilanden genoemd. Geen gebied in Ierland is er waar meer legendes en mythes over te vertellen zijn dan over "de Glens", ongetwijfeld een gevolg van de ruigheid en ondoordringbaarheid van het gebied. De rotskliffen waren berucht binnen de scheepvaart en ook nu nog markeren talloze vuurtorens de levensgevaarlijke zeeroute. In de grillige sfeer van de Noordierse oostkust passen haarspeldbochten, vooral van die venijnig kleine. Om de hoek kan dan zomaar een schaap vlak voor je opdoemen, maar temporijden zit er toch al niet in, dus het beest overleeft het wel. Niemand vindt het trouwens erg om lang te doen over de Glens. Een goede kans om de lucht van verbrande turf op te snuiven. Alle Ieren zijn blijven stoken op turf. Wat wil je ook, als de brandstof gewoon in je achtertuin voor het oprapen ligt. Ook Ierse elektriciteitscentrales stoken met turf. Wij gebruiken in Nederland trouwens ook turf > uit Ierland, maar gooien het in de tuin.

Basaltzuilen
De Glens of Antrim komen uit op de noordkust van Noordlerland, waar de grootste toeristische attractie van het land te vinden is: Giant's Causeway. Rare zeshoekige, gegroepeerde nepbasaltzuilen, die toch echt natuur blijken te zijn. Indrukwekkend zijn ze, bijna ongelooflijk. De basaltzuilen lopen over de bodem van de Ierse zee naar Schotland en vormen daardoor een prachtige basis voor een enge legende over een Schotse reus. Newgrange, zo'n veertig kilometer boven Dublin, is een vijfduizend jaar oude grafheuvel uit de keltische tijd, waarvoor de Ieren misschien wel iets te veel reclame maken. Newgrange, het paleis van de keltische god Aengus, heeft hetzelfde principe als een piramide, maar de Ieren pochen dat hun grafheuvel ouder is dan welke piramide in Egypte ook. Het is een graf met een kleine ruimte in de kern waar de lichamen werden begraven. Opmerkelijk zijn de namen van vroegere bezoekers van de elfmeter hoge graf heuvel, die vaak eeuwen geleden birmen in de wanden zijn gekerfd. De 'deuren' van Newgrange gingen namelijk al open in 1699. De gids spreekt schande van dit vandalisme, maar eigenlijk is het best grappig. In de zomer moeten dagelijks grote aantallen bezoekers worden weggestuurd vanwege de massale drukte.

Openbaar vervoer
Een hoogst redelijk alternatief voor de soepele vakantieganger is, buiten de steden om, Zuidwest-Ierland en dan met name het schiereiland Dingle. Er zijn in dit gebied vijf schiereilanden, maar Dingle wordt algemeen gezien als het mooiste. Met het openbaar vervoer vanuit Dublin naar Dingle (ruim 300 kilometer) duurt lang, zeven uur op z'n minst. Veel te lang natuurlijk, voor Nederlandse begrippen, en onbegrijpelijk. Maar het openbaar vervoer in Ierland is nu eenmaal knudde met een rietje en daar moet je als flitsende toerist aan wennen. Zelfs tussen de grote steden Dublin en Belfast (afstand 165 kilometer) rijdt maar vier keer per dag een trein. Maar eenmaal in Zuidwest-Ierland gearriveerd heeft de serene rust ook de jachtige Nederlander in de greep. Ineens zijn de fiets en de benenwagen de ideaalste vervoermiddelen. Snelheid zegt hier helemaal niets, je gaat zo hard als je gaat en dat overschrijdt de 15 kilometer per uur niet. Bovendien rijd je links, tenminste, dat is de bedoeling in Ierland, en moet je je handen goed aan het stuur houden.

Gaelic
Dingle-peninsula (schiereiland) barst bijna uit zijn voegen door de onvoorstelbare hoeveelheid overblijfselen uit de voor- en vroeg-christelijke eeuwen. Je moet hard fietsen wil je in een dag alles zien. Omdat je dat niet doet, al was het enkel uit respect, is een keuze uit het aanbod noodzakelijk. Tenslotte bevind je je in het gebied waar de Ierse "roots" het diepst liggen. Hier wordt door de meeste mensen nog de keltische taal, het Gaelic, gesproken. Gaelic is een verplicht vak voor alle Ierse leerlingen tot 17 jaar, maar in het dagelijks leven heeft het Engels het overduidelijk gewonnen. Behalve hier dus. Ieder jaar komen talloze Ieren naar Dingle om op speciale scholen de kennis en vaardigheid van het traditionele Gaelic op te halen. Het uitgangspunt voor mijn fietstocht (46 kilometer) over het uiteinde van het schiereiland is Dingle, de plaats waar een meerderheid van de internationale toeristen neerstrijkt, wat dan ook duidelijk te zien is.

Monumentenbouw...
Heuvel op, heuvel afgaat het, wanneer ik vanuit Dingle de Slea Head-route volg. Een grillige weg, om rotsen heen en het constante contact met de Atlantische Oceaan. Alles wat hier ooit gebouwd is, houdt daar verband mee. Tegen de berghellingen staan beehives, kleine bijenkorfVormige hutten, in groepjes bijelkaar, afkomstig uit de vroeg-christelijke tijd en niemand weet precies wie erin gewoond hebben. Waren het monniken, boeren of jagers? Boeren van nu vragen een vergoeding om de hutjes te mogen zien, zoals ze dat bij eigenlijk alle monumenten in de omgeving doen. Het is een aardige inkomstenbron geworden sinds het toerisme is komen opzetten. Er doet een verhaal de ronde dat de streekbewoners ieder jaar een paar monumenten bijbouwen... Staand op het uiterste westpuntje van Europa, Slea Head, vergeet je de tijd. Het najaar is de beste periode om dit deel van Ierland te bezoeken, verzekert een inwoner van het piepkleine dorpje Ballyferriter. Veel zon, en weinig toeristen. In de zomer is meestal het omgekeerde het geval.

Eenheid
Eén attractie mag bij een bezoek aan Dingle niet vergeten worden, is me verteld: Gallerus Oratory. Eigenlijk wil je er niet aan dat dit een van de oudste christelijke kerken ter wereld is. Het gebouwtje, in de vorm van een omgekeerd schip, meet net vier bij drie meter. Toch is het zo. Nog opmerkelijker is dat het zonder cement gebouwde kerkje na twaalfhonderd jaar nog geen druppel water doorlaat. En het heeft toch al een heel aantal regenbuien op z'n dak gehad. En geloof me, Ierse regenbuien zijn echt heftig. Het leuke van monumenten kijken in Ierland is dat het lijkt alsof je niet alleen het verleden, maar ook het heden leert kennen. De keltische kruizen, de beehives, de forten, ze staan er, als waren ze gisteren gebouwd en neergezet. Ze vormen een perfecte eenheid met het landschap zoals de Ieren van nu het hebben ingericht. Want Ieren zijn en blijven verknocht aan het platteland. Een bezoek aan de stad is daarom ook bijna een bezoek aan een andere cultuur. Maar ook daar is in de loop der eeuwen een stukje Ierland gegroeid.

Belfast
Menig sociaal-politicoloog wijt de problemen in Noord-Ierland in ieder geval deels aan het feit dat de Ieren op elkaar gepakt zitten in steden als Londonderry en Belfast. En dat is niets voor hen. Ieren hebben ruimte nodig. Ruimte voor henzelf en voor hun families. Belfast is voor de toerist en de terrorist, maar ondanks dat toch wel de moeite waard om rond te kijken. Militaire patrouilles en pantserwagens zijn niet weg te denken uit het straatbeeld van Belfast en Londonderry. Een beetje hypocriet is het misschien wel, om in de reisfolders met geen woord te reppen over het geweld in Noord-Ierland. Je krijgt als potentiële toerist toch een beetje het idee dat je niet het complete verhaal te horen krijgt. Je wordt simpelweg met je neus op de feiten gedrukt. De bespuwde vitrines in het Ulster museum bijvoorbeeld, waarin protestantsgetinte voorwerpen uit het verleden, wijzen op een fanatieke rooms-katholiek die de haat ten opzichte van 'de andere kant' duidelijk wilde laten merken. De receptionist van het hotel roept me bij zich als ik aangeef de stad te willen verkennen. Op een stadsplattegrondje streept hij straten aan: „Daar niet komen", luidt het kort, „te gevaarlijk." Het zijn straten waar het risico op autobommen en moordaanslagen bijzonder hoog is. En verder een plezierige avond, denk ik erachteraan.

Dublin
Dublin met zijn miljoen inwo- > ners is het visitekaartje van Ierland, hoe verengelst de stad ook moge zijn, met zijn rode dubbeldekkers en zwarte 'cabs'. Dublin is de stad waar het gros van de buitenlandse bezoekers in eerste instantie neerstrijkt en meestal ook blijft hangen. Hip, bijdetijd en trendy zijn hier sleutelwoorden, al staan ze soms in schril contrast met de historisch gegroeide tradities van het land. Of het nu om de National Gallery gaat, waar Ierse beroemdheden hangen, maar waar ook onze Rembrandt vertegenwoordigd is, of Christ Church Cathedral, het oudste gebouw van DubUn (12e eeuw), gebouwd door een tot het christendom bekeerde Viking; Dublin heeft het, zeker wat Ierland betreft. Het was niet voor niets de Culturele hoofdstad van Europa in 1991. Uitrusten in Bewley's koffiehuis is trouwens 'verplicht'. Ga, en u weet waarom.

St. Patrick
Armagh is de laatste plaats die op onze route ligt en moet, hoe klein het ook is, vermeld worden. Het in Noord-Ierland gelegen stadje, anderhalfuur met de bus vanuit Belfast naar het zuidwesten, is namelijk het geestelijke centrum van Ierland. Verantwoordelijk voor dit feit was St. Patrick, en die naam kom je overal in het land tegen. De Engelse zendeling, die in 432 naar Ierland kwam om het Evangelie te brengen, heeft een immens stempel achtergelaten op het religieuze en kerkelijke leven in Ierland. Naast de rooms-katholieke en de protestantse kerk, die, hoe toevallig, in eikaars zicht staan en Navan Fort, de vroegere residentie van de koningen van Ulster, zijn twee uiterst leuke tentoonstellingen het meest bezienswaardig. De ene vertelt de geschiedenis van Armagh en dus de Ierse kerk en de ander gaat over de avonturen van GuUiver in het land van Lilliput. Gekke combinatie, maar de oorzaak is dat Jonathan Swift, de wereldberoemde schrijver van Gulliver's Travels, het verhaal schreef in Armagh. De plaatselijke bibliotheek is de trotse eigenaar van de handgeschreven kopij van het beroemde boek. Met correcties van Swift zelf.

 Voor specifieke en algemene informatie kunt u terecht bij twee verkeersbureaus: Brits Toeristenbureau, Aurora-gebouw 5e, Stadhouderskade 2,1054 ES Amsterdam, tel.020-6855051. Verkeersbureau Republiek Ierland: Leidsestraat 32, 1017 PB Amsterdam, tel. 020-6223101 In de boekhandel zijn prima reisgidsen verkrijgbaar. Let echter wel goed op de inhoud, want niet alle gidsen behandelen Noord-Ierland.

Hotels/campings
Omdat Noord-Ierland niet beschikt over een goed gesmeerde toeristenindustrie, is het aan te raden u van tevoren op de hoogte te stellen van de mogelijkheden. Voordeel is dat u vrijwel altijd een hotelkamer heeft, ook zonder reservering. Dublin daarentegen vereist bijna het hele jaar door reservering. Hotels in Belfast zijn voor een hoofdstad niet bijzonder duur (rekent u gemiddeld op ongeveer 80 a 120 gulden per persoon per nacht), maar de prijzen schommelen enorm en beginnen al bij vijftig gulden. Het Youth-hostel ligt redelijk buiten het centrum in ZuidBelfast en kost 23 gulden per nacht. In Dublin zijn de hotels luxe maar duur. Campingparken zijn er in heel Ierland en ze zijn bovendien goedkoper en vaak gezelliger.

Vervoer
Openbaar vervoer in heel Ierland is slecht en duur. De treinen op zich zijn wel luxe. Eigen vervoer verdient de voorkeur.

Eten
Ieren eten slecht. Ierland kent niet voor niets de hoogste cijfers op het gebied van hart- en vaatziekten. Het voedsel is vaak vet en erg machtig. Bovendien zult u veel moeite moeten doen om lekkere groenten te bemachtigen. Het "Full Irish Breakfast" is berucht. Beroemd is de Ierse whiskey, vooral die uit Bushmills (Noord-Ierland) en de Guinness-bier. Het laatste vertoont opvallende overeenkomsten met dropwater. Ten slotte: Ieren zijn hartelijk en vriendelijk. Een warmte van het Ierse kaliber komt niet veel meer voor in een 'toeristenland'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.