+ Meer informatie

Olievlekwerking

3 minuten leestijd

„De meeste mensen eten met mes en vork, Edwin via een slangetje". Dit zei kortgeleden de vader van Edwin van der Hoff, toen hij in beroep kwam tegen de beslissing van de bedrijfsvereniging, die de vergoeding voor de sondevoeding aan de al vier jaar in coma liggende Edwin had stopgezet.


De bedrijfsvereniging beriep zich op de uitspraak van het Arnhemse hof, dat in de zaak rond comapatiënte Ineke Stlnissen had bepaald dat het toedienen van voedsel en vocht via een sonde een medische handeling is. De stelling dat er sprake zou zijn van zinloos medisch handelen, werd overigens niet overgenomen door het hof.


De bedrijfsvereniging greep deze uitspraak echter aan om de —al gedurende enige jaren verstrekte— vergoeding van de sondevoeding aan Edwin stop te zetten.


Geen ethische kwestie dus, maar een financiële. Nu is het zo, dat een dergelijke vergoeding volgens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet het karakter heeft van een uitzonderingsregeling. Dat wil zeggen dat er alleen een vergoeding wordt verstrekt als dit niet gebeurt op grond van de Ziekenfondswet of op grond van de AWBZ, en dan nog alleen in een beperkt aantal gevallen. Sondevoeding valt onder de (extra-)dieetkosten.


In 1984 heeft de centrale Raad van Beroep, de hoogste rechterlijke instantie die over dit soort zaken oordeelt, al een keer bepaald dat het hierbij niet om de kosten van de sonde en spuiten gaat, maar puur om de voeding. Overigens stelde de Centrale Raad toen voorop alle waardering en respect te hebben voor de grote inzet die getoond werd bij de verzorging van deze patiënt. Om die voeding was, het ook Edwins vader te doen, en hij werd vorige week door de  Raad van Beroep te Breda in het gelijk gesteld. Wellicht moet de Centrale Raad zich hier ook nog een keer over uitspreken.


Hoewel we niet uit het oog moeten verliezen dat het in dergelijke zaken voor de bedrijfsvereniging met name gaat om de juridische en financiële kant, betekenen zulke procedures voor de betrokkenen een enorme belasting. De sondevoeding is voor de comapatiënt immers van levensbelang. De patiënt mag dan ook nooit de dupe worden van onzekerheden ten aanzien van de vraag welke instantie de kosten van de voeding dient te dragen. Zoals de bedrijfsvereniging op het financiële vlak haar conclusies trok uit de uitspraak van het Arnhemse hof, zo zullen degenen die comapatiënten verzorgen en behandelen dat vermoedelijk ook doen.


De NPV heeft in dit verband gewaarschuwd voor de olievlekwerking die van de beslissingen zoals in de zaak-Stinissen, uit kan gaan met betrekking tot patiëntenrechten in het algemeen.


Dergelijke procedures staan namelijk niet op zichzelf, maar hebben vaak een veel bredere uitwerking. Reden te meer om de ontwikkelingen rond comapatiënten nauwlettend in de gaten te houden en hulp te bieden waar dit nodig is.

Mevrouw mr. H. G. Geurtsen is namens de NPV als bestuurslid verbonden aan het Prof. Lindeboom Instituut voor christelijke medische ethiek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.