+ Meer informatie

feuilleton

3 minuten leestijd

1-41

Zijn vrouw zette grote ogen op: „Wil de geleerde doctor het slachten leren en een winkel opzetten? Of voortaan onze varkens en schapen zelf slachten?"

Luther lachte: „Nee! IVIaar het apocriefe boek Jezus Sirach zegt: Men moet een onhandelbare vrouw straffen door haar nieuwsgierig te laten!"

De huisvrouw, die altijd de handen vol had en zich alle moeite gaf om haar huishouding goed te bestieren, werd wat kalmer, streelde de koe en klaagde: „Ach, ons beste varken is ziek en wil niet vreten... het moest met eikels gemest worden, dan zou het z'n volle tweehonderd pond wegen!"

„Hij zal naar de gewoonte van de varkens te veel en te schrokkig gegeten hebben... geef hem een fles lijnolie in en laat hem twee dagen vasten".

Hand in hand gingen de echtgenoten het huis in, dat naast de toren zijn hoofdingang en daarnaast een hal en een grote huiskamer had. In de hoek bij het venster was een tafeltje geplaatst met twee kleine banken, een gezellig hokje, waar de pasgehuwden menig uurtje rustig met elkaar zaten te keuvelen.

Maar sedert er een stamhouder in de wieg lag, waren die schemeruurtjes zeldzamer geworden. Door Johannes Dose

Half schertsend, half zuchtend zei vrouwe Luther: „Ik moet mij zevenmaal verdubbelen, op zeven plaatsen tegelijk zijn en zeven betrekkingen ineens vervullen. Ten eerste en ten tweede ben ik landman en brouwer".

„Ten derde en ten vierde keukenmeid en kindermeid; ten vijfde tuinierster; ten zesde troosteres en aalmoezenierster van alle bedelaars in Wittenberg, ten zevende de doctorin, die tonen moet dat zij haar beroemde man waardig is en die met tweehonderd gulden inkomen alle gasten behoodijk ontvangen moet". mij wel in tien doctors verdelen. Ik moet geduld hebben met de paus; geduld met de dwaalgeesten; geduld met de gekken; geduld met de studenten; geduld met mijn gezin; zeer veel geduld met mijn oppasser Wolf en zeer veel geduld met een zekere Catharina von Bora. Ik heb zo veel geduld nodig, dat mijn hele leven wel één voorraad geduld mag zijn!" '

„Onderwijl voelt u zich nogal op uw gemak, heer doctor!" plaagde Kate met gekrulde lip.

„Ja, dat doe ik! Daar verwed ik mijn hele Kate om!"

Luther lachte guitig en antwoordde: „Datzelfde liedje kan ik

Innig gelukkig keken zij elkaar in de ogen en wierpen toen vergenog veel luider zingen; ik moet noegde blikken op het kereltje in de wieg. De kleine Hans Luther was dik en mollig; zoals gewoonlijk kerngezonde zuigelingen in Wittenberg en overal elders in de wereld zijn, en deed wat al zijn voortgangers sedert mensenheugenis gedaan hadden; hij bracht zijn tijd door met drinken, slapen, dromen en schreeuwen.

Toch verzekerde zijn vader dat hij de kleine schelm voor geen koninkrijk wilde ruilen, en zijn moeder hield de ingewikkelde, ingeperste schreeuwer voor een wonderkind. Kleine Hans werd wakker en zette zulke ogen op alsof hij er zich niet genoeg over verwonderen kon dat hij in zo'n vreemde wereld terechtgekomen was.

Toen vrouwe Kate lachend zich over hem heen boog, vertrok hij zijn mondje. Dat noemden zij, hoogst gelukkig en voldaan, dat hij lachte; zijn eerste teken van liefde voor zijn ouders. Zo lang en zo dikwijls lieten zij hem lachen, dat hij eindelijk een scheef gezicht trok en zijn moeder hem zo spoedig mogelijk op haar schoot nam. Natuurlijk was zij zijn min; welke bediening zij als achtste zonder enig morren waarnam.

Hans was tot rust gebracht en had zijn dorst^ gestild, hij lag nu bijna al te kalm in behagelijke kalmte neder. Helsinki sioen gaat. H. Carsten op, die met pen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.