+ Meer informatie

Meer verzet dan collaboratie

5 minuten leestijd

Bevindelijk gereformeerden werkten tijdens de Tweede Wereldoorlog minder met de nazi's samen dan in de publieke opinie vaak voor waar wordt gehouden.

Hoewel hij nog volop bezig is met zijn promotieonderzoek naar de houding van de gereformeerde gezindte tegenover het nationaalsocialisme, durft drs. Ewart Bosma die conclusie al wel te trekken. "Er was meer verzet dan collaboratie."

Bosma, docent geschiedenis aan het reformatorisch Van Lodensteincollege in Amersfoort, besefte dat hij een gevoelig onderwerp bij de kop pakte, toen hij ruim twee jaar geleden aan zijn onderzoek begon. "Vrij breed heerst het beeld dat er over de houding van de bevindelijk gereformeerden tijdens de oorlog niet veel goeds valt te zeggen. Toen ik dit project startte, dacht ik er net zo over."

Het doorvorsen van allerlei archieven, waaronder die van de SS in Duitsland, en de bestudering van rechtbankverslagen en kerkenraadsnotulen hebben Bosma inmiddels tot de overtuiging gebracht dat dat beeld bijstelling verdient. "De onderzoeksgegevens zijn voor mijzelf ook een verrassing. Wat mij verbaast, is dat de gereformeerde gezindte zich dat foute imago vrij gemakkelijk heeft laten aanleunen."

Vriendelijk
Bosma's voorlopige en voorzichtige conclusie is dat de houding van de gereformeerde gezindte tegenover de Duitse bezettingsmacht nauwelijks verschilt van die van de gehele Nederlandse bevolking. Hij typeert die als Duitsvriendelijk. Dat is iets anders, zegt hij, dan sympathie voor het nationaalsocialisme. Die treft hij onder bevindelijk gereformeerden nauwelijks aan. Lidmaatschap van de NSB kwam in de behoudende kerkelijke kringen zelden voor, behalve -en dat is volgens Bosma een pregnant gegeven- onder hervormd-gereformeerden.

De vriendelijke opstelling tegenover Duitsland heeft allerlei redenen, aldus Bosma. "Mensen probeerden zo goed en zo kwaad dat ging, de oorlog te overleven. Zij schikten zich. Historici spreken in dit verband over accommodatie. Zeker de eerste jaren van de oorlog lieten de Duitsers zich niet van hun slechte kant zien. Nederland had vanouds meer op met Duitsland dan met landen als Engeland en Frankrijk."

Minder dan 10 procent van de bevolking heulde met de nazi's. Bosma schat in dat het percentage bevindelijk gereformeerden dat met de Duitsers collaboreerden, eerder lager dan hoger uitkomt. "Zeker, er zijn mensen lid geweest van de NSB. Ik weet van een zoon van een predikant die zich vrijwillig meldde bij de SS. Maar dat was een uitzonderlijk geval."

Bosma stelt vast dat als er sprake is van sympathie voor de nazi's onder bevindelijk gereformeerden, die vooral moet worden gezocht onder het hervormde deel. Een mogelijke verklaring is volgens hem dat hervormden beter waren geschoold dan zij die tot afgescheiden gemeenten behoorden. "Hervormden waren meer betrokken bij wat er zich in de wereld om hen heen afspeelde. Het nationaalsocialisme had in de jaren dertig aantrekkelijke kanten. Wat Hitler deed, maakte grote indruk. Hij werkte aan een nieuwe orde."

Negatief beeld
Het beeld dat bevindelijk gereformeerden eerder collaboreerden dan verzet pleegden, is volgens Bosma na de oorlog vooral opgeroepen door de antirevolutionaire pers. Daarin werd bewust een negatief beeld gecreëerd van de SGP en ds. G. H. Kersten, de predikant die leidinggaf aan de Gereformeerde Gemeenten. Hij werd afgeschilderd als een man die de gevaren van het nationaalsocialisme nauwelijks onderkende. "De antirevolutionairen hadden met ds. Kersten een appeltje te schillen. Zijn partij had bij hen veel kiezers weggezogen."

In zijn onderzoek zal Bosma het optreden van ds. Kersten tijdens de oorlogsjaren gedetailleerd onder de loep nemen. Nu al is voor hem duidelijk dat de predikant zich bepaald niet alleen heeft beziggehouden met het, in zijn ogen, gevaar van de Rooms-Katholieke Kerk en het communisme. "Er wordt wel gesproken over een merkwaardige fixatie van ds. Kersten op Rome en het communisme. Alsof hij onvoldoende oog had voor het nationaalsocialisme. Ik deel die opvatting op basis van de feiten die ik heb gevonden, niet meer."

Volgens Bosma heeft ds. Kersten in ten minste drie partijredes in de jaren dertig het gedachtegoed van de NSB en de NSDAP onder kritiek gesteld. Ook bestreed hij het nationaalsocialisme meer dan eens in De Banier, het partijblad van de SGP. "Dan wijst ds. Kersten op het karakter van wat hij noemt het moderne heidendom. Hij nam het op voor een man als Martin Niemöller, een theoloog die tegen Hitler in verzet kwam. Tegelijk zie ik dat ds. Kersten er aanvankelijk niet mee rekende dat de Duitsers Nederland daadwerkelijk onder de voet zouden lopen."

Oordeel
Dat geestelijke leidslieden in de gereformeerde gezindte hebben opgeroepen het Duitse regime te aanvaarden als een roede in Gods hand en op die manier ruimte boden voor collaboratie, is volgens Bosma een onjuiste zienswijze. "De oorlog werd beschouwd als een oordeel van God over Nederland. Gemeenteleden werden opgeroepen onder dat oordeel te bukken. Maar dat had niets te maken met een inhoudelijke aanvaarding van het nationaalsocialisme. Een economische recessie of ziekten onder de veestapel werden evenzeer als oordelen beschouwd."

In zijn studie, die naar schatting nog zo'n drie jaar in beslag zal nemen, hoedt Bosma zich voor het uitdelen van etiketten als goed en fout. "Voorop staat bij mij het belang van waarheidsvinding. Met het geven van een oordeel over iemands handel en wandel in de oorlog ben ik terughoudend. Van prof. Van Deursen heb ik geleerd dat historici ten aanzien van mensen die overleden zijn, het liefdesgebod moeten honoreren. Dat betekent dat zij hun zo veel mogelijk recht willen doen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.