+ Meer informatie

TER OVERWEGING

6 minuten leestijd

ds. J.H. Kuiper (red.), Handboek 2002 Geref. Kerken in Nederland. Uitg. Scholma Druk BV Bedum 2002, 512 blz. € 9,30.

Ds. P. Schelling heeft het jaarlijks verschijnende handboek van de Geref. Kerken (vrijg.) maar een paar keer kunnen redigeren. Gezondheidsproblemen noopten hem om te zien naar een andere redacteur. Die is gevonden in de persoon van ds. J.H. Kuiper, naar eigen zeggen vroegtijdig geëmeriteerd (blz. 409) en daarom kijkend met ‘een blik die van buiten komt’ (blz. 410). Niettemin is hij er in geslaagd een uitvoerig gedocumenteerd jaaroverzicht te schrijven. Evenals vorig jaar komen daarin de veranderingen in deze kerken—gepaard gaande met de nodige spanningen—in beeld. Opnieuw wil ik onderstrepen, net als de redacteur, hoezeer het van belang is dat we via de onderscheiden deputaatschappen een goed en nauw contact met elkaar onderhouden. Hun problemen zijn immers niet zelden de onze: behoefte aan meerdere liturgische formulieren, vragen rond kerkrechtelijke consequenties bij losmaking van predikanten, omgaan met verschillen in het kerkverband enz.

De GKV groeien nog steeds, zij het licht. Dat is vooral te danken aan het grote geboorteoverschot: 2155 kinderen werden gedoopt, 695 leden overleden—een saldo van +1460. De kerken groeiden echter in totaal met ‘slechts’ 680 leden. De conclusie ligt voor de hand. Ter vergelijking: in 2001 werden in onze kerken 1105 kinderen gedoopt, 683 leden overleden—een saldo van 422, terwijl het totale ledental verminderde met 453.

W.J. Bosland e.a. (red.), Beeld en werkelijkheid. Jongeren en geloof in de 21 e eeuw. Uitg. Groen Heerenveen 2002, 189 blz. € 14,50.

Op 1 maart jl. nam drs. I(zak. A. Kole afscheid van de Chr. Hogeschool De Driestar te Gouda; hij was—na een docentschap—Opgeklommen’tot lid van de centrale directie. Het betekende het einde van een periode waarin deze markante broeder zijn gaven heeft gegeven aan de vorming van jongeren tot docent(e) basisonderwijs. Maar zijn invloed is breder: vele publicaties, vaak samen met anderen, over de godsdienstige vorming van jongeren staan op zijn naam. Daarbij heeft Izak Kole echt een brede blik: één van zijn hartenwensen is de toenadering van hen die behoren bij de gereformeerde gezindte. Als eerbetoon werd hem de bundel overhandigd die hierbij aangekondigd wordt. Beeld en werkelijkheid… die twee kunnen elkaar soms ontlopen. Interviews met PABO-studenten in het eerste hoofdstuk maken dat meteen duidelijk. Opnieuw trof mij daarbij, zoals ook al eerder, hoezeer onze jongeren kijken naar ons en hoezeer dat ‘beeldbepalend’ is voor hun omgang met de Here! De andere bijdragen cirkelen hieromheen: Gods zelfopenbaring, leren geloven—een onmogelijke mogelijkheid, godsdienstonderwijs op reformatorische scholen, ‘je bent jong en je wilt wat’ (over beeld en werkelijkheid gesproken!), jongeren en de gemeente, jeugdhulpverlening. Een breed opgezette, informatieve bundel, die lezing én verwerking alleszins waard is.

Willem Smouter en Cor Blom (red.), Vergeef me… Verzoening tussen mensen en met God. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2001, 124 blz. € 12,50.

Een boek over vergeving, vergelding, berouw en verzoening. Deze begrippen worden geplaatst in het raam van de vele slachtoffers van intimidatie, geweld en ontrouw—ook binnen christelijke kring. Ze worden ook geplaatst in het raam van onze huidige samenleving. Dat is immers een samenleving waarin enerzijds velen het christelijk geloof slechts van ‘horen zeggen’ kennen, maar waar anderzijds (zie de vele talkshows, zie de Clinton-affaire) veel aandacht is voor schuld en boete.

Het boek is gericht op ambtsdragers en vrijwilligers in het pastoraat. Zij worden immers vaak met de vragen van vergeving en verzoening geconfronteerd. Ze zullen er veel in vinden waardoor hun benadering van gemeenteleden verdiept wordt: over de volgorde vergeven-verzoenen, over de volgorde van Gods vergeving en onze vergeving, over de soms uitgebreide aandacht voor de schuldige die gepaard kan gaan met onderbelichting van het verdriet van het slachtoffer (de gedachte van Ganzevoort dat dit wel eens een ongewilde schaduwzijde zou kunnen zijn van onze reformatorische traditie—blz. 89v—stemt tot nadenken).

J.W. van Pelt, De pastorale gemeente. Over schapen met het hart van een herder. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2002, 108 blz. € 10,50.

Al verschillende keren is in deze rubriek aandacht gevraagd voor de serie in het kader van gemeenteopbouw ‘Bouwen aan de gemeente’. Opnieuw verscheen (snel na de vorige) een deeltje, van de hand van één van onze eigen redactieleden. Hij gaat in op de noodzaak van goed pastoraat en een pastorale houding in de gemeente. Daarin wordt eerst de verhouding gemeentelid-ambtsdrager geschetst, daarna wordt (terecht) een visie ontwikkeld waarin duidelijk wordt dat de gehele gemeente verantwoordelijkheid draagt voor het omzien naar elkaar. En dat alles achter de grote Herder der schapen aan (het laatste hoofdstuk): het pastoraal werken op eigen kracht leidt vroeg of laat tot ongelukken, terwijl het blijven in Hem en het je geestelijk laten voeden door Hem daarvoor bewaart.

J.M. Vermeulen, Het dierbaarste geschenk. Uit het leven van ds. J. van Prooijen. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2001, 291 blz. € 20,45.

Het is een mooie gedachte om de ‘kleine kerkgeschiedenis’te bewaren en dat te doen via levensbeschrijvingen van predikanten. Dit boek is de zevende op rij. Op deze wijze blijft o.a. het merkwaardige taalgebruik, waaronder het maken van eigen woorden, dat met name in de Oud-Gere-formeerde Gemeenten opgeld doet, voor het nageslacht bewaard. Men kan wat dat betreft waardering hebben voor de ijver van de auteur. Toch kleven aan dit boek ook nogal wat smetten. Om te beginnen zou een betere selectie het boek niet ontsieren; nu krijgt het vermelden van allerlei toespraken, openingen van vergaderingen enz. met de korte inhoud van het gesprokene toch iets vermoeiends. Het wordt ook ‘meer van hetzelfde’. Daardoor gaat de fleur van het boek eraf. Over ds. Van Prooijen moet—afgaande op het gebodene—verder gezegd worden dat hij eigen meningen wel erg snel gelijk stelt met de klem van het Woord van God. Als voorbeeld noem ik blz. 264, waar de gereviseerde Statenvertaling als ‘vervalsing van het eeuwige Woord van God’ wordt betiteld. Iets moois uit het boek wil ik u ook niet onthouden: toen ds. Van Prooijen, inmiddels ruim 50 jaar oud, toegelaten werd tot het predikantschap, hoopte hij op vele zuchters tot ondersteuning van zijn werk. Waarop één van de predikanten zei: ‘Dus Van Prooijen: studeren, studeren, studeren…’ (blz. 98). Het wordt vandaag in Apeldoorn niet anders gezegd!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.