+ Meer informatie

STADS- en DORPSPOMPEN

Twee emmertejs water halen, twee emmertjes pompen

9 minuten leestijd

Koel, helder water Een luxe die nu op elk gewenst moment uit de kraan stroomt. En vooral schoon water Om te drinken, te douchen en te wassen. Dat was vroeger wel anders. Bij de pomp op het pleintje kon je water halen. Nu nostalgie, toen harde werkelijkheid.

Onze verre voorouders dronken water uit de natuur. Uit beken, meren, sloten en plassen. Ze moesten soms ver lopen voor een (modderige) slok, dikwijls met ziektekiemen op de koop toe. In strenge winters was het helemaal behelpen. Dan kwam de bijl eraan te pas. Later groef men putten tot op het grondwater. Meestal bij de kerk op de brink, het middelpunt van nederzetting, dorp of stad. Water halen was werk voor de vrouwen, die het huishouden, hoe primitief ook, draaiende moesten houden. Het water in de putten was niet in alle gevallen hygiënischer dan water uit "de natuur". Hoewel veel putten afgedekt konden worden met een deksel van hout of een ijzeren rooster, kwamen er nog al eens kadavers en andere ongerechtigheden in terecht. Maar ach, men keek niet zo nauw.

Puthuis
Bij opgravingen in het Kootwijkerzand op de Veluwe zijn een aantal boomstamputten gevonden. Deze duizendjarige putten zijn genoemd naar de boomstammen waarmee men de wanden stutte.

In het westen van ons land worden regenwaterbakken gebruikt om water te vergaren. Op de pomp van Putten (!) staat een regenwaterbak die nu de plantjes nat houdt. In beide gevallen moest het water met akers (emmers) eruit geschept worden. Bij waterputten was vaak een hef- of haalboom aangebracht waarmee men de zware emmer makkelijker naar boven kon hijsen. Soms plaatste men boven de put een windas en een dak. Zo'n bouwsel werd puthuis genoemd. De puthuizen fungeerden al snel als ontmoetingsplaats waar de bevolking nieuwtjes uitwisselde en het wel en wee van de dag besprak. Naast de Grote of Hallenkerk in Veere bevindt zich nog het prachtige puthuis met de Schotse Tudorbogen uit 1551. Via een ondergrondse leiding werd het hemelwater van het dak van de kerk in de put verzameld, zelfs tot in onze eeuw. Pas in 1938 werd Veere aangesloten op het waterleidingnet.

Put- of pompmeester
Een omwenteling van betekenis in de waterhuishouding vindt plaats omstreeks het midden van de 16e eeuw. In de grote steden wordt een aanvang gemaakt met het vervangen van de waterputten door moderne zwengelpompen. Veelal boven op de oude waterput of in de directe nabijheid. Zo'n originele Putbrink, geplaveid met keitjes, staat in het centrum van Garderen, waar de forse waterpomp een opvallende verschijning is. De hardstenen pompen in Zaltbommel zijn geplaatst op de voormalige bornputten, zoals die destijds door de Bommelaars genoemd werden. De pomp in de Gamersestraat herinnert aan de bornput waar de bewoners toen op aangewezen waren. Uit oude rekeningen blijkt dat de stad Zwolle in 1639 voor het eerst een betaling doet aan pompenmakers. In 1650 dienen de bewoners van de Koestraat een verzoek in bij de Schepenen en Raden om op de put bij het huis van de burgemeester een pomp met twee zuigers te mogen plaatsen. Op voorwaarde dat de gebruikers zelfde kosten dragen wordt het voorstel goedgekeurd. In 1877 telt Zwolle maar liefst 31 openbare drinkwaterpompen. Niet alleen op de openbare weg worden pompen geplaatst, ook in weeshuizen, hofjes, oudemannen- en -vrouwenhuizen en huizen van bewaring. Het verzoek tot het plaatsen van een pomp is bijna altijd afkomstig van de ingezetenen. Nadien wordt dat de taak van een speciaal aangestelde put- of pompmeester, die de belangen van de bewoners behartigt en de verschuldigde pompgelden int. Hij zorgt tevens voor onderhoud en reparatie en is de aangewezen persoon om bij strenge vorst de pomp met stro in te pakken om bevriezing te voorkomen.

"Minvermogenden"
In de 19e eeuw waren er in Amersfoort verscheidene pompen. Al naar gelang de maatschappelijke stand betrokken de stedelingen water uit hun eigen pomp, uit een van de stadspompen of gewoon uit de gracht! Gegoede burgers kregen op verzoek toestemming om een rechtstreekse leiding te leggen van de openbare pomp, dus eigenlijk vanaf de put, naar hun woning. Een onderzoek in 1866 naar stadspompen in de Keistad resulteert in plaatsing van enige pompen bij woningen van "minvermogenden". De bewo ners van de Westsingel nemen, bij gebrek aan een pompmeester, het heft in eigen hand. Uit een brief van 20 oktober 1898 blijkt: „...dat zij tot heden verstoken zijn van goed drinkwater en de naastgelegen pomp verre van hun verwijderd is, volgaarne zouden wenschen, dat het U Ed. Achtbaren behagen moge te besluiten, eene pomp te plaatsen, op, of in de nabijheid der West-singel, daar er eene dringende behoefte aan is." De pomp is er uiteindelijk gekomen. Nu staat hij droog.

Dolfijnen
Op de overheid rustte de taak de drinkwaterkwaliteit te bewaken. Hoewel er in de middeleeuwen al strenge voorschriften golden ter voorkoming van watervervuiling, liet de kwaliteit van het drinkwater plaatselijk nogal te wensen over. In steden en stadjes was het gewoon dat burgers overal huisvuil dropten, ook naast de pomp, en was toiletgebruik nog een onbekend fenomeen. Bovendien loosden industrieën hun afvalwater rechtstreeks in kanalen, grachten en andere waterlopen, waardoor deze fungeerden als open riolen. Bij de vroegste pompen is het eigenlijke pompmechanisme omhuld met een "pomphuis" van hout of lood, of opgemetseld met natuur- en baksteen en afgedekt met een loden of houten kap. Een deurtje geeft toegang tot het mechanisme. Tal van ambachtslieden verdienden hun brood met de bouw van pompen. Metselaars, timmerlieden en steenhouwers bouwden het pomphuis en de vergaarbak voor het overtollige water. De smid nam de zwengels, emmerhaken, roosters en (ijzeren) deurtjes voor zijn rekening. Vervolgens kwam de geelgieter er aan te pas om de messing of bronzen watermonden te gieten. En niet te vergeten de pompenmaker die het eigenlijke mechanisme vervaardigde.
De watermonden of spuwers bestaan uit gebogen buizen, al dan niet omringd met kunstige rozetten, die aan de voorkant van het pomplichaam te voorschijn komen. Hoewel er ook exemplaren zijn waar de uitmondingen aan de zijkant zitten. De gebeeldhouwde, historische stadspompen van Zwolle hebben fraai bewerkte spuwers in de vorm van dolfijnekopjes.

Stadswapen
In de loop van de 18e eeuw worden veel verouderde houten pompen vervangen door natuurstenen exemplaren. Een perfect staaltje van ambachtelijk vakwerk is de dikbuikige pomp van Heenvliet. Hij staat op de markt en wordt geflankeerd door prachtige geveltjes, waaronder dat van het antieke Ambachtshuis. Vooral Bentheimer zand- of hardsteen is in trek, maar ook arduinsteen. De pomp van Heino, geplaatst voor de kerk, is een arduinstenen pomp. Deze stamt uit 1960 en is gereconstrueerd naar 18eeeuwse stijl. Een voorbeeld van een mooi zandstenen exemplaar uit 1799 is te zien in Rijssen. De vorm en versiering zijn in neoclassicistische stijl, met aan de voorzijde het beschilderde stadswapen. Stadswapens worden graag en veel gebruikt om bouwwerken te decoreren. Ze dienen tevens als herkenning voor lieden van buiten. Ook op de zandstenen pomp op de markt in Culemborg prijkt het stadswapen. De sobere rechte vorm van het pomphuis maakt in de loop der tijd plaats voor de meer pompeuze modellen die de barokstijl kenmerken. De enigszins overdadige, pretentieuze versieringen zijn in de 18e eeuw zeer geliefd bij het publiek.

Gasverlichting
Heel bijzonder is zowel de situering als de hardstenen pomp zelf op de Markt in Geertruidenberg. Rijk gebeeldhouwd in de Lodewijk-XV-vormen, die in 1767 mode waren, staat de sierlijke pomp strategisch opgesteld op het plein van het vestingstadje. De stadspomp die in het Openluchtmuseum in Arnhem staat is een "krijgertje" van de stad Zwolle. Hij heeft een prominente plaats bij de vijver in de kruidentuin. Te midden van waterdrieblad en kwakende kikkers toont de 18e-eeuwse Zwolse een mix van beide Lodewijkstijlen. Een welkom en praktisch cadeau dat noodzaak, nut en comfort in zich verenigt was ongetwijfeld de waterpomp. Een aantrekkelijk object om als geschenk te dienen ter ere van een speciale gelegenheid. De pomp met lantaarn uit 1893 op de Brink in Langbroek is zo'n cadeautje. Geschonken door de schrijver Maarten Maartens en zijn vrouw. In de spaarvelden aan de voorzijde staat de bijbeltekst Exodus 23 vers 25: „Gij zult den Heere uwen God dienen, zoo zal Hij uw brood en uw water zegenen; en Ik zal de krankheden uit het midden van u weren." Toen in de vorige eeuw de gasverlichting zijn intrede deed, werden een aantal pompen voorzien van lantaarns. Het toppunt van luxe om 's avonds een emmertje te kunnen tappen.

"De Prins van Oranje"
Ongeveer tegelijk met de gasverlichting kwamen gietijzeren pompen op de markt. Gietijzer leent zich bij uitstek om pompen te vervaardigen in alle mogelijke stijlen met tierelantijnen en franje. Ijzergieterijen als Nering Bogel in Deventer en De Prins van Oranje in Den Haag leverden veel pompen die nu nog in tal van plaatsen te zien zijn. In het plaatsje Eenrum (Gr.) staan maar liefst drie gietijzeren pompen. Veruit de bekendste pomp is het "rode pompje" dat onder de bomen van het Kerkepad staat. Het chique exemplaar van Doorn is zonder twijfel een van de mooiste gietijzeren pompen. Dit unieke stuk vakwerk verliet in het midden van de vorige eeuw "de Prins van Oranje". Uit het robuuste pomplichaam rijst een statige lantaarn op, geflankeerd door vier dolfijntjes die de kap sieren. Dankzij de originele tekening die toevallig boven water kwam, was het mogelijk de haveloze pomp nauwkeurig te reconstrueren. Het monument staat sinds enige jaren te pronken in de schaduw van de eeuwenoude Maartenskerk. Ook op de markt in Delden staat een monumentale gietijzeren pomp met daarboven een zuil waarop een lantaarn voor sfeervolle verlichting zorgt. De pomp werd geplaatst als huldeblijk van de gemeente aan Baron van Heeckeren van Wassenaar voor de door hem aangelegde waterleiding in 1894.

Teloorgang
Aan het einde van de vorige eeuw wordt in veel steden een "echte" waterleiding aangelegd. In de grote steden heeft de waterleiding dan al enige jaren "proefgedraaid". De teloorgang van de eens zo welkome pomp is ingezet. Menige pomp lijdt een kwijnend bestaan. Een aantal wordt opgeslagen. Sommige worden aan musea geschonken om ze te behoeden voor vandalisme. Andere verdwijneriin de ': Tweede Wereldoorlog. Maar vele houden of krijgen een ereplaatsje en worden in oude luister hersteld en opgepoetst. Op het platteland, in kleine plaatsen en in hofjes zijn de waterpompen lange tijd in gebruik gebleven. Hier en daar zijn ze zelfs nu nog intact. Daar kan men als van ouds „twee emmertjes water halen, twee emmertjes pompen..."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.