+ Meer informatie

Wethoudersverkiezingen voor de deur

OPTIMISME OVER SGP-WETHOUDERSPOSTEN

8 minuten leestijd

(Van onze streekredactie)
Het ziet er naar uit, dat de SGP in de meeste gemeenten haar wethoudersposten, die men de afgelopen vier jaar bezette, zal weten te behouden. Gezien de gunstige resultataen bij de voorbesprekingen, is zelfs enig optimisme gerechtvaardigd. Naast het verlies van een wethouderszetel in de gemeenten Ede, Mariakerke, Oost-FIakkee en Veenendaat staat de mogelijke winst in Echteld, Groot Ammers, Koekersen, Krimpen a/d IJssel, Putten, Rhenen en Staphorst.
Overigens is enige voorzichtigheid in de voorspelling gewenst, omdat pas morgen alle besprekingen zullen zijn afgerond en de stemmen dan officieel worden uitgebracht.
Uit statistische gegevens blijkt duidelijk, dat de SGP vrijwel altijd eenzelfde aantal wethoudersposten heeft kunnen claimen. Zowel in 1966 als in 1970 bedroeg dit aantal 44. Deze cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn overigens slechts begincijfers, die zijn samengesteld aan het begin van elke nieuwe zittingsperiode van vier jaar.
Na de wethoudersverkiezingen in 1970 zijn o.a. in Capelle a/d IJssel, Ede en Veenendaal nog veranderingen voor de SGP opgetreden. Zo werden in Capelle en Ede resp. de heren Benard en Soetendaal tot wethouder gekozen, terwijl in Veenendaal de SGP-zetel door het vertrek van wethouder Van de Berg naar St. Philipsland verloren ging. Uit het overzicht van het CBS blijkt dat Zuid-Holland met 21 personen de meeste wethouderszetels bezette. Daarna komt Zeeland met 15 posten, Gelderland met 5, Utrecht 3, Noord-Brabant en Overijssel elk met 2: Zoals vermeld zijn deze cijfers slechts gegevens van begin 1970.
Zoals al eerder vermeld, hebben de grote gemeenten in ons land getracht om een — in de meeste gevallen links — programcollege te vormen.

PROGRAMCOLLEGE
In Rotterdam was men hier snel mee gereed. Met een stemmenmeerderheid voor de PvdA was het niet moeilijk om tevens met steun van PSP en PPR een meerderheidscollege te vormen. Ook in Amsterdam, is men al een heel eind op weg om te komen tot een links programcollege. Gezien het resultaat van de besprekingen, die vorige week tussen de progressieve vier en de CPN zijn gevoerd ziet het er naar uit, dat het hoofdstedelijk college de komende vier jaar zal bestaan uit vier Wethouders van de PvdA, één van de PPR, één van de PSP en twee van de CPN.
De PSP vormt echter nog een onzekere factor. De gewestelijke vergadering van deze partij zal pas vrijdagavond definitief beslissen of zij al dan niet een wethouder zal leveren. Valt die beslissing negatief uit dan behoort een vijfde PvdA-wethouder tot de mogelijkheden. Collegeformateur Lammers: „Wij gaan er van uit, dat de PSP een wethouderszetel wil bezetten. Als zij met een kandidaat komt, dan steunen we die".

PORTEFEUILLES
De socialistische kandidaten zijn Lammers, Kuypers, Sinnige (zittende wethouders) en de Cloe. Van CPN-zljde kwam met Verheij en Van der Velde, die ook tot de huidige wethoudersploeg behoren. Beide onderhandelingsdelegaties vragen voor hun kandidaten de portefeuilles die zij ook nu beheren. Lammers liet bovendien weten, dat de progressieve groep prijs stelt op de portefeuilles van Sociale zaken en Economische zaken, die thans nog in handen zijn van het CDA. Een van deze portefeuilles zou door de PvdA moeten worden beheerd.
Er bleken bij de vergelijking van elkaars progranma vrijwel geen meningsverschillen tussen beide delegaties te bestaan. Inmiddels is een werkgroep van de progressieven en de communisten begonnen om in enkele kwesties tot voor beide partijen aanvaardbare formuleringen te komen.

UITSLUITING
Een poging van de PvdA-fractie in de Haagse gemeenteraad om alleen met het CDA, en zonder de VVD, een college van wethouders te vormen is mislukt. Het CDA in Den Haag had altijd al gesteld niet een van de grote fracties buiten te willen sluiten en blijft daar bij.
De Haagse PvdA heeft in het oude college drie wethouderszetels, het CDA twee en de VVD eveneens twee. De PvdA had enkele weken geleden met het CDA overeenstemming bereikt over een programma voor de komende zittingsperiode van de gemeenteraad. Omdat de PvdA niet met de VVD wilde praten, trad het CDA als pendelaar op en bereikte met de VVD vervolgens ook op enkele punten na een akkoord over hetzelfde programma. CDA en VVD hebben samen 23 van de 45 zetels in de Haagse raad (tien CDA en dertien VVD). De PvdA heeft achttien. De PvdA meent dat nu een oplossing in een overleg met alle partijen tot de mogelijkheden behoort.

UITBREIDING
Het college van b. en w. in Arnhem zal worden uitgebreid van vijf tot zes zetels. Dit betekent dat aan de eis van de PvdA-PSP-fractie om drie zetels te gaan bezetten kan worden voldaan. De overige drie wethouders komen uit de kring van het CDA (2) en de VVD (1).
De onderhandelingen over de vorming van een nieuw college zijn in de Gelderse hoofdstad niet van een leien dakje gegaan. Op 9 juli werden de besprekingen opgeschort, omdat de drie betrokken fracties niet tot elkaar konden komen. De PvdA-PSP-fractie meende op grond van de verkiezingsuitslag aanspraak te kunnen maken op drie zetels. Uitbreiding van het aantal wethouders tot zes stuitte bij de progressieven niet op bezwaren. De VVD en het CDA meenden dat een extra wethouder een te zware belasting zou betekenen voor de gemeentekas.
Op initiatief van het CDA zijn de besprekingen weer hervat. Daaruit is gebleken dat die fractie en de VVD akkoord zijn gegaan met de uitbreiding van het college.

WERKAFSPRAKEN
De wethoudersverkiezing in Groningen lijkt weinig problemen te zullen opleveren. Doordat PvdA, CPN en PPR een duidelijke meerderheid in de raad hebben en het eens zijn geworden over „programmatische werkafspraken" zal het nieuwe college van B. en W. er als volgt gaan uitzien: 4 PvdA-ers, 1 CPN-er en 1 PPR-vertegenwoordiger. De huidige samenstelling is 3 voor de PVDA, 2 voor de CPN en 1 D'66-er.

AFSPIEGELING
Bij de raadsleden van de Friese gemeenten is het vormen van een programcollege niet erg aangeslagen. Weststellingwerf, met als hoofdplaats Wolvega, is de enige gemeente van de 44 die voor deze linkse collegevorm heeft gekozen. De andere gemeenten hebben allemaal gekozen voor een afspiegelingscollege. Overigens is er wel een kleine variant op de situatie, omdat in enkele gemeenten het voorbeeld gevolgd is van provinciale staten, die na openbaar overleg kozen voor een afspiegelingscollege, maar met als basis een licht programma.
In de meeste gevallen is hierover ook in de Friese gemeenten openbaar overleg geweest, zoals bijvoorbeeld in Sneek en Leeuwarden. De Leeuwarder Partij van de arbeid-bestuurders, die op grond van een meerderheid in de raad een programcollege hadden kunnen vormen, kozen toch voor een afspiegelingscollege omdat de gemeente armlastig is en een zogenaamde artikel 12 gemeente is. Morgen zal men twee CDA, twee PvdA, en een VVD-wethouder kiezen.
In enkele Friese gemeenten betekent de vorming van afspiegelingscolleges ook dat de Friese Nationale Partij wethouders krijgt in het dagelijks bestuur van de gemeenten. Overigens is het enige programcollege in Friesland, Weststellingwerf dus, gestoeld op de kleinst mogelijke meerderheid van een raadslid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.