+ Meer informatie

Enig kind

„Mijn ouders zijn enorm bezorgd en alle aandacht is op mij gericht"

13 minuten leestijd

Iemand die enig kind is, wordt natuurlijk verwend, is egoïstisch, heeft alles wat z'n hartje begeert, lust vrijwel niets, kan niet delen en is niet zelfstandig. Zo luidt de opinie over mensen zonder broers en zussen. Terdege was benieuwd naar de mening van de "eenlingen" zelf, en vroeg hun een aantal vragen te beantwoorden. Velen namen de gelegenheid waar om hun hart eens te luchten over de schaduwzijden van het alleen-zijn. Enige kinderen beseffen best dat broers en zussen niet geïdealiseerd moet worden, en ze vinden zich ook echt niet zielig, maar het gemis wordt soms sterk gevoeld. Bloemlezing uit openhartige brieven.

Of je iets kunt missen wat je niet hebt, is voor sommigen de vraag. Toch is dat heel goed mogehjk. Bij anderen zie je immers hoe het zou kunnen zijn, als jij dat ook had. In dit geval: broers en zussen. Pas als je een jaar of vier bent, ga je als enig kind beseffen dat je alleen bent. Geregeld doen klasgenootjes, vriendjes en buurkinderen de verheugende mededeling dat er een broertje of zusje is geboren. Bij je vriendje komt een wieg, bij jou thuis niet. Een enig meisje ging zo ver dat ze de kleuterjuf vertelde dat ze een broertje of zusje zou krijgen. Het was niet zo, maar ze wilde het zo graag. Je merkte natuurlijk wel dat zo'n kleintje bij de buren ook 'nadelen' had: je moest stil zijn als het sliep, en dergelijke. Overigens maken kinderen die thuis de jongste blijven ook nooit zo'n gebeurtenis mee. Al is er in dit stadium misschien meer sprake van jaloezie dan van gemis, toch kwam de opmerking die een buurvrouw-met-pasgeboren-baby eens maakte tegen een jong enig kind hard aan: „De ooievaar heeft het kindje maar bij ons gebracht omdat jullie niet thuis waren." Dat jonge kind is nu volwassen, maar herinnert het zich nog feilloos: „Hoe klein je ook bent, wat kun je je dan verdrietig, boos en onmachtig voelen; ik heb er vaak over gehuild."

Niet stiekem
Veel enige kinderen geven aan dat ze zichzelf goed kunnen vermaken. Niettemin zijn vrienden en vriendinnen, neven en nichten altijd welkom in het gezin met één kind. Tot op zekere hoogte kunnen zij broers en zussen vervangen. Ze mogen mee dagjes uit, of op vakantie. Maar samen stiekem een cadeautje voor moeders verjaardag uitzoeken, gezellig kletsen 's avonds in bed is er met hen niet bij. „Mij werd vaak verweten dat ik zo lief en stil was. Vind je dat gek? Nooit iemand om mee te stoeien, te ruzieën... Zelf stiekem iets doen, daar was geen lol aan, want je kreeg ook altijd de schuld: Je was de enige maar die het gedaan kon hebben!" Een moeder: „Als ik onze dochtertjes voor mijn verjaardag samen zie fluisteren en geheimzinnig doen, denk ik: Zulke dingen heb ik vroeger gemist."

Verwend
Zodra iemand hoort dat je enig kind bent, is de reactie zonder uitzondering: „Dan zul je wel verwend zijn." Sommige ouders met één kind gaan zo ver dat ze om verwennerij te vermijden hun oogappel strakker houden dan menig kind met broers en zussen. Als anderen van deze kinderen horen dat ze thuis alleen zijn, reageren ze soms heel verbaasd: „Jij enig kind? Dat zou je ook niet zeggen..." Wat weer een bevestiging is van het vooroordeel. In een gezin met één kind zijn minder strakke regels nodig om het "bedrijf' goed te laten lopen. Dat lijkt misschien verwennen. Ondertussen probeert dat kind zoveel mogelijk te voorkomen dat het als verwend gezien wordt. „Ik werd niet verwend, maar merkte wel jaloezie op school. Want als ik jarig was kreeg ik een wat groter cadeau dan mijn klasgenootjes. Als ze dan vroegen: Wat heb je gekregen?, noemde ik het kleinste dingetje altijd op, uit angst voor jaloezie."

Pantoffeltjes
Als kind ervaar je natuurlijk niet zozeer dat je verwend wordt, maar wanneer je later zelf een gezin met kinderen hebt, merk je toch wel dat er voor jou vroeger meer kon. „Als ik uit school kwam en het was erg koud, had mijn moeder mijn pantoffeltjes al voor de kachel staan, zodat die lekker warm waren. Ik denk dat dat bij wat grotere gezinnen toen niet gebeurde", erkent een man. Niet mee mogen op schoolreis omdat vader en moeder zo "zuinig" op je zijn klinkt echter bepaald niet als verwennerij. En altijd nieuwe kleren hebben omdat er niets van broers en zussen valt af te dragen is vrijwel onvermijdelijk; dat heeft evenmin met overdreven liefde te maken. Onder het eten is alle aandacht voor jouw schoolervaringen, maar ook voor je nog-niet-lege bord; er is geen afleiding van een jonger broertje dat z'n melkbeker omgooit. Net als de oudste in een gezin moet het enige kind voortdurend de spits afbijten. „Je stond altijd alleen als je ouders het niet met je eens waren."

Claim
Verschillenden vinden wel dat ze wat liefde en belangstelling betreft 'verwend' zijn, maar dat is nauwelijks > negatief te duiden. „Ik tieb een heel hechte band met mijn ouders", is een vaak terugkomend zinnetje. Maar soms leggen pa en ma -vermoedelijk onbewust- een te grote claim op hun (volwassen) enige kind. „Zelf ervaar ik sterk de druk van de overigens goed bedoelde zorgen. Mijn ouders zijn enorm bezorgd en kunnen ook alle denkvermogens aan mijn doen en laten besteden. Niet altijd even prettig", vindt een jongedame. Een ander trok daaruit de conclusie: „Door die aandacht heb ik zelfs besloten het huis uit te gaan, ik was toen ongeveer 20 jaar. Ik heb in die tijd voor een andere baan gekozen, m'n ouders in de waan latend dat het voor die baan beslist noodzakelijk was. Ik heb daar niet eerlijk met ze over gesproken, ze zouden het niet begrepen hebben. Je wilt ze geen pijn doen." „Ik kwam vaak bij vriendinnetjes met veel broertjes en zusjes; heerlijk vond ik dat: er werd niet zo op je gelet. Dat is nu nog zo eigenlijk: m'n moeder kijkt alleen maar hoe het in ons gezin toegaat; dat het bij anderen ook niet allemaal gaat zoals het moet, dat ziet ze niet", verzucht iemand. Alles is gericht op jouw gezin. Jouw kinderen zijn tenslotte de enige kleinkinderen van je ouders (en die kinderen merken dat best: „Welke oma bedoelt u? O, ónze oma", zei een kind tegen haar moeder, die enig kind is). Grote cadeaus vormen vaak geen probleem. Maar verschillenden ontkennen beslist de suggestie van de buitenwacht dat ze hun huis of bedrijf „waarschijnlijk wel op een voordelige manier van de ouders konden kopen."

Eén keer
Het is (te) pijnlijk om je ouders duidelijk te maken dat ze minder moeten komen, minder moeten geven, minder op je moeten letten, enz. „Maar wij maken alles ook maar één keer mee", verontschuldigde een moeder zich. Eén keer dat een kind van je examen doet, het rijbewijs haalt, een baan krijgt, gaat trouwen, enz. En één keer een kind opvoeden: „Tegen m'n ouders zei ik wel eens: Ik heb alle liefde van jullie gehad, maar alle opvoedingsfouten hebben juUie alleen op mij uitgeprobeerd." „Een week met vakantie naar het buitenland zou ik laten voor m'n ouders, ze zouden die hele week niet slapen", onthult een enige dochter, inmiddels zelf met een gezin. Pa en ma gaan ervan uit dat feest- en gedenkdagen met hen worden doorgebracht. Maar de schoonouders hebben eveneens rechten, en je wilt ook wel eens met je eigen gezin zijn. „Moeder zegt soms: Je bent het enige wat ik nog heb. Ik voel dat als een enorme claim die op me gelegd wordt, ik vind het wel eens verstikkend. Maar dan zeg ik tegen mezelf: Meid, wees dankbaar dat je nog zo nodig bent", relativeert een vrouw haar 'problemen'.

Eigen gezin
Bij sommige enige kinderen is het verlangen naar broers of zussen sterker geworden doordat ze getrouwd zijn en bij hun schoonfamihe en in het eigen gezin zien hoe het kan zijn. „Bij m'n man waren ze met z'n zessen, dat was veel gezelliger. Als ik dan na een weekend weer thuis„Er kwamen en komen geregeld vrienden en vriendinnen over de vloer. Bij ons kan erg veel. Ik kan iedereen meebrengen die ik wil, ze kunnen blijven eten en slapen, dat is allemaal geen probleem. Men reageert vaak met: "Ben je maar alleen, is dat niet saai en stil?" en: "Dan ben je zeker wel verwend?" (dat komt altijd terug, over dat verwennen). kwam vond ik het vreselijk stil." Maar: „Mijn man vond het bij mij thuis altijd lekker rustig. Geen geklier van de zussen, zei hij dan, maar daar genoot ik juist van." Het krijgen van een eigen gezin is voor sommigen een soort vervulling van het gemis. Al doet het zien van de met elkaar spelende kinderen wel eens de gedachte opkomen: Dat heb ik niet gehad. Verschillenden schrijven ook dat ze er niet goed tegen kunnen als hun kinderen met elkaar ruzieën, terwijl de drukte aan tafel lastig kan zijn... ,Je bent erg kwetsbaar; als iemand boos of niet aardig tegen mij is, kan ik daar heel slecht tegen, doordat ik nooit heb gekibbeld met broers en zussen. Ik zeg wel eens tegen mijn man: Wat kibbelen de kinderen toch, is dat normaal?" De meesten verlangden zelf een „groot gezin", „veel kinderen" te krijgen. Maar „Toen wij trouwden hoopte ik 12 (!) kinderen te krijgen" is een uitzondering. Die twaalf zijn er trouwens op het moment vijf „en ik moet eerlijk zeggen: ik heb m'n handen vol." Een enkeling moet even kwijt dat ze zich kwaad kan maken over mensen „die maar één kind 'nemen'."

Yoghurtfles
In de omgang met de familie van de aanstaande man of vrouw ontdekken veel ' enige kinderen dat ze niet goed tegen allerlei plagerijtjes kunnen, of daar niet op weten te reageren. Ook het spontane, open commentaar op elkaar is veelal nieuw voor hen. „Als ze een ijsklontje in je nek gooien, hoe reageer je dan? Lachen, of doen of je boos bent? Dat wist ik niet altijd. Ik nam alles te serieus. Als ze tijdens de afwas zeiden: Droog je de yoghurtflessen niet aan de binnenkant af?, dan deed ik dat." „Mijn echtgenote komt uit een gezin met acht kinderen. In het begin was het even wennen. Toch is het goed dat je dit meemaakt. Je leert allerlei andere zaken, zoals aandacht delen, het leggen van contacten." „Mijn man heeft zeven zussen en twee broers. Ik moest er erg aan wennen. Vooral als je lekker aan het lezen was en er opeens een stel kleinkinderen binnenkwamen. En ook het onderlinge gekat, wat men niet zo meende." De hoop in de schoonzussen en zwagers eigen zussen en broers te vinden is bij de meesten vrij snel gedoofd. Ook als de verhouding goed is, blijf je merken dat er geen bloedband is. Tegenover „Ik ben helemaal opgenomen in hun familie" staat vaker: „Je merkt altijd, bijvoorbeeld met verjaardagen, dat de zussen op elkaar aan trekken, of dat ze elkaar regelmatig opbellen of koffiedrinken en ik weet dan met bepaalde dingen niet mee te praten. Je durft op een of andere manier niet mee te doen." „Ruzie is er gelukkig nooit geweest, maar een band „dwars door lood en dood" met deze famihe voel ik echt niet. De contacten zijn goed, toch voel ik altijd een angeltje. Iedereen heeft zijn eigen zus en dat steekt wel eens. Ze kunnen allemaal terugvallen op een eigen zus of broer." De ontdekking dat er in de schoonfamilie ook wel eens twisten zijn, heeft "eenlingen" het ideaalbeeld over de band met een broer en zus wel doen bijstellen. Sommigen zijn nu zelfs blij dat ze alleen zijn. Een vriendin kun je uitzoeken, een zus niet...

Zorgen
Ouderdom komt met gebreken. Dat overbekende gegeven plaatst enige kinderen vaak voor proble-[> men. Verschillenden van hen zijn geboren toen hun ouders niet meer zo jong waren, zodat zijzelf op relatief jeugdige leeftijd al bejaarde ouders hebben. Als de ouders niet goed meer uit de voeten kunnen, ben jij de enige die ze eens kan ophalen. Hebben ze wat hulp nodig, dan komt dat voor jouw rekening. Degenen die nog gezonde ouders hebben, zien de toekomst overigens meestal niet zo somber in. Er wordt nauwelijks over gesproken. „We zien wel, het zal best gaan", is hun idee. De praktijk wijst anders uit. Veel brieven bevatten het verhaal over de (soms plotselinge) ziekenhuisopname van vader of moeder. Een man moest als knul van ruim twintig alle financiële zaken van zijn ouders regelen, doordat vader onverwachts in het ziekenhuis terechtkwam en moeder al genoeg had aan de zorg voor vader. Aanvragen voor aanpassingen thuis, vergoedingen en dergelijke handelde hij af „Het was voor mijn ouders heel moeilijk toen ik verkering kreeg en mijn aandacht moest gaan verdelen. Ook voor mijn meisje was het lastig in die situatie een plaats te verwerven. Ze werd toch min of meer als dader gezien die hun zoon kwam aftroggelen, en dat ook nog in een moeilijke tijd."

Steun zoeken
Ook het feit dat er niets valt te regelen met bezoekuren („als jij nou vanmiddag gaat, gaat Frans vanavond en komt Jan morgen") doet veel enige kinderen naar broers en zussen verlangen. „In onze vakantie lag mijn vader in het ziekenhuis. Ik wilde graag met moeder 1 of 2 keer per dag erheen, ze kan zelf niet autorijden. Maar mijn eigen gezin wilde ook wel eens weg in de vakantie, en ik wil hen ook niet te kort doen." Daarbij vraagt de achtergebleven ouder ook de nodige aandacht. Die moet zijn of haar zorgen kwijt -aan jouw oor. In geval van overlijden wordt dat nog sterker. „Mijn moeder moest opgevangen worden, vooral nadat vader was overleden. Ze is toen een poos bij ons in huis geweest. Soms heb ik het gevoel dat ik voor mijn eigen rouwproces geen tijd heb gehad. Een halfjaar later moest mijn moeder een zware operatie ondergaan. Weer alles alleen. Deze dingen kun je meer delen als je broers en zussen hebt." „Maar als ik moeder ook zou verliezen", bedenkt een ander, „dan heb ik niets eigens meer, dat lijkt me ook heel erg." Toch zijn de zorgen hen niet te veel. „Hoeveel hebben je ouders niet klaar gestaan voor jou? Was hen iets te veel voor je?" En: „Ik denk vaak aan Zondag 10 van de Catechismus. Gisteren las ik nog dat de Heere altijd vooraf de schouders meet voordat iemand met beproevingen geconfronteerd wordt. Ik hoop dat ik ervoor bewaard word om te klagen." Als enig positief punt in deze kwestie noemen velen wel dat er geen heibel rond de erfenis kan ontstaan.

Voordeel?
Ook andere "voordelen" weten sommigen wel te noemen: geen ruzie met broers en zussen, altijd eigen slaapkamer, je kunt goed tegen alleen zijn (bij het op kamers wonen schijnen vooral personen uit grotere gezinnen heimwee te hebben), je kinderen krijgen meer aandacht van opa en oma, iemand heeft met z'n vader enkele grote reizen gemaakt. Maar deze zaken worden meer als constatering doorgegeven dan dat men er echt zeer positief over is. Een mevrouw ontdekte op hogere leeftijd pas een 'voordeel'. Ze ontmoette iemand uit een gezin van acht kinderen, die naar de verjaardag ging van de enige zus die ze nog had. De anderen waren gestorven. „Toen besefte ik dat ook de pijn van je broer of zus te verliezen mij bespaard is." Andere enige kinderen menen dat het overlijden van een goede vriend(in) net zo goed veel verdriet kan geven, om nog maar niet te spreken over het verlies van je ouders. Anderzijds: Hoeveel broers en zussen je ook hebt, ieder moet het toch zelfverwerken. Een enig kind besluit haar brief dan ook met: „Het is beter tot de HEERE toevlucht te nemen dan op de mens (broers, zussen, m'n eigen man?) te vertrouwen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.