+ Meer informatie

De laatste taak op eigen bodem

Prof. dr. H. M. van Praag: „Ik vind het uiterst ongelukkig dat verslaving in Nederland van de psychiatrie is losgekoppeld"

12 minuten leestijd

Zijn uiterlijkverraadt direct de jood. De verbondenheid met het joodsevolk kwam ook in zijn wetenschappelijke loopbaan naar voren. Een jaar was hij gasthoogleraar aan de Hadassah Medical School in Jeruzalem. In '82 vertrok hij naar New York om de fusie van het Albert Einstein College of Medicine en het Montefiore Medical Center, beide joods van origine, tot een goed einde te brengen. Onlangs keerde hij terug naar vaderlandse grond voor het sluitstuk van zijn indrukwekkende loopbaan: het samensmeden van drie vakgroepen psychiatrie aan de Limburgse universiteit. Zelfs de Bijbel leest hij vanuit zijn vakgebied, wat essays oplevert over de lijdende Job, de achterdochtige Saul en de psychopatische Herodes. Prof. dr. Herman van Praag, het prototype van de gedreven psychiater

Hoewel de orthodox joodse levenswijze vaarwel was gezegd, werd het gezin waarin Herman van Praag opgroeide gestempeld door de bloedband met het volk van Abraham. „Ik ben me altijd zeer bewust geweest van mijn joodse afkomst. Ben er ook trots op te benoren tot een groep die het al zo lang heeft uitgehouden. Ondanks alle narigheid het enige volk dat geweigerd heeft zich volledig te assimileren aan z'n omgeving".

Vader Van Praag was een universeel man. Hij verdiende de kost als jurist en ingenieur, maar schreef daarnaast onder meer boeken over Frankrijk. „In het milieu thuis speelde het geestelijke, het culturele en het artistieke een belangrijke rol. Die waren verweven met de dagelijkse arbeid".

Herman ging medicijnen studeren en koos voor de psychiatrie. „Ik ben altijd zeer gefascineerd geweest door de verhouding tussen lichaam en ziel, hersenen en gedrag. De omzetting van iets wat zich afspeelt in het materiële, de hersenen, naar iets dat wij ervaren als voelen, willen en denken, dat imponeert mij bijzonder. Ik ben zeker geen rationalistische positivist, maar sta open voor dingen die ik niet begrijp. We kunnen de horizon benaderen , maar hij wijkt al tijd weer".

Biologische psychiatrie

Het enige bezwaar dat hij tegen de psychiatrie had, was het feit dat dit medisch specialisme indertijd volstrekt los stond van de geneeskunde. ,Aan het eind van de jaren vijftig begon dat net wat te veranderen. De eerste anti-psychotica en anti-depressiva kwamen op de markt. Er kwam onderzoek naar het verband tussen de hersenfunctie en gestoord gedrag. Dat gaf voor mij de doorslag. In mijn opinie zou de psychiatrie een uitermate fascinerend vak worden, dat een gebied zou overspannen van de sociologie tot de hersenchemie. Dat heb ik goed ingeschat".

Op 33-jarige leeftijd werd Van Praag al benoemd tot chef de clinique van de afdeling Psychiatrie van het Dijkzigt Ziekenhuis in Rotterdam. Vijfjaar later volgde zijn benoeming tot hoogleraar in de biologische psychiatrie aan de universiteit van Groningen. Hij werd een belangrijk voortrekker op dit terrein.

Geen tegenpolen

Kun je zeggen dat de meeste psychiatrische afwijkingen biologisch zijn te verklaren of is dat een te grove stelling?

 „Nee, maar je moet hem wel aanvullen. Als je denkt over menselijk gedrag en daarmee over zaken als denken, voelen en willen, dan kun je vaststellen dat die attributen niet zouden bestaan als we geen hersenen hadden. Het biologische uitzichtspunt is dus altijd van belang.

Daar moet onmiddellijk aan worden toegevoegd dat de hersenen niet geïsoleerd functioneren, maar worden beïnvloed door allerlei processen uit de psychische binnenwereld en de buitenwereld. De verhouding tussen die factoren verschilt van individu tot individu. Je hebt mensen bij wie de hersenfunctie wankel in elkaar zit. Die het als het ware ingebouwd hebben dat ze de boel al snel niet meer zo goed aankunnen. Er zijn ook mensen bij wie de factor psychologische belasting de grootste rol speelt in het optreden van psychiatrische problemen. Ik heb daar nooit een scheiding in willen aanbrengen. De discussie of een bepaalde aandoening biologisch of psychologisch is bepaald, is erg onvruchtbaar geweest. Het zijn voor mij geen tegenpolen".

Nauw huwelijk

In de praktijk werd dat wel zo gezien, waardoor de psychiatrie enorm versplinterd is en allerlei scholen ontstonden.

„Inderdaad. Ik heb daar altijd tegen gestreden. Helaas verloopt het denken in de psychiatrie nog steeds in golven. Of de psychologie zit op de troon, of de sociologie, of de biologie. Amerika was decennia lang het Mekka van de psychoanalyse. Nu is het ineens het Mekka van de biologische psychiatrie.

Hier heb ik destijds gestreden voor het goed recht van de biologische psychiatrie. In Amerika heb ik vele malen gewaarschuwd voor de ijdele gedachte dat het onderzoek naar de hersenen alle vragen kan oplossen. We zijn in de psychiatrie nog steeds niet in staat om alle elementen die in ons vak van belang zijn in de behandeling mee te nemen en als een eenheid te doceren".

Hoe ziet u de verhouding tussen psychiatrie en psychologie?

"Als een zeer nauw huwelijk. Vanaf de eerste dag van m'n loopbaan heb ik samengewerkt met de psycholoog. Ik vind dat een heel belangrijke partner, zowel in de diagnostiek, de behandeling als het onderzoek".

Grijze zone

U vindt niet dat de psychiatrie te veel is opgezadeld met allerlei psychosociale problemen?

„Nee, kijk, je zit natuurlijk wel met de vraag waar de psychiatrie begint en ophoudt. In ieder geval kun je zeggen dat psycho-sociale problemen stressfactoren zijn, die in veel gevallen een belangrijke rol spelen bij het ontstaan of voortbestaan van psychische klachten. Er is wel een grens aan de aandacht die je daar als psychiater aan besteden kunt.

In New York is bijvoorbeeld de behuizing zo'n stressfactor, maar dat is een psycho-sociaal probleem waar ik als psychiater weinig aan kan doen. Je kunt niet alle sociale ellende op de nek van de psychiater leggen. Tenzij die narigheid tot duidelijke klachten leidt. Dan kom je bij het probleem: Wat is nu een psychische klacht en wat is een psychiatrisch symptoom? Er is wat dat betreft een grijze zone tussen het gebied van de psychiater, de psycholoog en de maatschappelijk werker. Ik ben daar nooit zo precies in geweest".

Hoe verklaart u de nervositeit die veel psychiaters beving toen de psychologie opkwam?

„In de jaren zeventig leden veel psychiaters aan een identiteitscrisis. Ik heb altijd gezegd: Mensen, dat is helemaal niet nodig. Als psychiater sta je op de grens van de biologie en de psychologie. Verwaarloos je de biologie, dan word je een tweederangspsycholoog. Negeer je de psychologie, dan degradeer je je tot een tweederangsbioloog. Je ontleent je identiteit juist aan het combineren van beide vakgebieden".

Verslaving

Is er een relatie tussen psychiatrische problemen en de inrichting van een samenleving?

„Ziektebeelden als schizofrenie en depressiviteit komen wereldwijd in bijna dezelfde mate voor. De geneigdheid om die ziekten te ontwikkelen staat kennelijk los van de culturele en maatschappelijke situatie. Maar verslaving bij voorbeeld wordt sterk bepaald door de sociale omstandigheden".

Kun je de verslavingsproblematiek nog tot de psychiatrie rekenen?

„Dat is bij uitstek psychiatrie. Ik vind het uiterst ongelukkig dat verslaving in Nederland van de psychiatrie is losgekoppeld. Als je psychiatrie definieert als het vak dat zich bezighoudt met de studie en behandeling van afwijkingen in het menselijk gedrag, dan is de onbedwingbare behoefte aan een destructieve stof een typisch psychiatrische afwijking.

Het is onzin als wordt gezegd dat ik de verslavingsproblematiek naar me toe wil trekken. Het is een gebied waarop allerlei mensen hun zegje moeten doen: criminologen, psychologen, de maatschappelijk werker enzovoorts. Maar dat neemt niet weg dat verslaving in principe niet minder een psychiatrisch syndroom is dan depressie. Daar ben ik van overtuigd".

Sociale wanhoopsituatie

Hoe is het niveau van de psychiatrie in Nederland, in vergelijking met Amerika?

„Heel hoog. Wat hier sterker gestimuleerd zou moeten worden, is onderzoek. Maar aan de zorg voor de psychiatrische patiënt wordt erg veel gedaan. Daar kunnen we trots op zijn. Dat heb ik in Amerika ook vaak gezegd".

Het aantal psychiatrische problemen door belabberde sociale omstandigheden is daar waarschijnlijk groter?

„Veel groter. In Amerika zie je hoe onscherp de grens is tussen psychiatrie en een sociale wanhoopsituatie, met name in de grote steden. Ook daar heb ik gepropageerd dat we de grens van de psychiatrie daarom niet te scherp moeten trekken. Mijn afdeling heeft erg veel goeds gedaan, ook buiten de grenzen van ons vakgebied, omdat er niemand anders voor beschikbaar was. De psychiatrische afdeling van Einstein/Montefiore is een heel belangrijke bron van hulpverlening geworden in de Bronx, waar 1,3 miljoen mensen wonen".

Belasting

Kun je stellen dat een groot deel van de psychiatrische problemen in Amerika veroorzaakt wordt door de liberale politiek van de overheid?

„De degeneratie van de Amerikaanse steden kun je niet alleen de overheid kwalijk nemen, al is die overheid sinds Reagan tamelijk conservatief, ook in haar sociale beleid. De oorsprong van de problemen ligt toch ook juist in haar bereidheid enorme hoeveelheden vluchtelingen op te nemen, uit de hele wereld. Miljoenen bij miljoenen. Terwijl het hier, laten we eerlijk zijn, voorpaginanieuws is als Europa een paar honderd vluchtelingen accepteert. Al die vluchtelingen zijn samengeklonterd in de steden en dat is een gigantisch probleem geworden. In een stad als New York is een enorme "underclass" ontstaan.

Daarnaast heb ik altijd gezegd: Als jullie morgen beslissen dat je bereid bent om twee keer zo veel te betalen voor je benzine, dan is een groot deel van de problemen oplosbaar. Maar iedereen valt daar dood op een cent. Nu begint Bush alweer over belastingverlaging. Nou ja, dan laat je al die arme sloebers in de kou staan. Ik vind het Nederlandse systeem voorbeeldig en heb grote bewondering voor wat Drees tot stand heeft gebracht. Het is alleen een beetje uit de hand gelopen, door het gebrek aan controle".

Continuïteit

Ook vanuit uw vakgebied voelt u zich meer aangetrokken tot het socialisme dan tot het liberalisme?

„Jawel, ik ben altijd een vooruitstrevend mens geweest. Wel genuanceerd. Bepaalde zaken zijn verkocht als links of rechts, terwijl het daar niets mee te maken had. Biologische psychiatrie was rechts. Dat is natuurlijk waanzin".

Is er de laatste generatie vooruitgang geboekt in de psychiatrie?

„Ik dacht het wel. De psychofarmaca hebben een enorme verbetering gebracht in de behandeling van psychoses, depressies en angsttoestanden. Ook in de psychotherapie is veel verbeterd. Genezen nee, maar dat geldt ook voor grote delen van de interne geneeskunde. Neem de hordes mensen met astma, diabetes, maagklachten... Ze worden in een redelijk evenwicht gehouden, maar genezen niet en komen geregeld terug. Dat geldt in ons vak ook. Wij doen het op het ogenblik absoluut niet minder dan de interne geneeskunde".

Blijft toch staan dat het suïcidepercentage bij patiënten met depressieve klachten niet is afgenomen.

„Daar hebt u helaas gelijk in. Hoe komt dat? Een van de factoren kan zijn dat we te kort schieten in de continuïteit van behandeling. Hoewel we weten dat depressies in het algemeen terugkeren, wordt denk ik nog te gauw gezegd: u bent nu klaar; kom maar terug als u weer problemen hebt. Dan is het vaak te laat".

Koning Saul

Een generatie terug zat de psychiater in een ivoren toren. Dat is veranderd, onder meer door een publikatie als "Ver heen" van uw collega Kuiper, die zijn eigen depressie heeft beschreven. Hoe waardeert u die openhartigheid?

„Die waardeer ik zeer. Ik heb begrepen dat prins Claus zelfs voor de tv heeft gesproken over zijn depressieve klachten. Dat is natuurlijk buitengewoon loffelijk, als iemand van zijn kringen daarvoor de moed kan opbrengen. Het is voor velen een aanmoediging om hulp te zoeken".

Kunnen we van uw hand ook eenpersoonlijk gekleurd hoek verwachten?

„Nou eh, eh, ik denk het niet. Wel komt er binnenkort een boek van me uit, waarin ik de moderne ontwikkelingen in de psychiatrie op een kritische wijze onder de loep neem. Daar zit wel veel van mezelf in, maar op een andere manier. Ik hou me ook bezig, als een soort van hobby bijna, met het pogen om als psychiater iets zinnigs te zeggen over het leven en handelen van bijbelse en post-bijbelse figuren als koning Saul, Job, Herodes en Flavius Josephus. Dat boeit me vanuit mijn joodse achtergrond en mijn literaire en theologische belangstelling".

Schuldbeladenheid

Uw collega en leeftijdgenoot Van Scheyen heeft een verband gelegd tussen de orthodox-gereformeerde prediking en depressiviteit. Ligt die relatie er inderdaad?

„Ik zei al dat de geneigdheid om een depressie te ontwikkelen in alle culturen aanwezig is. Maar de inhoud van de depressie, de wijze waarop die wordt doorleefd, kan in belangrijke mate worden gekleurd door persoonlijke kenmerken of kenmerken van de groep. In het westen wordt schuldgevoel als een typisch kenmerk van een depressie beschouwd. Dat is maar ten dele waar, want in moslimlanden domineert veel meer het schaamtegevoel.

Ik heb met Van Scheyen in Rotterdam gewerkt toen de eilanden nog zeer geïsoleerd waren. Het viel ons beiden op dat het schuldgevoel bij depressieve mensen uit die streng calvinistische hoek wel zeer sterk was. Schuldbeladenheid is een menselijk attribuut dat in die groep altijd al een grote rol speelt, ook als er geen depressie is. Er ligt als het ware al een laag klaar. Komt daar een depressie overheen, dan is het schuldbesef nog meer uitgesproken dan bij iemand die uit een andere kring komt. In die zin ben ik het met Van Scheyen eens".

Prettige herinneringen

Hoe ziet u de verhouding tussen de psychiater en de predikant?

„Ik vind het een verlies dat het contact tussen beiden sinds de jaren zeventig is weggeëbd. In ons vak moet je alle kanalen gebruiken om iemand te helpen. Zeker bij een depressie komen vaak allerlei vragen boven met betrekking tot het geestelijke aspect van het bestaan. In de behandeling van mensen die uit een religieus milieu komen, kan de predikant of pastoor een belangrijke aanvullende rol spelen".

Bestaat niet het gevaar dat de theoloog psychiatrie gaat bedrijven?

„Ik herinner me heel interessante debatten die ik in Rotterdam had met predikanten uit die strenge gemeenten van Goeree-Overflakkee. Zij gingen heel ver mee met de patiënten in het begrijpen van hun schuldgevoel. Vaak heb ik gezegd: U kunt dit schuldgevoel dan begrijpen, maar het gaat toch over de schreef als het mensen kapot maakt. Voor hen was het schuldgevoel niet zozeer pathologisch. Dan kom je bij het dilemma: Waar begint de pathologie? Maar op zichzelf heb ik aan die contacten prettige herinneringen. Het is bijzonder belangrijk dat je als psychiater zicht hebt op de culturele en religieuze achtergronden van de mensen die je behandelt".

Leuk

Wat bewoog u om op 62-jarige leeftijd nog een zware taak op vaderlandse bodem op u te nemen?

„Ik word aangetrokken door nieuwe intellectuele avonturen. M'n opdracht in Amerika was volbracht. Een vutter ben ik niet. Vandaar dat ik besloten heb deze ene uitdaging nog aan te nemen. Ik hou van m'n vak en van management. Mijn taak is het coördineren van de samenwerking tussen een psychiatrisch ziekenhuis, een Riagg en de universiteitskliniek en van de fusie van de vakgroepen sociale psychiatrie, klinische psychiatrie en psycho-biologie/ neuro-psychologie. Ik ben altijd tegen die splitsingen in de psychiatrie geweest. Nu kan ik eraan meewerken om weer samen te voegen wat bij elkaar hoort. Dat vind ik leuk. Ik heb er vijfjaar de tijd voor gekregen".

U acht uzelf vitaal genoeg om het tot uw 67e vol te houden?

„Laat ik het afkloppen, maar tot nu toe voel ik me prima".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.