+ Meer informatie

Vloekt Meros

6 minuten leestijd

Vloekt Meros, zegt de Engel des Heeren, vloekt haar geduriglijk, omdat zij niet gekomen zijn tot de hulp des Heeren, tot de hulp des Heeren, met de helden. Rich teren 5 : 23.

Vrienden en Vriendinnen.

Wie bewaar het Pand zegt, zegt tegelijkertijd iets anders n.l. „Strijd”. Het is Gods genade als we het pand van Zijn Woord mogen bewaren, ook in onze zo donkere en zo moeilijke tijd. Maar dat brengt tegelijkertijd mee: „Strijd”! Strijd waarin het gaat om de eer van Gods Naam. Strijd tegen de zonde, strijd tegen de aanvallen van de vorst der duisternis die het bizonder in onze tijd er op gericht heeft, om het Woord van God en de belijdenis van vrije genade Gods te ontfutselen. Strijd tegen de geest van deze eeuw.

En wij beleven geen tijd die vol is van strijd, integendeel, wij beleven een tijd die schuw is van de strijd. Dat kunnen we zien in het midden van deze wereld. Kijk maar eens hoe de Amerikaanse President een bezoek gaat brengen aan China. De tegenstellingen, ze worden almeer opgeheven. We hebben in de maand september weer de vredesweek beleefd, met de vredesboodschappen die overal gegeven werden. Men bemint de valse vrede, terwijl men de vijand niet wil zien.

Maar laten we toch niet vergeten, vrienden en vriendinnen, dat God het nauw neemt met de strijd, met het deelnemen aan de strijd. En dat beluisteren we vanmiddag in het Woord van God. Daar gaat God het zeggen, dat Hij het wil, dat wij ook die strijd zullen strijden, die vrucht is van de waarachtige bekering en van het levend geloof des harten.

Zonder die strijd was Meros. En wij lezen het vanmiddag hoe een vreselijke spraak tot Meros klinkt in het lied van Debora door de Geest des Heeren. Misschien vindt U het wel al te erg wat hier staat. „Vloekt Meros” zegt de Engel des Heeren, vloekt haar inwoners gedurig. Misschien zegt U wel, is dat toch niet te erg, dat Meros en zijn inwoners gevloekt worden. Maar toch niet, want zij kwamen niet tot de hulp des Heeren, tot die hulp, die de Heere welbehagelijk is. Die de Heere ook eist in Zijn Woord. Meros wij weten niet eens waar het gelegen heeft. Het is inderdaad door de vloek des Heeren van de aardbodem verdwenen. Maar we moeten het ons indenken, dat het leger van Debora en Barak dicht bij Meros voorbij gegaan is. Daarom zegt God het; het lijkt mij zo geweldig ernstig, omdat de verantwoordelijkheid van Meros, omdat de verantwoordelijkheid van degene die gelegenheid heeft tot de strijd, des te groter is. Twintig jaar heeft het land van Israël gezucht onder de slaande hand van de vijand. We kunnen ook wel zeggen, onder de tuchtigende hand van God. Want het was niet voor niets dat Israël getuchtigd werd door het leger van Jabin de koning van de Kanaänieten met zijn vreselijke krijgsoverste Sisera.

En ziet, de Heere had gebed gegeven in het midden van het volk, en op dat gebed had Hij de weg gebaand tot verlossing door het woord van Debora, vanwege Zijn onwankelbare beloften, die de Heere nog krachtig het zijn. Ondanks het verval van Israël had de Heere het uitzicht gegeven op de overwinning. En overal in Israël had de strijdkreet geklonken, het appèl geklonken, dat zij moesten strijden om de eer van Gods Naam, om het heil van Gods Sion. En in die strijd ging het de Engel des Heeren, vergeet dat niet: om de eer van Israels God; o zie het genadekarakter ook van de Goddelijke beloften. En het leger, het was gegaan in de buurt van Meros. Wellicht reeds tijdens de achtervolging van de vijand, hetwelk de plaats van dit vers vermoeden doet, het lied van Debora.

Maar wat had Meros gezegd? We laten ze liever maar tobben, och laat ze maar gaan, ze hadden geen hart voor de strijd, omdat ze geen hart hadden voor de eer van God, omdat ze niet bezaten het waarachtige geloof, dat het werpt op de Goddelijke beloften des Heeren. En zo had Meros, het had het leger laten strijden, het had zich uiteindelijk aan de verkeerde kant gesteld. Het was niet gekomen tot de hulp des Heeren, tot de hulp die de Heere welbehagelijk is. O, ontzaggelijk, we zullen misschien zeggen: wij zijn hier vanmiddag toch, wij zijn gekomenen tot de hulp des Heeren. Vrienden en vriendinnen, daar worden we toe geroepen, toe geroepen in 1971. Vanmorgen zei Ds. Blom het, we zijn geen protestvergadering. En natuurlijk ben ik het helemaal met hem eens, wij houden geen protestmeetings in de stijl van de wereld, God beware er ons voor, ons en ons blad. Maar ik zou zeggen, protesteer maar, protesteer maar zo veel als je kan tegen de geest van de tijd. Zoek toch de rechte strijd te strijden, met de helden van het leger van Israël. Want dan kan het zijn, dat we abonné zijn van „BEWAAR het PAND” en als U het nog niet bent, doe het dan vanmiddag, maar dan kan het zijn, dat U strijdt voor de waarheid en dat U toch staat aan de zijde van Meros.

Onder de middelen der genade, onder het Woord van God, en dat ons straks de vloek van Meros moet treffen. Hier beneden geen hart gehad in waarheid voor de strijdende kerk, dan zullen wij straks in de triumferende kerk gemist worden. Zoek het toch in waarheid, zoek het bij de Heere, bij die Engel des Heeren, die Meros vloekt, maar die zegent, met de zegeningen uit Zijn kostelijk Middelaarsbloed, die U voorgesteld worden op de markt van vrije genade. Want kijk, dan is er voor degenen, die juist uit die Engel des Verbonds onder de vloek hebben leren buigen, voor wie het zoetigheid was om God in Zijn recht toe te vallen, dan is er genade, genade in en genade tot de strijd. Genade die ziet ook in 1971, ook bij de komende Generale Synode op de wonderen van God. Want gelukkig voor de strijd aan, gaan de Goddelijke beloften die spreken van eeuwige overwinning.

Ik dank U.

Ds. D. Slagboom.

Openingswoord van de middagsamenkomst op 21 augustus 1971.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.