+ Meer informatie

Het ontstaan van nieuwe woorden (2)

4 minuten leestijd

Het blijkt dat woordenboeken regelmatig herdrukt worden en dat de herdrukken een aantal nieuwe woorden bevatten. Anderzijds hebben we in de vorige aflevering van deze rubriek geconstateerd dat het voor een taalgebruiker erg moeilijk, zo niet onmogelijk is om een nieuw woord te maken. De vraag ligt dan voor de hand: „Hoe ontstaan die nieuwe woorden dan toch?"

De woordenboekmaker, die in de taalkunde lexicograaf genoemd wordt, maakt die nieuwe woorden niet; hij stelt op een gegeven moment vast dat er een tot nu toe onbekend woord in het Nederlands aanwezig is, en schrijft dat woord op in zijn woordenboek. Hij registreert zo objectief mogelijk wat er aan levend woordmateriaal in de taal aanwezig is. Daarnaast is er de lexicoloog, die de woordenschat nader onderzoekt. Maar ook hij kan net zo min als een andere spreker van het Nederlands, al is die professor, een woord aan het Nederlands toevoegen.

Probleemstelling

Maar het is wel de taak van de lexicoloog om zich op wetenschappelijk verantwoorde wijze bezig te houden met de vraag: ,,Hoe ontstaan nieuwe woorden?" Dat bezig-zijn houdt in de eerste plaats in: een kritische benadering van de manier waarop de vraag geformuleerd is. In de wetenschap geldt immers dat een juiste probleemstelling een eerste bijdrage levert tot de oplossing van het onderhavige probleem. Wetenschap wordt zelfs wel omschreven als: het op de juiste manier vragen stellen met betrekking tot het object van onderzoek. Het stellen van een goede vraag is trouwens ook buiten de wetenschap van het grootste belang getuige het gezegde: ,,Een goede vraag is het halve antwoord".

De door ons gestelde vraag roept onmiddellijk een tweede op: ,,'Wat moeten we verstaan onder nieuwe woorden?"

Klank en vorm

Iemand komt bij de kapper met heel lang haar; hoewel de kapper op dit gebied wel wat gewend is, vindt hij het haar dit keer te bar en hij zegt: ,,We zullen die kroon van jou eens knippen". Het woord ,,kroon" betekent in het Nederlands niet zo iets als: buiten bepaalde proporties gegroeide haardos; kunnen we nu zeggen dat de kapper een nieuw woord gebruikt?

Er komt een man de bank binnen en vraagt: „Mag ik duzend gulden opnemen?" De meeste Nederlanders zeggen „duizend"; heeft de man een nieuw woord gebruikt als hij in plaats van „duizend" ,,duzend" zegt? In geen van beide gevallen is een nieuw woord gebruikt; een woord bestaat uit een klankeenheid en een betekenis. In het eerste geval is alleen de betekenis veranderd. In het tweede geval is alleen de klank anders geworden. Om een nieuw woord te doen ontstaan moeten zowel klank als vorm nieuw zijn.

Het is dan ook moeilijk om voorbeelden te vinden van werkelijk nieuwe woorden. Wanneer de lezers nieuwe woorden weten, houden we ons aanbevolen.

Onmogelijk?

Volgens sommige taalkundigen is het vormen van werkelijk nieuwe woorden zelfs onmogelijk. Degenen die wel menen dat het mogelijk is, wijzen op woorden als „gas", „fiets" en ,,nozem". Maar andere geleerden twijfelen eraan of we hier met nieuwe woorden te doen hebben. Ze beschouwen deze woorden als ontleningen of als verbasteringen van reeds bestaande woorden. „Gas" zal wel ontstaan zijn uit het woord „choas" en „fiets" is waarschijnlijk een verbastering van het Franse ,,velocipede". Over het ontstaan van het woord ,,nozem" is veel geschreven; in het algemeen wordt aangenomen dat het gevormd is naar aanleiding van het Bargoense woord „nootsum".

Onze conclusie kan zijn dat het Nederlands zich niet of althans heel zelden uitbreidt door middel van werkelijk nieuwe woorden. De woordenschat wordt vooral uitgebreid door verandering van bestaande woorden. De belangrijkste veranderingen in de woordenschat ontstaan door ontleningen uit andere talen.

Wie de artikelenreeks in dit blad leest, waarin gehandeld wordt over de geschiedenis van onze woordenschat, weet hoe vaak woorden uit andere talen in het Nederlands overgenomen worden.

Ontleningen

Bij ontleningen moeten we in elk geval twee soorten onderscheiden. De woorden ,,rails" en „luidspreker" zijn beide ontleningen uit het Engels. Op het eerste gezicht is dat bij „rails" duidelijker waarneembaar dan bij ,,luidspreker". Dit laatste woord is niet direct overgenomen uit het Engels maar gevormgd overeenkomstig het woord ,,loudspeaker". In dit geval spreken we van: ontlening in engere zin of navorming. Navormingen doen zich vaak voor als oorspronkelijk Nederlandse woorden, maar zijn dat niet. Een thans zeer gebruikelijk woord als „warenhuis" dankt zijn ontstaan aan het Duitse „Warenhaus". Zelfs een op het eerste gezicht zuiver Nederlands woord als „grootvader" gaat terug op het Franse „grandpère".

Puristen

Er zijn taaibeschouwers die radicaal afwijzend staan tegen iedere vorm van ontlening. Men noemt ze, merkwaardig genoeg met een ontleend woord: puristen. Een echte purist zal niet zeggen „secretaris" of „ingenieur". In plaats daarvan vormt hij Nederlandse woorden. Voor „secretaris" heeft hij „geheimschrijver" uitgevonden omdat „secret" in het Nederlands geheim betekent. „Ingenieus" kunnen we vertalen door: vernuftig en daarom heet een „ingenieur" een „vernufteling".

Dat ontleningen minder negatief beschouwd moeten worden dan puristen dat doen, hopen we een volgende keer aan te tonen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.