+ Meer informatie

DE GASTARBEIDERS................

10 minuten leestijd

Het begon ruim twintig jaar geleden. In tegenstelling tot nu beleefde Nederland een economische opbloei. In veel bedrijven kon men nauwelijks de vraag naar meer Produkten aan. Er was een tekort aan arbeiders, in ’t bijzonder voor ongeschoold werk. Het voorbeeld afkijkend van andere westerse landen gingen Nederlandse bedrijven er toe over goedkope arbeidskrachten te werven in de landen rondom de Middellandse Zee, zoals Portugal, Spanje, Italie, Joegoslavie, Griekenland, Turkije en Marokko. In Nederland was werk in overvloed, terwijl daar de mannen nauwelijks werk konden vinden. Werkloosheid en armoede was daar groot.

Kon het niet mooier? Zij konden hier tijdelijk werken om zoveel geld te sparen dat ze voor zichzelf konden beginnen in hun thuisland. De één dacht aan een winkeltje, de ander aan een werkplaats en een derde aan garage of taxi om daarmee de kost te verdienen.

Voor elk van hen was de overgang naar een totaal andere wereld wel groot. Van de ene dag op de andere kwam men uit een oosterse cultuur in een westerse. Grote verschillen in opvattingen over werk en tijd, huwelijk en opvoeding, omgangsvormen, etc. moesten verwerkt worden. Dat was voor velen een pijnlijke ervaring.

Ontwikkelingswerkers en zendelingen uit westerse landen, die naar een oosters land gaan, krijgen een maandenlange, zoniet jarenlange, training om zieh voor te bereiden op het leven in een andere cultuur. Men leest vast wat van het land waar men naar toe gaat; men leert wat van de taal en de gewoonten daar; men wordt gewezen op de „culture-shock” die voor iedereen vroeger of later, meer of minder, zal komen. Alleen al te weten hiervan wapent de emigrant tegen de moeilijkheden.

De gastarbeiders werden echter niet voorbereid op hun nieuwe leefwereld. Ze werden als werkkrachten hierheen gehaald. Er werd maar weinig gerealiseerd dat ook zij mensen zijn. Ze werden meer ingedeeld bij „machinerieen” of „curiositeiten” dan bij „onze naasten”. De „gast-arbeider” was meer arbeider dan gast.

De arbeiders uit Turkije en Marokko hadden nog een extra probleem te verwerken. Zij zijn bijna allemaal moslim. Mensen met een ander geloof en andere geloofspraktijken. Zij zijn gewoon op vaste tijden neer te knielen in gebed; op vrijdag het middaggebed gezamenlijk te verrichten in de moskee; eens in het jaar een maand lang overdag te vasten. Zij behoren zieh te houden aan hun spijswetten: vlees moet op speciale wijze geslacht worden en varkensvlees is verboden. Zij begraven hun doden op een andere wijze, etc.

Hun reacties op deze nieuwe situatie van het leven als moslim-minderheid in een westerse christelijke samenleving waren verschillend.

Sommigen zagen het als een uitdaging om zieh zo ver mogelijk aan te passen; men kwam tot een nieuwe interpretatie van oude islamitische wetten; niet de letter van de wet is belangrijk, maar de intentie.

Anderen werden bewuster en fanatieker moslim. Zij zagen er op toe dat de waarden van de islam niet ingeruild werden. Hun vrouwen moesten een waardige „moslima” blijven en ze bewaakten haar. Ze streden voor eigen onderwijs voor hun kinderen in Koranscholen. Hun devies: terug naar de Koran en Hadith (overlevering van de profeet Mohammed).

De meeste hier verblijvende moslims deden wel wat water in de wijn. Tegelijkertijd wilden ze zoveel mogelijk vasthouden aan traditie en religie van het thuisland.

De term „gastarbeider” is niet meer op z’n plaats, als hij het al was. Van het tijdelijke verblijven hier is voor velen niet veel terechtgekomen. De „zak met geld” die men moest sparen om een eigen zaakje in het thuisland te kunnen beginnen, is er voor de meesten nog steeds niet. Dat ligt deels aan de veranderde situatie in ons land en deels aan henzelf. Het voert te ver om hier dieper op in te gaan.

Maar we kunnen het feit constateren, dat velen van hen hun gezin tenslotte naar Nederland hebben gehaald. Dat was een oplossing voor enkele reële Problemen, maar het creëerde ook weer nieuwe Problemen voor hen. Om wat te noemen:

Men voelt zieh bedreigd. Men is bang dat Nederlandse normen overgenomen worden door hun vrouwen en kinderen. Hoe gaan dezen zieh gedragen in het nieuwe land? Zul-len de kinderen nog wel op het pad der vaderen gaan? Zullen ze het gezag van vader nog wel blijven accepteren? Zullen ze nog wel voor hun ouders zorgen als dezen oud en afhankelijk zijn geworden?

Vaak wordt de vrouw nog angstvallig afgeschermd van de vreemde wereld, d.w.z. bin-nengehouden, maar bij de kinderen lukt dat al niet meer. Ze hebben hier rekening te houden met de leerplichtwet. Veel moslimkinderen bezoeken ook onze christelijke Scholen. Voor wie hier meer over wil weten zij verwezen naar een werkmap van de Stichting „Evangelie en Moslims” (*).

……en wij.

Van de kant van de christenen zijn er verschillende reacties gekomen op de aanwezig-heid van moslims. De hier volgende voorbeelden geven een impressie hoe er zoal gere-ageerd kan worden……

1. Kerklid A heeft geen contact met moslims, maar heeft de mening dat mohammeda-nen een bedreiging voor ons vormen. Ze gebruiken bruut geweld en haten de christenen. Kijk maar naar Khomeini en z’n aanhang in Iran. Heer A is er niet gelukkig mee dat moslims zoveel hulp krijgen hier in Nederland. De bouw van moskeeen moet tegengewerkt worden.

2. De heer en mevrouw B hebben wel contact met moslims. Enkele moslimgezinnen wonen vlak bij hen. Het gezin dat net boven hen woont, hebben ze wel eens geholpen en wat „toegeschoven”. Maar ze vinden het moeilijk met hen om te gaan. Ze liegen soms of het gedrukt is. De buurman slaat soms z’n vrouw. Kinderen blijven veel te lang op en maken herrie tot laat op de avond. Soms is er feest tot diep in de nacht met veel lawaai. Eén keer hebben ze gezien dat ze…… een schaap in hun schuurtje slachtten.

3. Een groep christenen had oog voor de zwakke positie van de buitenlanders en begon hen te helpen: men ging Nederlandse taalles geven, helpen papieren in te vullen, de vrouw helpen om met moderne apparaten om te gaan, bij elkaar op de koffie, etc.

4. Een andere groep ziet de moslims als een uitdaging om hen het evangelie te brengen. Wat in hun thuislanden niet kan, kan hier. Ze bekijken wat de beste Strategie is. Hoe kunnen zo veel mogelijk moslims in korte tijd bereikt worden met de boodschap? Welke methode werkt het best? Wat zijn de zwakke punten in hun geloof, zodat ze daarop aangevallen kunnen worden? Welk Arabisch of Turks traktaat is het meest effectief?

5. Theoloog A zegt: „Maak geen misbruik van de situatie van moslims in Nederland. Prediking van het evangelie brengt hen in grote conflicten en kan meer kwaad dan goed doen. Het evangelie moet naar hen vertaald worden door hen als naasten te be-schouwen, door als christenen naast hen te staan en door in je daden wat van je geloof te laten zien”.

6. Theoloog B zegt: „Het evangelie draagt men uit in woord en daad. Jezus Zelf is daar het duidelijkste voorbeeld van. De bijbel laat ons Hem zien als de Barmhartige, als Degeen die kwam om te dienen. Ook als Leraar en Verkondiger van goede tijding”.

De visies en houdingen die we even aanstipten zijn slechts een greep uit de vele reacties die we aantreffen. Zo zijn er ook mensen met de opvatting, dat „moslims reeds een weg ter heil bewandelen” en dat „wij niet de pretentie moeten hebben de waarheid in pacht te hebben”. Ons spreekt houding 3 en 6 het meeste aan. Voor 2 hebben we alle begrip, vanuit een ontmoeting heeft men deze moeilijkheden zo ervaren. Hier geen mensen die vanuit een ivoren toren oordelend bezig zijn, maar mensen die zieh moeite getroost hebben een relatie met anderen op te bouwen. Liefde over kerkmuren heen!

Van de reacties 3 en 6 vinden we dat ze bij elkaar horen. Het één is uitvloeisel van het ander. Moslims zijn verstoken van het evangelie. Via Mohammed en de Koran is het blijde nieuws van Gods handelen in Zijn Zoon Jezus Christus niet tot hen gekomen. Hoe kunnen wij dan moslims werkelijk liefhebben, als we hen op sociaal vlak helpen, maar hen verstoken laten van de boodschap van Christus? Maar ook omgekeerd: hoe kunnen we hen liefhebben als we wel verkondigen, maar geen liefde betonen, geen aandacht hebben voor hun geestelijke en lichamelijke nood?!

Ziende op Jezus ontdekken we dat Hij de mensen onvoorwaardelijk lief had. Hij zei bijvoorbeeld niet tegen Zacheüs: „Zacheüs, als jij je bekeert wil Ik bij je in huis komen en maaltijd met je houden”. Neen, „heden moet Ik in uwhuis vertoeven!” Vanuit die ontmoeting met Jezus kwam Zacheüs tot de ontdekking van de waarheid omtrent God en zichzelf.

In de ontmoeting met moslims is er, als het goed is, het verlangen in ons hart dat zij, en wij opnieuw, God ontmoeten in Jezus Christus. Niet omdat wij „de waarheid in pacht hebben”, maar omdat we „gegrepen zijn door de Waarheid, Jezus Christus”. We hebben iets onopgeefbaars.

Aan de andere kant moeten we ervoor waken de moslims als object te gaan beschou-wen (vgl. reactie 4). We werken geen methode of Strategie uit om zoveel mogelijk moslims te bekeren. Zulk soort nieuwe kruistochten (crusades) roepen minder mooie herinneringen uit een ver verleden op bij moslims.

Discriminatie of tolerantie

Moslims in Nederland verkeren bepaald niet in een benijdenswaardige positie. Nu het hier voor iedereen moeilijker wordt in economisch opzicht en inzake werkgelegenheid en woonvoorzieningen b.v., worden zij al gauw zondebok. Zij zouden de oorzaak hier-van zijn.

Nu er door de strijders van de „islamitische jihad” (heilige oorlog) afschuwelijke ter-reurdaden worden bedreven, kijkt men met gemengde gevoelens naar de moslims in Nederland. Zijn zij niet van hetzelfde geloof?

Ook in onze kerken treffen we wel deze redeneringen aan. Sommige reacties getuigen van een discriminerende houding. Er zijn veel vooroordelen ten aanzien van de moslims (omgekeerd hebben zij ze ook van ons). Soms komen meningen dichtbij de opvattin-gen van de Centrum Partij. Misschien ontdekken we wel allemaal, als we eerlijk zijn, bij onszelf een neiging ons af te zetten tegen deze vreemde mensen met hun aparte ge-woonten en kijken we wat laatdunkend op hen neer.

Maar het is een houding die we moeten afkeuren. Juist ook hier roept Christus ons op een nieuwe gezindheid te hebben. Hier moet de oude mens, die die natuurlijke reacties oproept, begraven worden. Juist als christenen zetten we ons in voor verdraagzaam-heid. Geen tolerantie, zoals men het wel eens opvat, in de betekenis van een slappe houding, uit onverschilligheid de ander met rust laten. Nee. Tolereren betekent een ac-tiviteit, iets dragen, je inzetten voor de ander terwijl het je iets kost, juist in moeilijke situaties de ander met een volhardende liefde dragen (vgl. Galaten 6 : 2).

Deze tolerantie is een groot goed. Het is één van de eigenschappen van een christen. Abraham Lincoln werd eens gekritiseerd toen hij te mild en hoffelijk was jegens zijn vijanden. Hij werd eraan herinnerd dat het zijn plicht was ze te bestrijden. Toen gaf hij als antwoord: „Bestrijd ik mijn vijanden niet wanneer ik ze mijn vrienden maak?” Als dit al moet gelden t.a.v. vijanden, zeker zal het dan ook moeten gelden t.a.v. de moslims in ons land.

Kerkmensen - zij die de Kurios Jezus Christus toebehoren - kunnen veel voor moslims betekenen. Vriendelijkheid, openheid, verdraagzaamheid, gastvrijheid, hulpvaardigheid, samengevat: oprechte liefde, van onze kant zijn van ontzaglijk grote betekenis voor moslims. Het kan muren afbreken en vriendenschappen opbouwen.

* Het betreff het blauwe werkboek „Moslimkinderen op een christelijke school”, te bestellen bij „Evangelie en Moslims”, Joh. van Oldebarneveltlaan 10, 3818 HB Amers-foort, telefoon 033 - 11949.

„Evangelie en Moslims” - Stichting voor getuigenis en dienst onder Moslims in Nederland - is in 1978 opgericht en wordt ondersteund door:

Gereformeerde Zendingsbond in de Ned. Herv. Kerk (G.Z.B.)

Herv. Bond voor Inwendige Zending op G.G. (I.Z.B.)

Stichting Morgenlandzending

Chr. Geref. Kerken in Nederland (evang. en zendingsdeputaten).

„Evangelie en Moslims” wil graag hulp bieden ondermeer door een voorlichtingsavond of een cursus van een aantal avonden te geven; door toerustingsmateriaal te produce-ren; door Turks en Arabisch materiaal ter beschikking te stellen; door plaatselijk werk te stimuleren en te begeleiden etc. Voor informatie en materiaal wende men zieh tot het kantoor in Amersfoort. Zie bovenstaand adres.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.