+ Meer informatie

Jodocus van Lodensiein

6 minuten leestijd

(III.)

Lodenstein als schrijver

Lodenstein heeft bij zijn dood, behalve vele aardse goederen, waarmee hij zo rijk gezegend was, ook een groot aantal geschriften nagelaten. Van deze geschriften zullen zijn preken onder ons wel de meeste bekendheid genieten. Bundels als „De Geestelijke Opwekker" (9 preken), „De heerlijkheid van een waar Christelijk leven" (16 preken), „Boetpredikatiën over Jeremia 45" (16 preken) zijn nog heden-ten-dage voor een redelijke prijs antiquarisch te koop. Tijdens zijn leven heeft Lodenstein geen enkele preek het licht doen zien. De manuscripten, die na zijn dood werden gevonden, zijn merendeels door anderen omgewerkt en uitgegeven. Het waren eigenlijk slechts fragmenten van leerredenen en z.g.n. preekschetsen. Daar de bewerkers echter geestverwanten van Lodenstein waren (o.a. Everhardus van der Hooght, predikant te Nieuwendam), is het zo goed als zeker, dat we in deze preken toch de leerredenen van Lodenstein vóór ons hebben, zoals hij ze heeft uitgesproken.

Nog belangrijker om Lodenstein te leren kennen, maar minder gelezen, is zijn hoofdwerk „Beschouwinge van Zion", 10 samenspraken, in 5 delen uitgegeven. De „gesprekpartners" zijn Stephanus, een ouderling, Ahikam, een gewezen ouderling en Urbanus, een predikant. (In deze laatste herkennen we terstond de schrijver zelf).

Het zou te veel tijd en ruimte vergen, hier de inhoud van het gehele werk weer te geven. Uitvoerig wordt gesproken over de toestand, waarin de kerk verkeert en worden de middelen aangewezen om tot herstel te komen.

Lodenstein heeft dit werk niet voltooid. Aan het einde van de tiende samenspraak schreef de uitgever de veelbetekenende woorden neer: „Tot hier was de auteur gekomen. Nu beschouwt hij het Zion hierboven."

Ook aan verschillende kerkrechtelijke en dogmatische kwesties heeft Lodenstein geschriften gewijd, o.a. aan de afzetting van zijn vriend Koelman en aan de Sabbatskwestie. Deze werken gaan we nu maar voorbij.

Lodenstein als dichter

Ook in de letterkunde leeft Lodenstein voort door een bundel gedichten onder de titel „Uitspanningen". De literaire waarde van deze gedichten is al te vaak onderschat, maar aangezien hierover in de rubriek „Grepen uit de Letterkunde" al een en andermaal is gesproken, gaan we er hier niet nader op in. Een viertal van deze liederen heeft, in enigszins gewijzigde vorm, een plaats gekregen in cle nieuwe Gezangbundel van de Ned. Herv. Kerk. Het zijn de nummers:

75 (, , 't Oog omhoog, het hart naar boven") 137 („Heilig, heerlijk Opperwezen") 205 („Zalig, zalig, niets te wezen)" en 216 („Heilige Jezus, mij ten leven")

Lodenstein's denkbeelden

Wie Lodenstein's preken of zijn „Beschouwinge van Zion" leest, bemerkt, dat deze profetische geest slechts één ideaal voor ogen had: de ware heiligheid.

Wat hij met zijn woord verkondigde, dat onderstreepte hij met zijn levenswandel: God te kennen en Zijn wil te doen, dat is de hemel. Of, zoals hij het zelf heeft gezegd: „Heiligheid is de volmaakte heerlijkheid, en heerlijkheid is de volmaakte heiligheid."

Doordat deze man de tijd en de lust had om voortdurend te mediteren over God en over de dingen van Zijn koninkrijk, heeft hij wel enige overeenkomst met de grote mystici van de Middeleeuwen (Ruusbroec, Thomas a Kempis). Half-Rooms hebben sommigen hem genoemd, voor een Pantheïst hebben anderen hem uitgescholden. Noch het een, noch het ander is waar. Lodenstein was volbloed-Gereformeerd, wat méér zegt: stoer-Calvinist, wat tenslotte alles zegt: zuiver Bijbels. Kennis van de Heilige Schrift stond bij hem op de voorgrond,

hij beoefende de theologie zelf met de grootste inspanning. Maar wie niet meer had, dan dat, noemde hij een „letterknecht."

Het persoonlijk beleven van de Bijbelse waarheden achtte hij nodig — is dat niet Gereformeerd? — Hij zag echter de Gereformeerde belijders vechten voor de waarheid, zonder de kracht van die waarheid ooit te hebben gevoeld. Hij zag de Gereformeerde leer verstarren tot een systeem en dat bracht hem wel tot uitroepen als: „De mensen zeggen maar: We hebben toch de waarheid?

Maar die waarheid zal u zjwaar genoeg vallen!" En elders: „Men zal mij tegenwerpen: Maar wij hebben toch meer licht dan die van 't Pausdom? Maar ik zeg: Licht te hebben en Gods Geest te missen is een zwaar oordeel. En de Gereformeerde Kerk is een Babel der Babelen, duizendmaal erger dan die van het Pausdom, wegens het licht, dat ze heeft en niet recht gebruikt!" Overigens stak hij zijn waardering voor bepaalde Roomste instellingen niet onder stoelen of banken. Hij betreurde het bijvoorbeeld, dat de Reformatie, om het misbruik dat ervan gemaakt werd, de biecht, het kloosterleven en het bidden van vespers, geheel had afgeschaft.

Het spreekt haast vanzelf, dat een man met zulke idealen teleurgesteld was over de levenswandel van zijn tijdgenoten. Hij noemde velen van hen „letterknechten, geestelozen, naamchristenen, stinkende leden van de Kerk." En daar hij zag dat de kerkelijke tucht ook niet voldoende werd toegepast, kwam hij in 1673 tot zijn besluit, het Avondmaal niet meer te bedienen. Er is over deze kwestie al veel te doen geweest. Men heeft — misschien niet ten onrechte - -Lodenstein hierin van Labadisme beschuldigd. In elk geval heeft de Utrechtse kerkeraad zijn gewetensbezwaar gerespecteerd en hebben zijn collega's zijn Avondmaalsbeurten na die tijd voor hem waargenomen.

Lodenstein's invloed

Hoewel Lodenstein althans meer bekend is dan bijvoorbeeld Teellinck en Voetius, menen we, dat het „meer geprezen dan gelezen" ook op hem van toepassing is. We hebben al vele leesdiensten bijgewoond in onze gemeenten, maar we hebben zelden een preek van Lodenstein gehoord. En we hebben ons afgevraagd, wat daarvan toch wel de reden mag zijn. Schaars zijn zijn werken niet en naar vorm en inhoud is Lodenstein veel gemakkelijker te lezen en te begrijpen dan vele van zijn tijdgenoten, zelfs eenvoudiger dan velen uit de volgende eeuw.

Dat Lodenstein gedurende bijna drie eeuwen een graag gelezen schrijver was, bewijzen de talrijke drukken van zijn werken. Het is zeer de moeite waard, zich in het werk van Lodenstein te verdiepen. Voor een eerste kennismaking met de Utrechtse prediker moge ik verwijzen naar het werkje van Prof. Dr. M. J. A. de Vrijer: „Uren met Lodenstein", dat behalve een korte levensschets ook een bloemlezing uit zijn proza en zijn poëzie biedt. Wie meer van Lodenstein's leven en werken wil weten, leze de dissertatie van Dr. P. J. Proost: „Jodocus van Lodenstein (A'dam, 1880). En om Lodenstein goed te leren kennen, leze men hem zelf!

N.B. Door een lezer van Daniël werden wij geattendeerd (dit in verband met onze al eerder geplaatste artikelen over Willem Teellinck) op een boek „De politieke Christen - W. Teellinck". Dit boek, dat voorzien is van een aanbeveling van ds. P. Zandt, is een uitgave van de S.G.P. U kunt het bestellen bij: C. Janszen, Fuutstraat 2a, Rotterdam-Z.

Prijs ƒ 4.—. De baten komen ten goede aan de kas van de S.G.P.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.