+ Meer informatie

TER OVERWEGING

5 minuten leestijd

DISK cahier nr. 9. Over kerk zijn in de industriële samenleving, ontslagdreiging. 110 blz. f. 7,50 (plus f. 2,50 portokosten). Bureau DISK, giro 353201, Amsterdam.

Een uitvoerig cahier dat handelt over de ontslagdreiging bij drie bedrijven en dat verder korte verhalen geeft over ontslagdreiging. Daarna volgt een analyse en een bespreking van de plaats van de kerk, met de noodzaak van sociale begeleiding bij ontslagdreiging en bespreking van de vraag wat de kerken in een plaatselijke gemeente of parochie kunnen doen.

Met name de twaalf criteria, uitgangspunten (blz. 96–98) lijken ons van belang te zijn. Zo ook de daarop volgende zeven aandachtsvelden. Het is voor een ambtsdrager belangrijk in dagen van ontslag, maar ook bij dreigend ontslag mee te leven, mee te denken en mee te spreken.

Ook voor wie meer nadruk op de verantwoordelijkheid van het individuele gemeentelid legt, dan in dit rapport gebeurt, staan er met name in de laatste twintig bladzijden zaken en adviezen die de overweging verdienen.

Ds. C. den Boer (eindredactie), Onbegonnen werk? Pastorale handreiking ten dienste van de ouderling. 195 blz. f. 18,90. Uitg. Kok, Kampen 1982.

Dit boek is een vervolg op een reeds eerder gepubliceerde studie die speciaal voor predikanten was bestemd. Nu is de ouderling aan de beurt. De opzet van beide boeken vertoont grote overeenkomst: verscheidenheid van schrijvers, problemen die voor ouderlingen in welke kerk ook van belang zijn. Anderzijds ook hoofdstukken speciaal voor hervormde ambtsdragers: „regeren — beheren; ouderling en kerkvoogd”. Een psychiater schrijft over het pastorale gesprek (verwoord vertrouwen). Mij boeide vooral het hoofdstuk waarin ds. R.J. van der Hoef ingaat op bezwaren van hen die van de kerk zijn vervreemd. Een lijst met Schriftgedeelten voor allerlei bijzondere en moeilijke situaties besluit het boek. Die lijst is een goede handreiking aan ouderlingen. Van de ouderling met bijzondere opdracht wordt alleen het werk van de jeugdouderling besproken. Ook doop en avondmaal komen als punten van gesprek apart aan de orde.

Onwillekeurig is men geneigd een vergelijking te maken met het boek „Uit liefde tot Christus en Zijn gemeente”. Ik doe dat niet, maar zeg alleen dat de opzet van beide boeken geheel verschillend is en dat ze elkaar daarom slechts ten dele overlappen.

Dit boek is hier en daar wat breedsprakig. Terwijl andere belangrijke dingen of in het geheel niet of slechts terloops ter sprake komen.

Niettemin een boek dat waardering verdient.

Dr. L. Floor, De Doop met de Heilige Geest. 239 blz. f. 34,50. Uitg. Kok, Kampen 1981.

Met genoegen kondigen we deze studie van „onze” prof. Floor aan. We lazen een eerste versie van dit boek in zijn tweede moedertaal, het Zuidafrikaans.

Nu kan ook de Nederlandse lezer en de christelijke gereformeerde ambtsdrager kennis nemen van deze gedegen studie. Floor ontkent dat de doop met de Geest een nieuwe, tweede ervaring is, nadat een mens tot geloof is gekomen.

Wedergeboorte en doop met de Geest zien op dezelfde ervaring. Zonder de doop met de Geest is men geen gelovige en behoort men Christus niet toe.

De heilshistorische benadering stempelt dit boek, dat ook duidelijk trinitarische verbanden laat zien. Jezus verheerlijkt God in Zijn lijden. De Vader verheerlijkt Christus door de Heilige Geest. In dit spanningsveld, dat tegelijk werkterrein van de Drieënige God is, leeft de gelovige.

Dit boek is een goed wapentuig tegen de misvattingen van de Pinksterbeweging. Wapentuig is misschien een wat te strijdlustige term. Beter is het te zeggen: het biedt bijbelse toerusting voor de discussie met mensen van de Pinksterbeweging.

Met name de hoofdstukken over Christus en de Geest en de Heilige Geest als parakleet zijn fundamenteel. Geen van de besproken hoofdstukken zou gemist kunnen worden. Ook over de gaven van de Geest, het spreken in tongen, worden belangrijke dingen gezegd.

Het boek vermeldt in de tekst tal van auteurs! Dat kan de indruk wekken van een moeilijk boek. Voor wie tegen wat inspanning bij het lezen niet opziet, is het een bruikbaar en voor dit onderwerp belangrijk boek.

J. Jonker, Gaan úw kinderen nog naar de kerk? Over het afgebroken gesprek. 101 blz. Uitg. Kok, Kampen 1982. Prijs f. 13,90.

Dit boekje beleefde in korte tijd een derde druk. Het onderwerp spreekt aan — helaas! Grondstelling van de schrijver is dat de kerk moet inspelen op de veranderingen in denken en doen. De kerk moet weer gaan luisteren naar de jeugd. Zij moet veel meer inspraak krijgen in discussies èn beslissingen. Dan blijft de kerk bij de tijd en zal ze verloren terrein herwinnen. Of de kerk dan nog de aloude, bijbelse boodschap verkondigt, lijkt mij voor de schrijver geen vraag te zijn die de overweging waard is. Het dogma van de noodzaak van veranderingen in confessie en praxis is zo overheersend, dat de vraag naar de continuïteit met het belijden van de kerk der eeuwen buiten de gezichtskring valt.

Het boekje is een merkwaardige combinatie van sociologische gegevens, modern theologisch denken en inbreng van de psychologie.

Met name hoofdstuk III „Jongeren en ouderen: samen opnieuw leren God te herkennen” en dat in de ontmoeting met de medemens, is de dogmatische kern van het betoog. Een dogmatiek die tegenwoordig gangbaar is (Rapport: God met ons), maar die voor ons onaanvaardbaar is. Daarmee is ook het noodzakelijke gesprek over de in de titel gestelde vraag geblokkeerd.

Het probleem ligt er — helaas! Dit antwoord is zelfs niet het begin van een oplossing.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.