+ Meer informatie

Een vrouw op de "Willem Barendsz"

9 minuten leestijd

Dri e achtereenvolgende reizen zijn de scheeparts dokter NJ. Teljer en zijn vrouw meegeweest met de "Willem Barendsz". En daarom hebben we hen eens opgezocht in hun villa te Bilthoven om hen te horen vertellen over hun ervaringen. Want het gebeurt niet vaak, dat een vrouw meegaat ter walvisvangst; en 't leek ons vooral interessant eens te vernemen hoe een vrouw deze reizen beleefde. Deze reizen, op dat grote schip, met z'n hardwerkende mannengemeenschap, met z'n lawaaierige fabrieksbedrijvigheid, met z'n spekgladde dekken, daar zwalkend in die verre stormachtige zeeën...

Stewardes
Op de laatste tocht was mevrouw Teljer niet de enige vrouw aan boord, want ook de echtgenote van de kapitein was dit keer mee. Als ieder ander lid van de bemanning moest mevrouw Teljer zich voor iedere reis aanmonsteren; dat is nu eenmaal gebruikelijk. En zo moest ook de doktersvrouw bij de Waterschout van Amsterdam haar monsterboekje halen. De gage was gesteld op / 1,— per maand, maar die werd niet uitbetaald, werd er meteen bij gezegd... En omdat deze passagiere ook een functie behoorde te hebben, werd zij ingeschreven als "stewardess". Het werk van een arts op een walvisvaarder is niet te vergelijken met de dokterswerkzaamheden in een gewoneDokter Teljer, die zich door zijn prettig optreden bij heel de Willem Barendszgemeenschap werkelijk zeer populair heeft gemaakt, vertelt ons over zijn werk: „Op zo'n schip ben je als dokter een manusje van alles. Je moet er even goed bedreven zijn in het uitvoeren van spoedoperaties, als verstand hebben van bij voorbeeld oogaRvijkingen. Ook de mondverzorging behoort er bij; de laatste reis heb ik van 77 man kiezen getrokken... Voor het normale medische werk heb ik steeds de assistentie van twee verplegers; bij een operatie helpt ook de chef-hofmeester. De keuring waaraan het personeel zich voor de aanmonstering moet onderwerpen is streng, want het werk op de jagers en de walvisvaarder is heel zwaar. Dit jaar gingen we met bijna 500 man het vangstgebied in; 180 van deze kwamen in Kaapstad, waar ook de jagerschepen overwinteren, aan boord."

Druk spreekuur
Tweemaal per dag houdt dokter Teljer tijdens de expeditie spreekuur. Allerlei kleine ongelukjes, zoals gebroken ledematen, schaafwonden e.d., kunnen zich tijdens de topbedrijvigheid voordoen. Maar ook blindedarmoperaties; dit jaar twee, vorig jaar drie. Het dok- „We zitten er steeds achtertersechtpaar heen dat de mannen Teljer, dat komen", vertelt de arts verder. „Ook de kleinste verwonding kan hier gemakkeiijk leiden tot een gevaarlijke infectie. Immers men heeft te maken met dode dieren, en tijdens de bewerkingen op het dek is alles even vet en smerig. Bij

het slijten van de stalen ka
bels komen er stukjes draad los, z.g.n. vleeshaakjes. Dat deze vaak wondjes veroorzaken is duidelijk. Soms ook springt een kabel los van de stoomwinch; een tik daarvan kan behoorlijk aankomen. Mijn spreekuren waren dit jaar druk bezocht. In zekere mate mogen we dit een succes noemen. Want we doen steeds moeite de mannen er van te overtuigen, dat het tegen het belang van henzelf en dat van het bedrijf is, wanneer ze met iets blijven doorlopen. Eenvoudig is dit niet, want de mannen van de "Willem Barendsz" zijn uiteraard geen kleinzerige luitjes, die met elk wissewasje bij je willen komen. Voor de bemanning van de twaalf "catchers" die aan de vangst meedoen, is 't natuurlijk moeilijker om mij te raadplegen. Zij bevinden zich meestal mijlen ver van het fabrieksschip vandaan, en slechts eens per week of in de tien dagen komen zij bunkeren."

Als het operatiemes snijdt...
Op een van de reizen heeft mevrouw Teljer het druk gehad met het assisteren van haar man. Dat was tijdens de expeditie 1950-1951 toen een van de verplegers door ziekte uitviel. Spannende ogenblikken worden er aan boord beleefd, als er in volle zee, bij ruw weer, een spoedoperatie moet plaats vinden. Dan gaat het schip met de kop in de wind liggen, er wordt alles gedaan om de operatie beneden in het "hospitaaltje" zo weinig mogelijk te hinderen. Maar boven, in haar hut, zit mevrouw Teljer, in spanning meelevend met de operatie, bij elke schok van het schip nerveus opschrikkend voor de mogelijke gevolgen... Gelukkig liep 't steeds nog goed af Mevrouw Teljer kan gezellig vertellen over Cura^ao, waarlangs de heenreis voert om te bunkeren en over Kaapstad, waar men tweemaal per reis aanlegt. Zij doet dat ook op echt vrouwelijke wijze, bij voorbeeld als zij spreekt over de harpoen, dat "verschrikkelijke wapen". Maar die harpoen, die door middel van een kanon op de jachtboten wordt afgeschoten, is toch maar het belangrijkste instrument bij de jacht op vele soorten walvissen.

Op jacht
Men jaagt op potvissen, langvinwalvissen, blauwe vinvissen en op gewone vinvissen. Het vangstgebied, alsmede het vangstseizoen voor elke vissoort afzonderlijk, zijn nauwkeurig internationaal vastgesteld. Twee controleurs, regeringsambtenaren, op de "Willem Barendsz", zien er op toe dat aan een en ander strikt de hand wordt gehouden. Mevrouw Teljer vertelt ons iets van de manier waarop de jacht op de walvissen plaatsvindt. „Men ontdekt de walvissen aan de befaamde uitademingsfonteinen, die al naar men met een tandwalvis (potvis) of baleinwalvis te doen heeft, schuin naar voren of recht naar boven zijn gericht. Ziet men op de jachtboten een of meer van deze vissen, en voldoen ze aan de voorgeschreven grootte, wat 'n ervaren harpoenschutter wel kan schatten, dan komt het harpoenkanon in actie. Op een afstand van ongeveer 30 m wordt het dodelijke schot op het dier gelost. Door middel van de nylonkabel, die met de harpoen wordt meegeschoten, blijft de walvis met de jachtboot bevestigd. Het gedode dier wordt vervolgens langszij gehaald en meegesleept, totdat het wordt afgehaald door de zgn. boeiboten die de dieren bij de jachtboten afhaalt en ze naar het fabrieksschip versleept. Als 't erg druk is met de vangst laat men het gedode dier, opgepompt met lucht, ook wel achter met een vlag op het lichaam; de positie van het dier wordt dan door de jachtboot aan de "Willem Barendsz" doorgegeven."

Net een dorp
Door de woorden van mevrouw Teljer gaat ook iets van de bedrijvigheid aan boord van het fabrieksschip voor ons leven. „Het is net een dorp", zegt de doktersvrouw. „Want er gebeurt van alles. Vooral op dagen van drukke vangst hoor je allerhande lawaai. Want aan boord is een complete bankwerkerij; aan boord wordt gesmeed, gelast, gezaagd, getimmerd, en worden in grote ketels de botten uitgekookt wat steeds een heerlijk stommelend geluid maakt... Is het gedode dier eenmaal de "slipway" (de "oprit" uit zee naar het dek van de W.B.) opgetrokken, dan begint men op het achterdek met het flensen, d.w.z. de vis wordt ontdaan van zijn speklaag. Mannen met hoge laarzen met sporen, beklimmen het kolossale gevaarte en zetten het mes er in. Na het flensen wordt de vis naar het achterdek gesleept waar de lemmers hun werk doen. Hier worden vlees en ingewanden verwijderd; en de botten, waarin zich nog een 15% vet bevindt, worden in stukken gezaagd en gaan naar de ketels. Tijdens deze bewerkingen is 't werkelijk een smerige bende aan dek. Het is er dan zo glad, dat bij voorbeeld proviand voor een langszij liggende jachtboot per slee over dek wordt aangevoerd... Als > gewoon mens moet je 't dan ook maar niet wagen over het dek te lopen..." „Maar hoe deed u het dan?" onderbreken wij even het verhaal van de doktersvrouw, omdat wij wisten dat mevrouw zich nooit afzijdig hield van alles wat er aan boord gaande was, en steeds intens met de ups en downs in de vangst meeleefde. Mevrouw Teljer glimlacht. „Och, er waren wel steeds een paar ridderlijk toegestoken vette handen die mij brachten op de plaats waar ik zijn moest..."

Hou je vast!...
Ook over stormen weet mevrouw Teljer mee te praten. Vooral in de wateren tussen 39° en 50° Zuiderbreedte, de beruchte "roaring forties" kan 't te keer gaan. Zo beleefde zij een storm met windkracht 11, toen machtige zeeën tegen de "Willem Barendsz" opsloegen, tot over het vliegdek, dat is meer dan twaalf meter hoog! „Ik zat in m'n hut", vertelt mevrouw Teljer, „vol blauwe plekken. Als ik door de patrijspoort wilde kijken naar het geweldige natuurgeweld buiten, moest ik me stevig vastklemmen aan de vensterbank. Die middag besloot ik de maaltijd maar over te slaan, want ik durfde niet naar de midscheeps te gaan. Maar enkele traankokers haalden ons af Elkander stevig vasthoudend bereikten we, niet zonder moeite, door de fabriek heen, de boven gelegen eetzaal. Daar was met natgemaakte tafellakens gedekt en de stormlatten waren om de tafels aangebracht. De fauteuils, die onderaan de poten reeds bezwaard zijn met loden doppen, waren nu met elkaar vastgebonden met nylonkoord. En het eten? De borden met capucijners en spek moesten we maar in de hand houden bij het eten..." Mevrouw Teljer vertelt ook van een stormachtige Zondag, toen het juist haar beurt was om de kerkdienst te leiden. „Gelukkig werd de leiding door een van de mannen overgenomen, want ik zou niet hebben kunnen blijven staan! Tijdens de dienst zeulden mijn buurman en ik heen en weer op de gladde eikenhouten bank... En de preek werd begeleid door het onaangename geluid van de borden en schotels die in de houten rekken heen en weer schoven..."

Een krans gelegd
Aan de terugreis bewaart mevrouw Teljer gemengde herinneringen. Prettige, omdat de terugkomst in Kaapstad samenviel met de Van Riebeeckfeesten. Een delegatie van de bemanning, waaronder ook mevrouw Teljer, legde een krans bij het Van Riebeeckmonument. Droeve herinneringen heeft mevrouw Teljer aan de dag waarop men het bericht vernam, dat drie opvarenden van de "Willem Barendsz", die niet als leden van de bemanning doch wel beroepshalve de hele tocht hadden meegemaakt, en die per vhegtuig van Zuid-Afrika naar Nederland waren vooruitgegaan, waren verongelukt. Dat was met het lijntoestel "Koningin Juliana", te Frankfort... "Stewardess" stond er als beroep in het monsterboekje van mevrouw Teljer. Over haar werkelijke functie aan boord heeft ze ons echter weinig verteld. De functie van stewardess was in zekere zin nog zo verkeerd niet. Want, zo zegt dokter Teljer met een ondeugend lachje, „ze heeft m'n patiënten behoorlijk verwend met extra kopjes koffie en vruchtensap..." Maar wat noch de dokter, noch zijn echtgenote ons vertelde, en dat wij toch niet onvermeld mogen laten, is dat mevrouw Teljer door haar moederlijke zorg en warme belangstelling voor de persoonlijke zorgen van de mensen, voor vele opvarenden van de "Willem Barendsz" méér is geweest dan een stewardess!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.