+ Meer informatie

Taak vrouwenbond ligt vooral in toerusting op vragen van deze tijd

Mevr. Meijwaard na twaalf jaar voorzitterschap Bond herv. geref. vrouwen:

5 minuten leestijd

ZWOLLE - In deze maatschappij zijn heel wat vanzelfsprekendheden weggevallen. Dat verandert niet de doelstelling van onze vrouwenbond, maar betekent wel dat toerusting voor de vele vragen van deze tijd nu erg belangrijk is geworden. Vroeger betekende de vrouwenvereniging meer gezellig een avondje uit gaan. Men breide of organiseerde een bazar. Nu gaat het er vooral om een weg te vinden in de problemen van deze tijd, en dat rondom een geopende Bijbel. Dat zegt mevrouw A. C. Meijwaard-Fuite, die na twaalf jaar de voorzittershamer van de Bond van Nederlandse Hervormde Vrouwenverenigingen op Gereformeerde Grondslag neerlegde.

Mevrouw Meijwaard kwam in 1973 in het hoofdbestuur en werd in 1979 voorzitter. Zij vond het een van haar belangrijke taken om vrouwen, vooral jonge vrouwen, naast geestelijke vorming toe te rusten voor al datgene wat in de maatschappij of op het terrein van de opvoeding op hen afkwam. Daarbij wilde ze, zo zegt ze, bij voorbeeld inspelen op het verschijnsel van koffiemorgens. Sommigen willen liever op een morgen vergaderen, zo zegt mevr. Meijwaard. 'Natuurlijk is er het gevaar van wildgroei, zo erkent zij desgevraagd, maar daarom is het juist nodig zich aan te sluiten bij de Bond. „We dringen hierop aan, omdat we hen dan vanuit de Bijbel, vanuit artikelen en bijbelstudies, houvast kunnen geven". De toerusting komt ook tot uitdrukking in speciale besturendagen en de jaarlijkse bonds- en ontmoetingsdagen.

Ligging

Tussen de verschillende verenigingen zijn best wel verschillen in ligging te constateren, maar dat heeft in de praktijk nooit problemen opgeleverd, zegt mevrouw Meijwaard. Het bewijs hiervan ziet ze in het feit dat praktisch geen vrouwenvereniging om principiële redenen heeft afgehaakt. Niet iedere vrouw voelt voor het verenigingswerk op zichzelf, zo zegt ze. Verheugend vindt ze dat veel jonge vrouwen zich de laatste drie a vier jaar hebben aangemeld. De Bond telt nu ongeveer 290 verenigingen, met in totaal 10.000 leden. Het contactorgaan is het blad "De Hervormde Vrouw", waarin onder meer bijbelstudies staan die door vrouwenverenigingen gebruikt worden.

De plaats van de vrouw is door de hele emancipatie-gerichtheid van de samenleving erg veranderd. „Dat gaat ook de gereformeerde gezindte niet voorbij. Ook daar gaan vrouwen steeds meer werken, raken vrouwen al vroeger zonder gezin als de kinderen het huis uit zijn. Dan is het verklaarbaar dat vrouwen op hun eigen manier zoeken naar een weg om hun eigensoortige gaven te besteden".

Het is nooit te zeggen wat dé taak van dé vrouw is in de gemeente, zegt mevrouw Meijwaard. „Iedereen heeft haar eigen talent. Sommigen willen liever niet direct op de voorgrond treden en doen meer het stille werk, zoals met gehandicapten en eenzamen wandelen of hen voorlezen. Anderen zijn bezig op de verenigingen. Veel vrouwen dragen zorg voor bejaardenmiddagen. Ook is het een goede zaak dat men voor schoolbesturen een beroep op vrouwen doet. We zijn niet voor de vrouw in het ambt, maar vrouwen kunnen wel op zoveel andere wijzen ingeschakeld worden".

Contact onderling

De Bond zocht in 1975 contact met vrouwenverenigingen van de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Gemeenten. „We werden naar elkaar toegedreven. Het wetsvoorstel abortus provocatus stond op stapel en we moesten iets doen. We hadden als verontruste vrouwen de roeping te spreken". Daarom ontstond het Comité Vrouwenbonden op Gereformeerde Grondslag. Onderlinge samenwerking van de verschillende bonden verliep uitstekend, ondanks onze verschillende achtergronden. Misschien komt dat omdat wij vrouwen daadwerkelijk aanpakken en minder doortheologiseren dan mannen, zegt mevr. Meijwaard.

Het Comité heeft regelmatig contacten met de kleine christelijke partijen en beraadslaagt over actuele onderwerpen zoals de Wet Gelijke Behandeling, zaken als abortus, euthanasie, gokverslaving, het beleid van de Emancipatieraad, enzovoorts. Zonodig schrijft het Comité over deze onderwerpen naar de betreffende ministers. „Het is belangrijk dat vrouwen uit onze achterban zich laten horen. Wanneer er namens de vrouw gesproken wordt, gebeurt dat meestal door progressieve kringen. Wij zijn echter verplicht bezwaren vanuit ónze overtuiging kenbaar te maken". Mevrouw Meijwaard benadrukt dat het belangrijkste werk niet ligt in de acties die de publiciteit halen. „Het eigenlijke werk van de Bond is de geestelijke toerusting voor de leden, het werk naar binnen toe".

Contacten Oost-Europa

Tijdens mevr. Meijwaards voorzitterschap vroeg de stichting Friedensstimme het Comité hulp aan geloofsvervolgden te bevorderen. Zo begon het contact met Oosteuropese christenen, onder andere met Lydia Vins, voorzitter van de Verwantenraad, een vereniging van vrouwen van wie de man om geloofsredenen in de gevangenis zat. Ook Serafima Joedintseva was lid.

Toen Serafima Joedintseva in 1987 echter zelf veroordeeld werd tot gevangenisstraf, besloot het Comité over te gaan tot actie. Mevr. Meijwaard reisde naar Rusland en sprak daar Serafima. Terug in Nederland stuurden de vrouwenverenigingen brieven en petities naar de Sowjetregering: drie dagen voor haar gevangenneming werd Serafima's vonnis vernietigd. Nog steeds bestaan contacten met christenen uit Oost-Europa.

Vakantieweken

Ondertussen stond ook het werk in Nederland voor mevr. Meijwaard niet stil. De vrouwenbond organiseert sinds 1975 vakantieweken voor lichamelijk gehandicapten en zes jaar geleden startte de Bond met vakantieweken voor verstandelijk gehandicapten.

Momenteel worden negen weken voor lichamelijke gehandicapten gehouden en zes voor verstandelijke gehandicapten. Die vakantieweken voorzien in een grote behoefte, zegt mevrouw Meijwaard. Gehandicapten uit de gereformeerde gezindte konden meestal geen vakantie op verantwoorde manier houden. Mede op mevr. Meijwaards initiatief kwamen er ook vakantieweken voor alleenstaanden. Afgelopen zomer ging de eerste kindervakantieweek van start. voor verstandelijke gehandicapten van zes tot zestien jaar.

Het voorzitterschap bracht heel wat werk met zich mee, maar ging nooit ten koste van het gezinsleven, aldus mevr. Meijwaard. „Wanneer ik werd gevraagd voor de vervulling van een functie overlegde ik altijd eerst met mijn man en kinderen. Mijn gezin heeft altijd voorop gestaan". Ze vindt dat dat ook voorop moet staan bij élke vrouw die op een of andere wijze actiefis buiten het gezinsleven.

Gaven benutten

De vrouw heeft een unieke plaats gekregen in de schepping; in het gezin, maar ook daarbuiten. Mevr. Meijwaard wil de vrouw „niet uit het gezin jagen", integendeel, kinderen hebben recht op hun moeder. Maar zij vindt dat „je de gaven die je hebt gekregen, ook buiten het gezin kunt gebruiken". Het werk naar binnen en buiten toe, datgene wat namens en in samenwerking met een grote groep leden gedaan wordt, heeft mevr. Meijwaard als erg waardevol ervaren. Duidelijk zag zij Gods leiding in haar werk. „Het werd op mijn weg geplaatst", verklaart zij. Ze noemt zich een „dankbaar mens", ook dankbaar voor de opvoeding die ze zelf gehad heeft. Gedragen als ze zich voelt door het gebed van velen die haar omringen, moet ze zeggen dat ze het werk met veel plezier heeft gedaan.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.