+ Meer informatie

-^ De laatste schooldagen

3 minuten leestijd

Moeizaam manoeuvrerend (dankzij het welkomstcomité; ouders, broertjes, zusjes, incl. auto's, fietsen) maar keurig op tijd komen de bussen de bomvolle straat ingereden. Eén bus blijkt leeg te zijn. Met een zorgelijk gezicht stapt de buschauffeur uit en deelt vervolgens somber mee dat alle kinderen uit deze bus opgegeten zijn in de dierentuin. Op datzelfde moment schieten de kinderen joelend omhoog en zwaaien ons met triomfantelijke gebaren vanachter de raampjes toe. Wij zwaaien en gebaren quasi opgelucht terug. Dan komt de één na de ander de bus uitgestommeld. Ergens achteraan ontdek ik Robert. Verscholen achter een grote puntzak snoep. Zo heeft-ie dus z'n centjes besteed, denk ik geamuseerd. Ik had het kunnen weten! Maar ietsje later blijkt dat ik veel te vlug geoordeeld heb. Glunderend komt hij met de puntzak als trofee voor z'n neus aangelopen. „Zo .ouwe stioeperdl", begroet ik hem plagend. Hij hoort me niet eens. „Hier!", zegt hij met een half stoer-half verlegen lachje naar mij: „Voor jou, Martijn..." en hij duwt Martijn de puntzak in z'n handen. „Is die hele zak voor hem?", vraag ik vol ontzag, want zo'n kapitaal heeft hij niet meegekregen. „Dat je zomaar uit jezelf aan je broertje heb gedacht vind ik zó!", zeg ik terwijl ik m'n duim waarderend omhoog steek.

De laatste dagen op school geniet Robert van het ongeregelde. De pennebakken/zakken gaan mee naar huis, de laadjes worden leeggemaakt, en er worden tafeltjes en stoeltjes versleept. „We doen bijna niks meer mam!", deelt hij me samenzweerderig mee, alsof hij zomaar gespijbeld heeft. De schoolkrant en het rapport duiden echt het einde van het schoolseizoen aan. Met rekenenen, schrijven, taal en lezen is hij een half puntje omhoog gegaan. Een mooi eindresultaat. En nu popelt hij om op vakantie te gaan. Gelukkig voor hem wordt zijn geduld niet zó lang op de proef gesteld: de volgende dag gaan we al! Af en toe probeert Robert onderweg de bordjes lang de weg te lezen. „Waarom staat er steeds "uil" op die bordjes?" vraagt hij. „Bordjes met uil??" herhalen wij verbaasd, „die bestaan helemaal niet." Kilometers later komen we erachter dat hij de bordjes UIT bedoelt. Beschaamd zakt hij terug op de achterbank en Hij concentreert zich op de plaatsnamen. Dat valt bij nader inzien toch wat tegen. „sss- 'sss.hu.é.rr??" (bord is voorbij, wachten op de volgende). „Sher", mompelt hij ondertussen. „Wat is dat nou voor een woord!" „sher-tu.oo.gg.én", spelt hij bij het volgende... flits, alweer voorbij. „Tja, zo weet ik het nooit", valt hij ongeduldig uit tegen niemand in het bijzonder. Opeens schiet hij overeind en zegt beschuldigend tegen z'n vader: „Papa, u rijdt hier vééél te hard. Dat mag helemaal niet van de politie." ,Juist wel", reageert papa verbaasd om die plotselinge aanval. „Het is hier vierbaans hoor, als je hier te langzaam rijdt knalt er iemand achterop!" „Nietes", blijft Robert volhouden. „Het gaat zo veel te snel. Zo kan ik de borden niet lezen!"

Iets wat naar mijn gevoel nog veel sneller gaat is de tijd! Het lijkt nog maar een maand of wat geleden dat we precies dezelfde route reden naar de Veluwe. Met dat verschil dat Robert vorige keer de kleuterschool voorgoed vaarwel gezegd had en nu alweer een jaar "grote school" achter de rug heeft. Toen leken alle letters nog abacadabra, nu kent hij ze allemaal en kan hij schrijven en rekenen. Minstens een kleine tien schooljaren heeft hij bij leven en welzijn nog voor de boeg. En nu maar hopen dat hij al die jaren met evenveel plezier en dezelfde inzet naar school mag blijven gaan...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.