+ Meer informatie

De ware lijdzaamheid

3 minuten leestijd

Maar God wil dat wij op een andere manier geduldig zullen zijn, te weten dat wij bereid zullen zijn alles te verduren, wetende dat het goed en kwaad ons overkomt van de hand van God. Dat wij verdragen dat Hij ons kastijdt, niets anders vragen dan door Hem geleid te worden, afstand doende van al onze begeerten. En als ons dat verschrikkelijk toeschijnt, dat wij dan strijden tegen onze kwade begeerten, en dat wij die tegengaan op zulk een wijze dat Hij alleen Meester blijft. Want het is onmogelijk dat wij dit geduld zó ongedwongen en vrij hebben, tenzij wij aanleiding nemen om ons te vertroosten in God. En hoe zal dat zijn? Het is wel nodig dat wij weten dat Hij ons verderf niet zoekt, wanneer Hij ons slaat, maar veel meer dat Hij ons heil verzorgt. Want wie acht en oordeelt dat God tegen hem is, het is niet mogelijk dat die niet komt in een verslagenheid en angst, ja in een razernij; om zich als een wild dier aan te stellen, en zich tegen God te verheffen. Hebben wij God lief, wanneer wij denken dat Hij anders niet zoekt dan ons te verderven en ons te vernietigen? Nu, dan is een heel nodige zaak, dat wij er geheel van overtuigd zijn, dat wanneer God ons slaat, dat toch niet een teken is dat Hij ons haat, en ook niet dat Hij ons voor Zijn vijanden houdt, maar veeleer bezorgt Hij door dit middel ons heil. En hierin bestaat nu onze overwinning, gelijk de heilige Paulus zegt in de Romeinenbrief, hoofdstuk 8, vers 37, als wij deze liefde van God in Jezus Christus verstaan, dat wij er wel van overtuigd zijn dat God ons aangenomen heeft om Zijn kinderen te zijn. W ant met dit beginsel zullen wij niet in verwarring geraken door tegenspoed. Waarom niet? Want nu God ons liefheeft zullen wij nooit beschaamd worden, en het is er zover vandaan dat onze tegenspoeden ons heil verminderen, dat ze voor ons zullen worden omgewend tot hulp, en God zal op zulk een wijze werkzaam zijn, dat ons heil door dit middel zal worden bevorderd. Ziende dan dat Job, die door God bemind werd, die een van de alleruitnemendsten was die er toen op de wereld waren, zó zwaar getroffen is, wetende dat God soms toelaat dat wij tegenspoeden te verduren krijgen, die heel hard en vreselijk zijn, Hij toch niet nalaat ons onder Zijn bescherming te houden. Hij houdt niet op ons te beminnen, en ons beminnende, ons te voorzien van wat voor ons goed en nuttig is.

Uit een preek over Job 1 : 13 t/m 19

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.