+ Meer informatie

Uitkeringen niet mee bij hoge loonstijging

Lubbers treedt af als lonen te veel stijgen

4 minuten leestijd

DEN HAAG — De uitkeringsgerechtigden zijn volgend jaar met 3 procent extra niet slechter af dan de werknemers in het bedrijfsleven, als tenminste de loonstijging onder de 4 procent blijft. Mocht de loonstijging hoger uitvallen, dan is voor de mensen met een uitkering de koek op, zo liet premier Lubbers gisteren weten tijdens het debat over de koppeling en de wao.

De verwachte loonstijging in de marktsector was de spil waar het debat gisteren om draaide. Toch bleek daar niet al te veel van, omdat, zoals Van Mierlo zei, de Kamer het niet verstandig vond daar in het openbaar al te veel over te discussiëren. Een sombere verwachting ten aanzien van de loonstijging in de marktsector zou wel eens een eigen leven kunnen gaan leiden en daardoor onbedoeld bewaarheid worden.

CDA en PvdA hadden bovendien een goede reden om het onderwerp van de loonstijging in de bedrijven te vermijden. De twee coalitiepartners staan lijnrecht- tegenover elkaar als het gaat om de vraag wat er gedaan moet worden als de loonstijging boven de 4 procent uitkomt. PvdA-fractievoorzitter Wöltgens wil dat er dan opnieuw gekeken gaat worden naar het inkomensbeleid. Hij suggereerde dat een te hoge loonstijging „afgeroomd" zou kunnen worden door lastenverzwaring of dat de uitkeringen alsnog wat extra verhoogd zouden worden.

Achterstand

Premier Lubbers maakte echter duidelijk dat dat er niet in zit. In navolging van CDA-fractievoorzitter Brinkman stelde de premier dat daar geen geld voor beschikbaar is. „De koek is dan op", aldus Lubbers. Ook minister Kok steunt deze inzet van het kabinet. Flinke loonstijgingen kunnen niet „blind en automatisch" worden doorberekend in de uitkeringen, zo hield hij zijn eigen partijgenoten voor.

Blijft de loonstijging in de bedrijven beperkt, dan komen de uitkeringen niet op achterstand te staan in de plannen van het kabinet. Volgens Lubbers is het zelfs zo, dat bij een loonstijging van 4 procent de uitkeringsgerechtigden er nog net zo veel op vooruitgaan als de werknemers. Aanvankelijk bestond de gedachte dat dat alleen maar zo was bij een loonstijging van 3 procent of minder, maar volgens Lubbers is dat een misverstand.

De premier verweet de Kamer pessimistisch te zijn ten aanzien van de bereidheid in de bedrijven om de lonen te matigen. Hij is van mening dat het pakket fiscale maatregelen dat het kabinet op tafel heeft gelegd, al een matigend effect heeft. Als de gemiddelde loonstijging volgend jaar uitkomt op 5, 6 of 7 procent, treedt Lubbers af. De meeste fracties bleven gisteren echter twijfelen aan het realisme van deze optimistische houding.

De wao-plannen van het kabinet kunnen op de steun rekenen van CDA en PvdA, met uitzondering van het PvdA-kamerlid P. de Visser. De PvdA'ers Moor en Schoots, die eerder ook van hun afkeuring lieten blijken, hebben uiteindelijk niet tegen de plannen gestemd.

D66, Groen Links, GPV, SGP en RPF toonden zich tegenstander van het ingrijpen in de hoogte en de duur van de uitkeringen. Zij vinden dat het nog te vroeg is voor dergelijke maatregelen. Eerst zouden de maatregelen die de arbeidsongeschiktheid zelf aanpakken meer kans moeten krijgen. Later kan dan alsnog besloten worden de hoogte of de duur van de uitkering te beperken. Een motie met die strekking haalde gisteravond echter geen meerderheid.

SGP-fractievoorzitter Van der Vlies memoreerde dat de overheid een „schild voor de zwakken" behoort te zijn. Hij noemde het „jammer" dat het kabinet geen uitzondering heeft gemaakt voor de schrijnende, onomkeerbare gevallen in de wao. „Die verdienen dat toch wel", vindt hij. Hij vroeg het kabinet nog eens goed te kijken of volumebeleid niet voldoende op kan leveren om de ingreep in de uitkeringen wat te verzachten.

Ook de GPV'er Schutte en het RPF-kamerlid Leerling zijn tegen het snijden in de uitkeringen op dit moment. Een motie van afkeuring ging voor Schutte echter te ver. „Het kabinet moet niet weg, maar aan het werk", vindt hij. Leerling vroeg, evenals Van der Vlies, aan Lubbers om een fijner onderscheid tussen verschillende wao'ers, bij voorbeeld tussen alleenverdieners en tweeverdieners

 Zie ook pag. 3: "Bonden: Loonstijging is niet onderbouwd".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.