+ Meer informatie

Citroën DS en tijdgenoten nu nog te koop

Dat waren nog eens auto's!

7 minuten leestijd

Je ziet ze de laatste tijd steeds vaker: de auto's uit de jaren vijftig en zestig. Klassiekers als een Volvo Amazone, een Peugeot 404 of een oude RoverV8. Daar blijf je even voor staan. Zeker als zo'n fraaie Citroen DS de straat doorschuift. Dat waren nog eens auto's, gemaakt in een tijd dat nog niemand had gehoord van windtunnels of cW-waarden. Ze rijden nog steeds en zijnzelfs in goede staat te koop; voor een beste prijs.

Hoe komt het dat juist nu de belangstelling voor auto's van dertig jaar geleden weer aanwakkert? „Het is misschien het vervullen van een oude droom", filosofeert Jaap van den Broek uit Nieuwleusen, specialist in het opknappen van oude DS'en. „Veel mensen die nu rond de 45 jaar zijn, hebben als kind meegemaakt dat oom of opa in zo'n snoek rondreed en zich vergaapte aan die auto's. En ze hebben zich in hun hart voorgenomen dat ze later, als ze groot waren, ook zeker zo'n auto zouden aanschaffen." Het is er voor de meesten nooit van gekomen, want de DS ging na verloop van tijd uit produktie, er kwamen modernere auto's en de goede oude tijd werd vergeten. Maar zo'n dertig jaar later komt die tijd toch weer in herinnering. Veel mensen hebben dan inmiddels een stuk of tien moderne auto's versleten en zijn tot de conclusie gekomen dat er eigenlijk niks aan is, rijden in zo'n modern geval. Het rijdt natuurlijk uitstekend, maar verder valt er ook niets van te zeggen. Wat ontbreekt, is een eigen stijl, een eigen karakter. Nee, dan zo'n strijkijzer uit de jaren zestig. Die eigenwijze vormgeving, de voor die tijd geheimzinnige techniek waardoor de auto na het starten langzaam enkele centimeters omhoog kwam, dat interieur dat meer deed denken aan een UFO dan aan een auto: dat was wel even wat anders. Een ware revolutie.

Eenheidsworst
„Het is geen wonder dat moderne auto's zoveel op elkaar lijken", zegt Van den Broek, „want ze worden ontworpen op grond van marktonderzoeken. Dan krijg je een soort grootste gemene deler van wat mensen van een auto verwachten. Er worden miljarden gein- > Type-plaatje op een heel bijzondere DS: de cabriolet d'usine (fabriekscabriolet). Carrossier Henri Chapron bouwde de cabrio-uitvoering. Een half afgebouwde DS ging naar zijn werkplaats, waar Henry er een losse kap op zette. Dan ging de snoek weer terug naar de fabriek om verkocht te worden als echtefabrieks-Citroen. (Foto H.P.A. de Bliek) ving als wat techniek betreft. Het was de eerste auto waarin op grote schaal hydrauliek werd toegepast. Vering, remmen, besturing: het werd allemaal bediend via hydraulische systemen. Autotechniek om van te smullen. Ook weer dank zij het feit dat de ontwerpers hun gang konden gaan. Puur bedrijfskundig gezien was de DS echter een verschrikkelijk slechte auto. Want doordat hij zo ingewikkeld in elkaar zat, kostte de produktie erg veel geld. Hoewel er meer dan 1,3 miljoen stuks verkocht zijn, heeft Citroen nooit een stuiver aan de DS verdiend. De wagen maakte grote indruk. Op de Parijse Autosalon van 1955, waarop de DS voor het eerst te zien was, stonden de mensen te kijken met ogen als schoteltjes. Andere merken probeerden Citroen na te doen. Zoals Rover met de 2000 en 3500 V8 modellen. Aan het feit dat bij deze auto de spoorbreedte voor groter is dan achter, kun je zien dat ze gepoogd hebben een auto te maken volgens hetzelfde principe als de DS. Op technisch gebied durfden de Britten echter lang niet zo ver te gaan als de Fransen: de Rover heeft gewone stalen veren en achterwielaandrijving. Het enige waarin Rover apart durfde te zijn was in de installatie van een forse achtcilinder motor onder de motorkap. „Wat ik zo bijzonder vind, is dat de Fransen ondanks alles gewoon het lef hadden iets aparts, iets extravagants te maken", zegt Jaap van den Broek, die vanwege zijn Frankrijkliefde ook wel Jacques du Pantalon wordt genoemd. „Zo iets is tegenwoordig onmogelijk. Geen wonder dan ook dat men opkijkt als er weer eens zo'n oude DS voorbij komt glijden. Dat waren nog eens auto's, hoor je dan. Waren die maar weer te koop."

Als nieuw
Wel, die mooie, ouderwetse auto's zijn er nu weer. Want inmiddels hebben diverse bedrijven zich geworpen op de restauratie en verkoop van auto's als de Citroen DS. Ook wagens als de volvo Amazone, de Rover 3500 V8 en de Peugeot 404 trekken weer volop belangstelling. De restaurateurs sporen de oude wagens op, halen ze als het moet helemaal uit Engeland of Zuidrankrijk, knappen ze zo goed mogelijk weer op en verkopen ze aan de liefhebbers. Natuurlijk is er verschil tussen opknappen en opknappen. Jaap van den Broek is een van degenen die het het fanatiekst aanpakken. Bij hem gaat een auto werkelijk tot de allerlaatste schroef uit elkaar en wordt hij helemaal opnieuw opgebouwd. Daar zijn de prijzen dan ook naar. Voor een volledig gerestaureerde DS vraagt Van den Broek zonder blikken of blozen 32.000 gulden. Evenveel als je voor een nieuwe moderne middenklasser moet betalen. Maar volgens Van den Broek zijn zijn auto's dan ook even goed als een nieuwe auto. Er wordt per auto zo'n 400 uur arbeid in gestoken en de auto is daarna zo goed als nieuw. Wil je 40.000 kilometer per jaar rijden? „Geen probleem", zegt Van den Broek, „als je maar op tijd het onderhoud laat verzorgen." Van den Broek waarschuwt wel dat je af en toe een beetje geduld en wat begrip moet hebben voor een klassieke auto. Want een dertig jaar geleden gemaakte auto heeft best nadelen. Zoals een wat rumoeriger motor, meer windgeruis, een slechte verwarming en het ontbreken van luxe zaken als centrale deurvergrendeling en elektrisch verstelbare buitenspiegels. Dat moet je gewoon voor lief nemen. En als je een uitvoering hebt met handchoke, is er 's morgens ook af en toe wat gegoochel nodig om de motor aan de praat te krijgen. „Als iemand zo'n oude DS wil kopen, vertel ik hem altijd precies wat hij kan verwachten, wat de nadelen zijn van een klassieker. Want ik wil niet dat hij na twee maanden terugkomt omdat hij toch liever een moderne auto heeft. Voor het rijden in een DS moet je echt wel een liefhebber zijn; je moet zo'n auto een beetje kunnen koesteren. Als ik de indruk heb dat iemand dat niet op kan brengen, zeg ik eerlijk: zo'n auto is niks voor u." Verstand van techniek is er volgens Van den Broek niet nodig om een goed gerestaureerde DS te kunnen berijden. Het is degelijk spul dat na een restauratie niet zo snel kapot gaat. Natuurlijk kun je pech hebben, maar dat kun je met een gloednieuwe auto ook.

Ongedwongen
Wat het voor mensen zijn die in een klassieker rijden? Allerlei soorten mensen, van stratemaker tot directeur. Jaap van den Broek heeft in zijn klantenkring vooral advocaten en reclame mensen. Die hebben een zakelijk voordeel van het rijden in een klassieke auto ontdekt: zo'n auto verbetert de sociale contacten. Er ontstaat meer goodwill bij een klant als je met een oude auto als een Citroëiï^ DS of een Rover 3500 komt voorrijden. Het eerste contact verloopt dan meestal leuk: er wordt gevraagd naar de auto en er ontstaat een ongedwongen sfeertje. Aan de andere kant ben je ook veel herkenbaarder met zo'n oude auto. Vooral als je in een kleine plaats woont, kun je snel een bijnaam krijgen: daar heb je de vent van die oude DS. Maar dat geeft dan meteen aan dat je iemand bent met smaak, vindt Van den Broek.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.