+ Meer informatie

Zondagsrust en zondagsheiliging

4 minuten leestijd

Het bestuur van de Nederlandse Vereniging tot bevordering van de Zondagsrust en de Zondagsheiliging, gevestigd te Ede, goedgekeurd bij K.B. van 28 september 1955, no. 29, zond ons ter recensie twee stukken, die van dit bestuur zijn uitgegaan.

Het eerste is een circulaire, waarin het bestuur opwekt om lid of donateur van de vereniging te worden.

Wij onderschrijven van harte het doel der vereniging. Wij nemen uit de circulaire het volgende over:

De vereniging streeft naar: de inachtneming van de rust op en de heiliging van de dag des Heeren, overeenkomstig Zijn inzettingen, beteugeling van het heersende kwaad door woord en geschrift en zonodig door persoonlijk bezoek, vermijding van het verrichten van niet strikt noodzakelijke zondagsarbeid, waartegen zij protesteert bij overheidsbedrijven, semi-overheidsbedrijven en partikuliere werkgevers, het weren van sport en spel op zondag en komt op tegen het organiseren van tentoonstellingen, die op zondag zijn geopend en het deelnemen aan amusementen op die dag, enz.,

het beleggen van vergaderingen, indien voldoende belangstelling mag worden verwacht, terwijl aan het einde van elk jaar een brochure zal worden uitgegeven, bevattende o.a. de werkzaamheden, die door haar zijn verricht.

(Zover de laatst verschenen brochure nog in voorraad is, wordt ze op aanvraag gaarne toegezonden).

Wij kunnen u van harte opwekken lid of donateur te worden. De contributie bedraagt slechts f 1,50 per jaar minimaal. Het correspondentieadres is Const. Huygensstraat 6, Barneveld.

Het tweede is een afschrift van een brief aan de Generale Synode der Gereformeerde Kerken, gedateerd 22 maart 1966.

De aanleiding tot het schrijven van die brief is het feit, dat de G.S. te Lunteren een aantal conclusies heeft aanvaard van een rapport inzake de zondagsarbeid, dat door een namens die kerken ingestelde studiecommissie werd opgesteld. Volgens persberichten kwam. dit rapport tot stand op verzoek van het Christelijk Nationaal Vakverbond, dat de kerken om bezinning op de zondagsarbeid vroeg.

Het bestuur constateert in zijn brief aan de G.S. tot zijn leedwezen een sterke wafwijking van hetgeen ter G.S. van Rotterdam in 1952/’53 werd uitgesproken. In Rotterdam werd de zondagsviering van principiële zijde benaderd en het gebod Gods nadrukkelijk geaccentueerd. Het bestuur van de vereniging komt tot de slotsom, dat de richtlijnen, die ter synode te Lunteren zijn aanvaard, sterk het karakter dragen van een compromis. In beknopte vorm maakt het bestuur de bezwaren kenbaar. Het doet dit op waardige wijze. Wij willen uit de brief nog het één en ander naar voren brengen.

Het voornaamste bezwaar is, dat een verwijzing naar het gebodskarakter van de rustdag — ordinantie — zoals deze nadrukkelijk is vervat in het vierde gebod van de Wet des Heeren — wordt gemist. De zondagsarbeid wordt voornamelijk getrokken in het vlak van hetgeen nuttig is.

De bovengenoemde commissie is tot de conclusie gekomen, dat het vierde gebod door Christus is vervuld en dat dit gebod dus vanuit deze vervulling dient te worden verstaan en dat deze vervulde sabbat op eigentijdse wijze gestalte behoort te verkrijgen in de zondagsviering. Het bestuur meent, dat aan deze formulering de moderne theologie niet vreemd is.

Hiermee moeten we volstaan. Het is goed, dat deze stem wordt gehoord en dat we dit geluid doorgeven. De zondagsrust en de zondagsheiliging komen hoe langer hoe meer in gedrang. Het wordt steeds moeilijker voor hen, die willen vasthouden aan de geboden des Heeren.

Antichristelijke machten — zo schrijft het bestuur — strijden om de voorrang. Satan werkt op lange termijn en verandert wel zijn gedragslijn, maar nooit zijn program. In het laatste bijbelboek wordt ook gewaagd van de maatschappij der toekomst, een maatschappij, waarin de leer van de mens als de maatstaf van alle dingen in zijn totaliteit zal worden doorgevoerd. Uiteindelijk zal dit resulteren in de grote boycot, waarvan Openb. 13 spreekt, een boycot, waarbij ieder, die aanbidding weigert aan de mens der zonde, en vasthoudt aan Gods geboden, van het arbeidsproces zal worden uitgesloten. De ware christen zal in het eind-historische Babylon een dissonant zijn in het koor, dat hulde bewijst aan het beest uit de afgrond, en aan hem zal het bestaansrecht steeds meer worden ontzegd.

De Heere gaat ook door met Zijn werk. Hij geve ons getrouwheid om te blijven bij de waarheid van Zijn woord. Dan zullen wij ook instemmen met de dichter van Psalm 119 : 97: Hoe lief heb ik Uw wet. Zij is mijn betrachting de ganse dag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.