+ Meer informatie

Gezellig prentenboek stimuleert taalontwikkeling

6 minuten leestijd

„Wat doet dat jongetje in de kinderstoel? Ja... lekker happen! Ga jij ook happen? Ja? Een lekkere boterham met kaas. Nee? Wat dan? Met jam! Maar dit jongetje eet geen boterham. Kijk eens wat hij eet? Goed zo, een bordje pap! En straks gaan wij ook eten. Zullen we het versje nog eens zingen? Lekker eten, lekker drinken, hap, hap, hap, slok, slok, slok. Dat zal lekker smaken, dat zal lekker smaken, eet maar op en drink maar op."

Zo stel ik me voor, dat moeder (of vader) met zoontje of dochtertje naast zich op de bank het grote boek bekijkt. Al kijkend praten ze over allerlei dingen, die getekend zijn. Die dingen zijn ook in en om het huis te vinden. En daarom kan moeder vanuit het bekijken zó de praktijk binnenstappen. De dagelijkse gang van zaken, de beleving van alle dag is te vinden in het boek "Ik ben Bas".
Het is een prentenboek, dat speciaal getekend werd voor kinderen van 2 tot 4 jaar. In het voorwoord is te lezen dat het boek bedoeld is als hulpmiddel om de taalontwikkeling te stimuleren.
Een kind leert spreken; het leert zijn moedertaal. Voor ons als ouders lijkt dat allemaal maar vanzelf te gaan. Toch is dat niet zo. Het is een heel leerproces, waarbij het ene kind veel sneller aan woordjes zeggen toekomt dan het andere kind. Er is verschil tussen kinderen, maar er is ook verschil tussen ouders. Sommige moeders praten veel en ook heel vanzelfsprekend met hun kind. Ze zingen spontaan liedjes en doen allerlei spelletjes. Andere moeders verzorgen hun kindje uitstekend, maar praten daar niet zoveel bij.
Ze moeten zich er echt toe zetten om een liedje te zingen of een poosje met hun kinderen te spelen. Het gevolg hiervan kan zijn, dat op vierjarige leeftijd het ene kind een uitgebreide woordenschat heeft en het andere kind nog heel veel moet leren. De juf van groep 1 merkt dat maar al te goed.

Uitspraak
Niet alleen de woordenschat, maar ook de uitspraak van woorden kan verschillend zijn. De woorden die het kind zegt, moet het immers eerst horen. Zoals er thuis gesproken wordt, zo gaat het kind ook spreken en dat is in sommige delen van Nederland een bepaald dialect.
Het kind kan zich thuis uitstekend verstaanbaar maken, maar.... hoe zal dat op school zijn? Ook al wordt op school soms dialect gesproken, het kind zal toch de woorden in het Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN) moeten leren kennen. In Staphorst -daar is dit boek door een werkgroep ontwikkeld- wordt daarom door de gemeente aan alle ouders van wie de kinderen naar groep 1 gaan, het boek "Ik ben Bas" gegeven. Het is een goed hulpmiddel om de taalontwikkeling en begripsvorming in het ABN te ontwikkelen.

Leuke, verantwoorde platen
Wie het boek "Ik ben Bas" in handen neemt, is nog niet zo snel uitgekeken. Dertien grote tekeningen staan erin, gemaakt door de bekende illustratrice Dagmar Stam. De tekeningen gaan over onderwerpen uit het dagelijkse leven: dit ben ik, dit zijn wij, hier wonen wij, eten, de keuken, de woonkamer, de hal, de garage, de tuin, de supermarkt, de boerderij, de badkamer en de slaapkamer. Ik heb alle platen eens aandachtig bekeken. Er zit werkelijk heel veel gespreksstof in! Onder elke grote plaat die twee bladzijden beslaat, zijn kleine tekeningetjes, 'begrippen' afgebeeld. De woorden staan erbij, zodat niemand zich kan vergissen. Op de grote plaat komen al die kleine tekeningetjes aan de orde en de kinderen kunnen ze niet alleen daar opzoeken, maar ook in de eigen situatie de voorwerpen aanwijzen en benoemen. Op deze manier en bij allerlei dagelijkse bezigheden leert het kind steeds meer woorden kennen en gebruiken.

Handleiding
In het boek "Ik ben Bas" zit een uitneembare handleiding. Voor ouders, begeleiders en onderwijzend personeel zijn daar vele mogelijkheden in te vinden om op een speelse manier met het boek om te gaan. Bij elke grote plaat hoort een verhaaltje, een aantal vragen, een liedje en allerlei taalspelletjes.
Ik heb de plaat opgezocht waarbij het thema 'eten' aan de orde komt. Het gezin -vader, moeder, Marieke, Bas en Jeroen- zit aan tafel. De hond Tobias kijkt heel verlangend naar het hapje dat er voor hem misschien overschiet. Op tafel zien we van alles staan. Kinderen zullen veel dingen herkennen: borden, kopjes, jam, kaas, een ei, fruit, het pak melk, de broodrooster en ook de Bijbel die al klaar ligt bij vader. Maar... die theepot staat eigenlijk wel wat te dicht bij Bas. Dat ziet er gevaarlijk uit!
Stel je voor dat Bas een onverwachte beweging maakt en die gloeiendhete thee over zich heen krijgt... Daar gaat het bij deze plaat horende verhaaltje echter niet over. Het gaat over een boterham met kaas!
„Kijk eens. Kijk eens in de keuken. Iedereen zit aan tafel. Ze zijn aan het eten. Papa helpt Jeroen. Hap, doet Jeroen. Hij eet zijn pap. Bas krijgt een boterham. Een boterham met kaas. Bas eet niet van zijn boterham. Bas luistert naar Marieke. Marieke lacht. „Jeroen heeft pap aan zijn wang." „Ook pap op zijn neus", lacht Bas. „Eet eens door", bromt mama. ,Jeroen is al bijna klaar." Bas neemt een hap. Een hap van zijn boterham. Bas heeft geen zin. Tobias dan? Wil Tobias brood? Een stukje valt op de grond. Hap, doet Tobias. Nog een stukje valt op de grond. Hap, doet Tobias. Bas lacht. Nog één stukje. „Hé Bas, wat doe je nu?", zegt mama. „Geef jij jouw brood aan Tobias? Dat mag niet. Tobias heeft zelf eten. Morgen moet je de boterham alleen opeten." Bas knikt. „Is iedereen klaar?", vraagt papa. ,Ja", zegt Marieke. „Dan lees ik uit de Bijbel", zegt papa. De kinderen gaan netjes zitten. Papa leest. Hij leest over Jozef Over Jozef in de put. En over de Heere God, Die Jozef helpt. Dan vouwen ze hun handen en ze danken. Ze danken God."

Vragen, liedje, taalspelletjes
Het verhaaltje is voorgelezen. Nu kan vader of moeder vragen gaan stellen. Wie zitten er aan tafel? En wie zit er in de kinderstoel? Zie je het eierdopje? Wat kan J'daar in? Waar zit de melk in? En de thee? Wat eet Tobias? En wat eet Jeroen? En wat eet jij? Kleine kinderen zullen niet op alle vragen antwoord weten en het misschien ook zo lang niet volhouden om mee te doen, te luisteren en antwoord te geven. Maar het hoeft ook niet allemaal in één keer geleerd te worden. Als het kind zélf aan tafel zit en z'n boterham eet, kan moeder er nog eens op terug komen en de dingen laten benoemen. Bij dit thema hoort het hedje: "Lekker eten, lekker drinken..." In notenschrift staat aangegeven hoe de wijs is. Verder worden hierbij drie taalspelletjes gegeven. Bij het eerste spelletje legt een van de ouders drie voorwerpen onder een doek. Eén wordt er weggehaald en dan mag het kind de doek wegtrekken. Wat is er weg? Bij het volgende spelletje noemt vader of moeder iets uit de keuken en het kind vertelt telkens of het te eten is of niet: een appel, een beker, kaas, een bordje... Ten slotte is er een "ik zie, ik zie..."-spelletje.

Gezellig
Met het boek "Ik ben Bas" kunnen ouders (of oudere broers en zusjes) veel doen. De voor ons en onze kinderen herkenbare situaties spreken aan. De tekeningen zijn heel kleurig, vrolijk en hier en daar humoristisch. Het nodigt uit om gezellig met je kind(eren) telkens een poosje bezig te zijn. En dan is dat niet alleen voor de taalontwikkeling van belang, maar het heeft grote opvoedkundige waarde!

N.a.v. "Ik ben Bas"; uitg. Groen, Leiden; 30 blz., f 19,95; verkrijgbaar in de boekhandel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.