+ Meer informatie

Cubaanse officieren ter dood veroordeeld

Tien verdachten krijgen zware celstraffen

3 minuten leestijd

HAVANNA — De miiitaire rechtbank heeft gisteren vier Cubaanse officiereu ter dood veroordeeld die beschuldigd waren van de handel in verdovende middelen. Dit heeft het officiële Cubaanse persbureau AIN gemeld. De overige tien verdachten kregen zware gevangenisstraffen opgelegd.

Het militaire hooggerechtshof moet de vier doodstraffen nog officieel bekrachtigen. Alleen president Castro kan echter voor gratie zorgen. Doet hij dat niet, dan zullen generaal Ochoa, kolonel Antonio de la Guardia, kapitein Jorge Martinez en commandant Amado Padrón worden geëxecuteerd.
Zes militairen kregen een gevangenisstraf van 30 jaar opgelegd. Het zijn luitenant-kolonel Alexis Lago Arocha, luitenant Eduardo Diaz Izquierdo, Antonio Sanchez Lima, brigade-genraal Patricio de la Guardia (broer van de ter dood veroordeelde Antonio), kapitein Rosa Maria Abiemo Gobfn en kapitein Miguel Ruiz Poo. Een gevangenisstraf van 25 jaar werd geëist tegen commandant Gabriel Prendes Gómez, kapitein Leonel Estévez Soto en luitenant JoséLuis Pineda Bermüdez. Kolonel Antonio Rodriguez Estupinian werd veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. Vorige week werden de topofficieren al ontdaan van hun militaire rang en onderscheidingen. Een aantal van de veroordeelde officieren, zoals ex-generaal Ochoa, staat bekend als trouw aanhanger van Fidel Castro. Ochoa was een "held van de Cubaanse revolutie" en tot januari commandant van de Cubaanse troepenmacht in Angola. Volgens de aanklacht onderhield Ochoa banden met drugshandelaren in Columbia, Mexico, Panama en de Verenigde Staten.


Dolk

Generaal Juan Escalona, de militaire aanklager in het geruchtmakende proces, dat zondag in Havanna begon, zei dat de militairen met hun handel in verdovende middelen „de geloofwaardigheid van Fidel Castro hebben aangetast". De Cubaanse leider heeft altijd ten stelligste ontkend dat hij connecties had met de handelaren. Escalona eiste aanvankelijk de doodstraf voor zeven van de veertien militairen, die volgens hem „een dolk in de rug hebben gestoken van de natie en het volk". De belangrijkste misdaad was evenwel dat de militairen vijandige handelingen verrichtten tegen andere landen.
Escalona beschuldigde de militairen van verraad, drugssmokkel en vijandige daden tegen een buitenlandse natie. De afgelopen drie jaar zou 'dank zij' hen zo'n zes ton cocaïne via Cuba naar de Verenigde Staten zijn gesmokkeld. Ochoa en consorten zouden met name hebben samengewerkt met het zogenoemde Medellin-kartel, dat het centrum is van de Colombiaanse cocaïnehandel. Een vertrouweling van hem, kapitein Jorge Martinez, zou op bezoek zijn geweest bij Pablo Escobar, de leider van het kartel.
Het proces tegen de smokkelbende, die zich behalve met drugs ook bezighield met illegale handel in diamanten, ivoor, suiker, produktiegoederen en Amerikaanse dollars, is in de Cubaanse pers met veel aandacht omgeven. De televisie vertoonde beelden van de rechtszitting en deed in aanvullende reportages uitgebreid uit de doeken hoe de bende Cuba gebruikte als doorvoerhaven van Colombiaanse cocaïne naar Florida. 


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.