+ Meer informatie

Ultimatum aan Franse communisten

PCF-leider Marchais moet zich verantwoorden voor houding jegens coup in SU

7 minuten leestijd

APELDOORN - De mislukte staatsgreep in de SowjetUnie heeft het galgemaal van de Franse communisten een stapje dichterbij gebracht. Als gevolg van een onsmakelijke opstelling inzake de gebeurtenissen in Moskou moet hun partijleiding verantwoording afleggen tegenover 'dissidenten'. Het is de vraag of de PCF een eigen coup overleeft.

Eigenlijk is het allemaal de schuld van partijleider Georges Marchais (70), de man die aan het roer van de Parti Communiste Francais staat. Toen het er maandag op leek dat Gorbatsjov definitief ten val was gebracht, bracht het Centraal Comité van zijn partij een verklaring uit waarin zij „de wijze waarop Gorbatsjov van zijn verantwoordelijkheden werd ontheven" veroordeelde. Over de staatsgreep werd met geen woord gerept.

l'Humanité, de spreekbuis van de PCF, verweet de Amerikaanse president, Bush, twee dagen later dat hij zich „mengde in binnenlandse aangelegenheden van de Sowjet-Unie". Donderdag haastte Georges Marchais, in de volksmond de laatste der stalinistische Mohikanen genoemd, zich het Kremlin een gelukwens te sturen. Gorbatsjov werd gefeliciteerd met de afloop van een „eerloze wanorde". Marchais verzekerde Gorbatsjov ervan dat de Franse communisten blij waren dat ze aan diens bevrijding hadden kunnen bijdragen. De motivatie van deze vreugde is de meeste Fransen tot op heden overigens niet helder. In l'Humanité kreeg Jeltsin eerder op een bescheiden plaatsje een weinig hartelijk pluimpje uitgereikt wegens zijn gedrag als 'held van de Sowjet-Unie'.

Verzet

Kortom, een en al onzekerheid over de standpunten van de PCF. Men kreeg het idee dat Marchais zachtjes applaudisseerde voor het aanvankelijke achtmanschap in het Kremlin. Per slot van rekening dankt Ma;-chais zijn benoeming in de partij aan wijlen Leonid Brezjnev. Hij voelt meer affiniteit met de conservatieven dan met de hervormingsgezinden in de Sowjet-Unie.

Tegen de op zijn zachtst gezegd huichelachtig te noemen uitlatingen van Marchais is binnen de communistische partij verzet gerezen. De groep "refondateurs" (heroprichters) van Charles Fiterman en Anicet Ie Pors hebben een krachtig tegengeluid laten horen. Zij eisen dat Marchais zijn „doelstellingen van het communisme" waarover hij zich in een zondagskrant uitliet, opheldert. Marchais uitte zich in Le Journal du Dimanche lovend over de wijze waarop Jeltsin de strijd tegen de staatsgreep had aangebonden. Tegelijkertijd waarschuwde hij dat Jeltsin moet worden ingedeeld bij het rechtse kamp. Verder zou de Russische president volgens Marchais behalve arrogant ook intolerant zijn. Gorbatsjov daarentegen was na zijn bevrijding het communisme trouw gebleven, oordeelde Marchais.

Daarmee creëerde Marchais zelf de coup binnen zijn partij. „Omdat er dingen moeten leven, is het nodig dat er dingen moeten sterven", verklaarde Le Pors. Volgens Fiterman, lid van het Politburo van de PCF en aanvoerder van de heroprichters, is er een verkeerde analyse gemaakt door zijn partij. „De fout was dat ze de staatsgreep als geslaagd beschouwde en de SU met de ogen van gisteren bekeken".

Ook de andere enfants terribles van de PCF laten zich horen. De "reconstructeurs" (wederopbouwers) onder leiding van Claude Poperen vinden dat Marchais zijn koers moet bijstellen. Doet hij dat niet, dan dreigt Poperen zijn lidmaatschap in te trekken. De wederopbouwers zijn minder radicaal dan de heroprichters. Zij worden binnen de PCF "gorbatchéviens" genoemd en pleiten voor het perestrojka- en glasnostbeleid van de Sowjetpresident. Poperen gaf begin deze week toe dat „Gorbatsjov zich heeft vergist in de herstructurering van de CPSU, iets wat ik al veel langer heb gezegd".

De vice-burgemeester van Brest en medestander van Poperen, Louis Aminot, zei eindelijk hardop wat veel Franse partijleden denken. „Voor alle communisten die trouw zijn gebleven aan Georges Marchais moet dit een drama zijn, want de PCF-leiding is werkelijk een onbekwame ploeg die aan zijn privileges is gehecht". Georges Marchais moet aftreden, oordeelt Aminot. „Hij is voor de vernieuwing van politiek links een obstakel geworden".

Orthodox
Met deze weinig zachtzinnige taal lijkt het politieke lot van Georges Marchais bezegeld. Marchais is bijna negentien jaar secretaris-generaal van de eens zo succesvolle partij, die in 1920 in Tours onder auspiciën van Lenin werd opgericht. Meer dan zeventig jaar lang hield de PCF de bolsjewistische traditie in ere. Nog eind december vorig jaar besloot de PCF op het 27e congres in Saint Quen de gelederen gesloten te houden. De partij viel oude stalinistische principes als klassenstrijd en 'democratisch centralisme' niet af. De orthodoxie zegevierde en de Franse communisten gingen door alsof er in het Oostblok niets veranderde.

Goed, Marchais gaf toe dat de ineenstorting van het socialisme in Oost-Europa het gevolg was van een „ernstige mislukking", veroorzaakt doordat de samenlevingen daar ten prooi waren gevallen aan handen van een bevoorrechte „parasitaire laag". Hij hield zijn gehoor echter voor dat Frankrijk daaraan geen voorbeeld hoefde te nemen. Het zogenoemde gallo-communisme, dat de star op Moskou gerichte hiërarchische PCF ontwikkelde, was de enige manier om te overleven. Dat deze weg uitliep in een totaal geïsoleerd politiek vacuüm deerde Marchais weinig.

Waarnemers vragen zich al jaren af wanneer de val van Marchais beklonken zal worden. Met de Roemeense decemberrevolutie van 1989 leek dat feit nabij. Marchais werd er fijntjes aan herinnerd dat hij zo graag in de zomerpaleizen van Ceausescu zijn vakanties doorbracht en dat hij nog in 1984 de eik van de Karpaten had bejubeld.

Kennelijk houden haviken het lang vol. Marchais consolideerde zijn positie tijdens het partijcongres van vorig jaar en wist zijn opponenten opnieuw de mond te snoeren. Zijn houding ging jarenlang ten koste van de achterban, die sinds de Tweede Wereldoorlog gestaag was ingekrompen. Ooit teerde de PCF, net als haar Italiaanse zusje PCI, op de roem van een partizaans oorlogsverleden. In 1946 won zij 28,6 procent van de stemmen en werd zij daarmee de sterkste fractie van het parlement. In de jaren vijftig/zestig kreeg ze een tik mee van de destalinisatie. Daarna trad een periode van stagnatie op. In het crisisjaar 1981 wonnen de communisten nog maar 16,1 procent tegenover de 37,8 procent van de socialistische PS van Mitterrand.

Aftakeling
In dat jaar kwam er een regeringscoalitie tussen de PS en PCF tot stand. President Mitterrand vroeg Marchais deel te nemen in zijn regering. Hiermee ondertekende de communistenleider zijn doodvonnis. Al in juni 1972 had Mitterrand verkondigd dat hij op het door de communisten bezette kiezersveld een grote socialistische partij zou bouwen. Dit „om te demonstreren dat er van de vijf miljoen communistische kiezers er drie miljoen socialistisch kunnen kiezen".

Mitterrand, de behendige politicus in het Élysée, bleek een vooruitziende blik te hebben. In 1984 stapten de PCF-ministers boos uit de regering. Dit gebeurde onder druk van Marchais, die in tegenstelling tot Mitterrand van mening was dat de Sowjets best raketten op Oosteuropees grondgebied mochten plaatsen.

De PCF wilde als vanouds weei een agressieve voorhoedepartij worden. De aftakeling van het communisme was niettemin onstuitbaar en de PCF had haar aantrekkelijkheid bij het inmiddels gereduceerde arbeidersfront voorgoed verloren. In het groeiende kamp van de witte boorden en meer geschoolde massa sloeg haar filosofie nauwelijks aan. In 1988 schoof Marchais André Lajoinie naar voren als kandidaat voor de presidentsverkiezingen. Dat mocht niet baten. De PCF was goed voor slechts 6,79 procent. Aan de communistische koek knabbelden bovendien groenen, trotskisten en niet te vergeten het extreem-rechtse Front National van Le Pen. Terwijl Pierre Juquin, een communist die uit de PCF was gestapt, met zijn partij 2,11 procent in de wacht sleepte.

De PCF was alleen nog 'in' voor kleine monsterverbondjes met de socialisten, zoals tijdens de vervroegde parlementsverkiezingen in juni '88.

Fiterman heeft nu een spoedzitting geëist om duidelijkheid te krijgen over de houding van de PCF ten aanzien van de coup in de SU. Met hem hebben andere dissidenten Marchais min of meer een ultimatum gesteld. Marchais verdedigde zich met te zeggen dat het communisme veel goeds heeft gebracht, maar dat er in naam van deze politieke leer ook veel ellende is aangericht. Schrale troost voor Marchais is dat zijn partij de ellende van een naderende ontbinding deelt met de moederpartij in de Sowjet-Unie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.