+ Meer informatie

TER OVERWEGING

10 minuten leestijd

Abusievelijk is de prijs van het boek van prof. dr. H.G.L. Peels, Heilig is zijn naam, in het vorige nummer verkeerd vermeld. De juiste prijs is f 15,95.

ds. A.W.Vos (red.), Informatieboekje 2001 voor de Nederlands Gereformeerde Kerken in Nederland. Uitg. Buijten & Schipperheijn Amsterdam 2001, 296 blz. f 17,90.

De Ned. Geref. Kerken zijn kerken waar wij als Chr. Geref. Kerken door de generaal-synodale besluitvorming van de laatste jaren wat meer afstand toe hebben (landelijk in ieder geval). Daarom is het des te sprekender dat men in dit jaarboek een zo ruime plaats voor onze kerken heeft ingeruimd. Dat is waardig. Zo worden de predikanten uit onze kerken die in een samenwer-kingsgemeente dienst doen genoemd en ingeschakeld, als waren zijn Ned. Geref. Mij ontroerde — in één woord — het ‘in memoriam’ van ds. W.C. Moerdijk.

Inhoudelijk, zo blijkt wel uit het jaaroverzicht van de redacteur, krijgen deze kerken meer en meer te maken met uiteenlopende inzichten over de vraag wat vandaag als gereformeerd mag gelden. Dat uit zich op het gebied van de vragen rond de plaats van de zusters in de gemeente (de oproep van de landelijke vergadering om geduld te oefenen, lijkt niet zo goed te werken en heel eerlijk wordt op blz. 180 de vraag gesteld of op dat niveau ook wel een oplossing te verwachten is die ‘in volle eensgezindheid’ genomen kan worden); het uit zich ook in de vragen van de verhouding tussen mondigheid en gezag en de koers van de plaatselijke gemeenten — als voorbeeld dient de gemeente van Houten, die sterk groeit, vooral door een toenemende charismatische invloed.

Het zijn allemaal zaken, waarvan men denkt: hoe kan men op termijn samen verder komen, zonder elkaar maar in alles vrij te laten? Dat is, zo lijkt mij, één van de spannenste vragen in dit kerkverband. Niettemin — en ik stel het met enige gezonde jaloersheid vast — blijken deze kerken een aantrekkingskracht te hebben: van bijna alle kerken geldt dat er meer leden overkomen naar de NGK dan dat er weggaan (blz. 162–167). Net als vorig jaar is er in totaliteit een groei, namelijk dik 500 leden, op totaal van 30.000. Dat zou wel eens veel te maken kunnen hebben met de sfeer die men proeft uit de verslaglegging van de vele activiteiten in binnen- en buitenland: ‘ziet hoe lief zij elkander hebben’.

prof. dr. W. van ‘t Spijker (red.), Eschatologie. Handboek over de christelijke toekomstverwachting. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 1999, 650 blz. f 104,-.

Honderd gulden is veel geld, maar als u het hieraan uitgeeft, dan hébt u ook wat: een afsluitend deel in een serie waarin eerder delen verschenen over doop, avondmaal, de kerk en spiritualiteit. De redactie mag daarmee gecomplimenteerd worden. Het boek valt uiteen in vier delen. Eerst een bijbels deel over de toekomstverwachting (Peels/Noordegraaf); daarna een historisch deel (Van Duijn/Van der Pol/Balke/Van ’t Spijker/Den Hertog/Runia/Wentsel). Bij het lezen daarvan krijgt men een ‘helicopterview’ over de principiële golfbewegingen die de kerk bij dit thema gekend heeft. Vervolgens een dogmatisch deel (Balke/Exalto/Velema), waarin men een doorlichting krijgt van aantal thema’s: o.a. de tekenen der tijden, de antichrist, het duizendjarig rijk, sterven en dan…, het oordeel. Het boek wordt afgesloten met een praktisch deel (Brienen), waarin o.a. de liturgie m.h.o.o. de wederkomst aandacht ontvangt. Het spreekt vanzelf dat men bij een zo omvangrijk werk soms meer wil dan men krijgt. Als voorbeeld noem ik de bijdrage over ‘Eschatologie in de Rooms-Katholieke Kerk’, die qua omvang en diepte wat uit de toon valt. Dat zijn echter randopmerkingen bij dit kloeke en boeiende werk. Het geeft veel stof tot nadenken. Als ik dat met een voorbeeld mag aangeven: op blz. 235 wordt van Calvijn gezegd dat hij ‘vrijwel elk kerkelijk gebed dat hij na de prediking uitsprak, laat uitlopen op een zin die begint met het woordje ‘totdat”.

M.R. van den Berg, Leven onder de zon. Een uitleg van het boek Prediker. Uitg. Kok Kampen 2000, 144 blz. f 29,90.

In het voorjaar van 2001 overleed de bekende emeritus-predikant van de Ned. Geref. Kerken ds. M.R. van den Berg. Gedurende zijn leven publiceerde hij vele boeken, waaronder bijbelstudies. We denken met respect aan hem, ook rond het verschijnen van dit boek. Het boek Prediker blijft altijd prikkelen, en het is goed er regelmatig in en over te lezen. Het feit dat we in een ‘post-moderne tijd’ leven, draagt daar nog eens extra aan bij: het is goed om in een wereld die van ‘lucht en leegte’ aan elkaar hangt, te horen van het behouden van het geloof. Men heeft aan de auteur in dezen een betrouwbare gids. Niet altijd hoeft men met hem mee te gaan; de uitleg over 7:16 en 17 kon mij maar half bevredigen, namelijk alleen bij het tweede deel van die tekst.

Ds. Marinus Noorloos, Leven uit de Bron. Van geloofsopbouw naar gemeenteopbouw, Uitg. Kok, Kampen, vierde druk 2001, 155 bladzijden, f 27,90.

Binnen twee jaar is dit de vierde druk van ‘Leven uit de Bron’. Dit zegt heel wat over de inhoud. Er is kennelijk behoefte aan. Er wordt mee gewerkt, persoonlijk en gemeenschappelijk. De inhoud van dit boek is even eenvoudig als de titel en de ondertitel.

Het boek bestaat uit Bezinning (deel 1), met als centrale thema’s De kern van de kerk en Bouwen aan de kern van de kerk, ongeveer 30 bladzijden. Na een liturgisch intermezzo volgt als tweede deel Een practisch bouwplan (ongeveer 30 bladzijden). Een schema voor een cursus in vijf dagdelen, met een evaluatieformulier. Het derde deel bevat achttien bijlagen. Ter afsluiting een literatuurlijst en een greep uit vele gunstige recensies.

Laat ik vooropstellen dat ik veel waardering voor dit boek heb. Een lezer die het bestudeert, kan er veel uit leren en met zijn groep er wat aan hebben. De grondstelling is een omschrijving en uitwerking van de kern van de kerk. De gemeente is een gemeenschap die wordt gekenmerkt door betrokkenheid bij of hart voor de Here; betrokkenheid bij of hart voor elkaar als zijn volgelingen; betrokkenheid bij of hart voor zijn werk in en voor de wereld.

Een prachtige, bijbelse drieslag, en in de juiste volgorde.

De vernieuwing van deze vierde druk zit vooral in acht nieuwe bijlagen. Op dit punt zou ik gewenst hebben dat deze bijlagen in het geheel van het boek verwerkt waren. Dan zou de boodschap wat meer één geheel geworden zijn. Nu geeft de auteur, ook in het tweede deel handreikingen en suggesties. Daarmee stelt hij zich bescheiden op en laat de lezer zijn eigen werk doen. Het boek is bedoeld als cursusboek. Daarmee hangt de driedeling samen, lijkt me. Het boek ligt open op verschillend-soortig gebruik. Dat maakt het boek sympathiek, leder kan er op zijn eigen manier mee aan de gang. Niemand wordt tot een bepaald traject gedwongen.

De schrijver weet goed waar hij staat: midden in een pluriforme, SOW-Kerk. Op die kerkgemeenschap richt hij zich met name. Ik begrijp dat, maar zou hier en daar duidelijker grenzen getrokken willen zien. Het is op dit punt dat mijn positieve aanbeveling niet geheel zonder voorbehoud is. De schrijver vertelde me in een gesprek, dat hij het betreurde dat er in onze kring nog weinig aandacht aan zijn boek is besteed. Met deze aankondiging tracht ik de geconstateerde leegte op te vullen. Ook wie hier en daar een wat duidelijker positiekeus in een pluriforme kerkelijke situatie zou wensen, kan toch met dit boek zijn winst doen. Het heeft inhoud en biedt de mogelijkheid tot een eigen manier van verwerking van de inhoud. De genoemde kern in drie punten heeft mijn instemming.

Corry Blei-Strijbos, Woorden voor het onzegbare. Joodse Auschwitzliteratuur gelezen met het oog op de vraag naar de betekenis van religie in existentiële crises. Uitg. Kok Kampen 2001.397 blz. f 59,-.

Meer dan een halve eeuw na het einde van de Tweede Wereldoorlog blijft de vraag klemmen hoe Auschwitz heeft kunnen gebeuren. In dit proefschrift benadert mevrouw Blei-Strijbos deze vraag vanuit een literaire invalshoek. Zij onderzoekt het werk van een aantal belangrijke Joodse auteurs zoals C. Asscher-Pinkhof, CL. Durlacher en E. Wiesel. Vervolgens wordt de vraag gesteld welke religieuze betekenis naar voren komt in het werk van deze schrijvers en of dat ook relevantie heeft buiten de Joodse religie.

Een van de conclusies van dit proefschrift is dat de slachtoffers van de holocaust op onderscheiden wijze houvast hebben gehad aan hun godsdienstige overtuiging (blz. 370 v). Terecht wordt erop gewezen dat het gevoel van de afwezigheid van God niet (te) gemakkelijk weggepraat mag worden. Waar gemis van God ervaren wordt, ontstaat een ‘open plek’ in het bestaan die niet zomaar valt dicht te metselen. Men kan er van mening over verschillen of er vanuit christelijk standpunt niet meer gezegd moet worden dan de schrijfster aan het eind van haar boek doet. Pastoraal gezien is de ‘open plek’ waar Gods aanwezigheid niet wordt ervaren, van groot belang. Maar in het licht van Christus’ kruis en opstanding kan dat niet het laatste Woord zijn.

Dr. Jos Douma, Veni Creator Spiritus. De meditatie en het preekproces. Uitg. Kok Kampen 2000. 367 blz. f 59,-.

Over het maken en het houden van preken is al heel veel geschreven. De plaats van de meditatie is in de gereformeerde theologie tot nu toe wat onderbelicht gebleven, volgens de schrijver. In dit proefschrift gaat hij op zoek naar een manier van preken waarin het meditatieve element meer tot zijn recht komt. Daarmee is niet bedoeld dat tijdens het preken het mediteren pas begint, want mediteren hoort ook thuis in de voorbereidingsfase van het preken maken. In feite pleit de auteur ervoor dat het hele leven van predikanten doortrokken is van meditatieve momenten.

Om het in mijn eigen woorden te zeggen: door de beoefening van het geloof in het persoonlijke leven ontstaat er een spirituele (of bevindelijke) grondhouding bij de predikant, die ervoor zorgt dat het meditatieve element in de prediking meer tot zijn recht komt.

Het is opmerkelijk (in de positieve zin) dat dit pleidooi voor een meer bevindelijke prediking afkomstig is van een gereformeerd (vrijg.) predikant. Kennelijk krijgt de ervaringskant van het geloof en van het preken niet alleen bij ons, maar ook bij anderen de aandacht die het verdient. Dat geeft over en weer herkenning.

Het geheel van deze studie heeft een wat fragmentarisch karakter omdat het thema benaderd wordt via vijf kernbegrippen: homiletiek, spiritualiteit, meditatie, creativiteit en pneumatologie. Hoe deze kernbegrippen zich nu onderling verhouden en wat dat voor uitwerking heeft op het meditatieve element in het preekproces wordt niet helemaal duidelijk. Er zijn nog allerlei vragen bij deze studie te stellen. Maar dat geeft des te meer aan dat het de moeite waard is dit boek te lezen en te verwerken, ook als men op onderdelen een andere keuze maakt dan dr. Douma.

S. Gaukroger, Handelingen ontdekken. Filippus bijbelgids. Uitg. Filippus Arnhem 2000. 186 blz. f ?

Filippus heeft een vertaling verzorgd van een van oorsprong Engelse publicatie uit 1993. Het boek Handelingen wordt in een serie bijbelstudies besproken. Vooral voor bijbelstudiegroepen is dit boek geschikt gemaakt. Na de uitleg is er steeds een aantal gespreksvragen toegevoegd. Hier en daar laat de schrijver een geluid horen waaruit blijkt dat hij zijn wortels niet heeft in de gereformeerde theologie. Dat neemt niet weg dat er veel materiaal wordt geboden voor een nadere kennismaking met het boek Handelingen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.