+ Meer informatie

DE OVERDRACHT GOED GEREGELD

8 minuten leestijd

In dit artikel wil ik op verzoek van de redactie van Ambtelijk Contact iets zeggen over de wijze waarop in onze gemeente de overdracht is geregeld van aftredende ambtsdragers naar nieuw bevestigde ambtsdragers. Voor een goed begrip daarvan is het nodig de bijbelse grondslag van deze ambten als eerste te noemen, om zo uit te komen op de wijze van overdracht.

Bijbelse grondslag

Christus maakt gebruik van de dienst van mensen aan wie Hij in de gemeente een bijzondere taak toevertrouwt. De ouderlingen zullen in gehoorzaamheid aan de Opperherder de kudde Gods hoeden zonder heerschappij te voeren, maar als voorbeelden van de kudde. Het behoort tot hun taak de leden van de gemeente trouw te bezoeken en hun geestelijke leiding te geven. Hen die niet naar de regel van de Schriften leven behoren zij te vermanen.

De diakenen dragen met de dienaren van het Woord en de ouderlingen zorg voor de gemeente en geven inhoud aan het werk van de christelijke barmhartigheid. Zij mogen de liefde van Christus zichtbaar maken door in noden en moeilijkheden met raad en daad steun te verlenen.

Verder staat er over deze ambten in Timotheus 3 dat opzieners en diakenen onberispelijk en eerbaar moeten zijn. Als wij verder lezen in dit hoofdstuk en op andere plaatsen in de bijbel over wat Christus van de ambten verwacht en daar tegenover zetten hoe wij mensen van nature zijn, moeten wij constateren dat alleen met hulp van de Here God zelf en zijn Geest dit voortreffelijk werk kan worden uitgevoerd. Naar het woord van Fil. 2:15 kunnen wij alleen door de glans van Gods genade en majesteit lichtende sterren zijn in een krom en verdraaid geslacht.

Zo bezien is er als eerste een bijbelse opdracht om de overdracht zorgvuldig te regelen. Immers: het gaat om de voortgang van Gods werk in de gemeente, waarbij ouderlingen en diakenen een dienstbare taak hebben. Het regelen van een overdracht is dan ook altijd beïnvloed door deze vorm van afhankelijkheid. In dat besef kan niet worden volstaan met alleen een organisatorische overdracht. Ook bij de overdracht moet de vraag centraal staan: hoe wil de Koning van de Kerk dat wij Hem in de gemeente dienen?

Ambtelijke indeling en bearbeiding

Onze gemeente telt circa 350 leden, waarvan 130 doopleden en 220 belijdende leden. In onze gemeente staat een ouderling en diaken, uitzonderingen daargelaten, vier jaar in het ambt. Een volgende ambtsperiode kan normaal gesproken pas twee jaar na het aftreden aan de orde zijn. Er zijn ruim 170 ‘eenheden’, te bezoeken door 4 wijkouderlingen en een ouderenouderling. Verder is er een jeugdouderling die de jeugd van 12 tot 20 jaar bezoekt en een evangelisatie-ouderling, die ook nog een enkel adres bezoekt. De scriba is een ouderling zonder wijk. In onze gemeente bestaat de afspraak dat iedere ‘eenheid’ één keer per jaar huisbezoek krijgt.

De wijkouderlingen hebben zo tussen de 30 en 40 reguliere huisbezoeken per seizoen af te leggen, naast bijzondere bezoeken voor geboorte, belijdenis, ziekenhuisopname of anderszins.

Er zijn vijf diakenen, die alleen bij zieken, bij ouderen en bij geboorten bezoeken afleggen.

Vanzelfsprekend vervult de dominee een prominente en bijzondere rol als pastor bij het bezoeken van leden van de gemeente.

De overdracht

Ouderlingen

Elk jaar wordt in de nieuwe samenstelling van ouderlingen bekeken of de nieuwe ouderling de wijk overneemt van de afgetreden ouderling. Dat hoeft om verschillende redenen niet altijd op elkaar aan te sluiten. Des te meer omdat wij een regionale gemeente zijn met afstanden in een cirkel van 15 kilometer. Algemeen uitgangspunt is om in een ambtsperiode zo weinig mogelijk de bezoekadressen te wijzigen. Onze ervaring is dat gemeenteleden de voorkeur hebben voor dezelfde ouderling gedurende de gehele ambtsperiode.

Bij elke overdracht neemt de vertrekkende ouderling de ‘eenheden’ van zijn wijk door met de nieuwe ouderling. Daarbij is het van belang dat zo objectief mogelijk de erva-ringen worden overgedragen. Dat is belangrijk om de nieuwe ouderling niet in de verleiding te brengen van een vooroordeel. De nieuwe ouderling zal vooral zijn eigen ervaring moeten opdoen. In de overdracht gaat het dus om afgewogen opmerkingen over de ‘eenheden’, die écht nodig zijn voor een goede uitoefening van het ambt zoals de bijbel ons die voorhoudt. Het doorgeven van andere ervaringen die niet alleen dát doel dienen, is niet wijs.

Het is in onze gemeente gebruikelijk dat ouderlingen van hun huisbezoeken een kort verslag of aantekeningen maken. Dat verslag dient meer doelen. Het biedt voor de ouderling in kwestie houvast voor het volgende huisbezoek. De ouderling kan indien nodig terugkomen op de aan de orde gestelde punten van het eerdere huisbezoek. Zo blijkt de ouderling ernst te maken met hetgeen besproken is en laat hij blijken serieus om te gaan met de onderwerpen die voor de bezochte gemeenteleden van wezenlijk belang zijn gebleken. Met deze werkwijze kunnen tevens huisbezoeken aan elkaar verbonden worden in een bepaalde ambtsperiode.

Bovendien hebben deze aantekeningen een functie op de pastorale vergaderingen bij het verslaan van de huisbezoeken. Het is van groot belang de bezochte gemeenteleden antwoord te geven op vragen die zij hebben geuit bij het huisbezoek en waarop de ouderling niet ter plekke een antwoord heeft kunnen of willen geven. Het kan immers bij huisbezoeken - naast geloofszaken - ook gaan over liturgie, beleid van de kerkenraad en algemene gemeentelijke zaken. Het is goed na de bespreking in de pastorale vergadering het desbetreffende gezin te laten weten wat over deze vragen is afgesproken.

Maar ook in het overdrachtsgesprek bieden deze aantekeningen een goede basis om de objectieve, feitelijke omstandigheden en gesprekspunten door te geven. Het is voor de overnemende ouderling namelijk eveneens van belang te weten welke vragen in de vorige ambtsperiode aan de orde zijn geweest en welke daarvan inmiddels wel of niet behoorlijk zijn afgehandeld. Zo kan worden voorkomen dat onderwerpen dubbel aan de orde komen. Indien noodzakelijk kan een verslag of een mapje met verslagen mee worden overgedragen, mits feitelijk en nog relevant van aard. Want als het gaat om feiten die niet meer ter zake zijn, kunnen deze beter worden weggelaten bij de overdracht.

Daarnaast krijgt een nieuwe ouderling een mentor toegewezen in de persoon van een andere, zittende ouderling. Deze kan als klankbord dienen voor bepaalde dilemma’s van uiteenlopende aard. De mentorouderling kan de nieuwe ouderling via een vorm van intervisie met raad en daad terzijde staan, een en ander afhankelijk van ervaring en omstandigheden.

Deze vorm van overdracht werkt reeds een aantal jaren tot tevredenheid.

Diakenen

Bij het aantreden van een nieuwe diaken vindt ook een gesprek plaats tussen de nieuwe en de vertrekkende diaken. In dat gesprek gaat het in het bijzonder over de materiële en sociale omstandigheden van de gezinnen en andere ‘wooneenheden’. Zijn er financiële noden, leningen of andere feiten of omstandigheden die problematisch kunnen zijn of worden? Welke behoeften zijn er waarin moet worden voorzien? Maar ook: welke talenten zijn beschikbaar bij de leden in de gemeente die kunnen worden aangewend voor andere leden van de gemeente?

Ten minste één keer per jaar is er een overleg met de leden van wat in onze gemeente wordt genoemd de commissie zieken- en ouderencontact, het zoc. In dat overleg wisselen diakenen en bezoekdames van het zoc hun ervaringen op een wijze uit, die recht doet aan de bedoelingen van het bezoek, namelijk gemeente-opbouw, het kennen van eikaars noden en talenten en het geven van aandacht.

Ook voor de diakenen geldt de procedure van het aanwijzen van een mentor. Een nieuwe diaken kan met hem overleggen over wijze van omgaan bij bepaalde problemen. Bovendien zijn er de aparte diaconale vergaderingen, waar deze zaken aan de orde kunnen komen.

In vertrouwen en comité

In deze overdrachtsgesprekken zijn steeds bijzondere punten van aandacht de onderwerpen waarvan geldt: ‘de vereiste geheimhouding over wat bij de uitoefening van het ambt vertrouwelijk aan de ambtsdrager is meegedeeld’, alsmede de kwesties die op de kerkenraadsvergadering in comité behandeld zijn of worden. Bij de overdracht mag dat vertrouwen en mag die geheimhouding niet geschonden worden. Dat betekent dat in het overdrachtsgesprek vertrouwelijke informatie niet wordt genoemd. Het kan zijn dat een gemeentelid bepaalde vertrouwelijke informatie wel aan de ene ouderling kwijt wil en niet aan de andere. Let wel, het kan hierbij natuurlijk niet gaan om informatie die de bijbelse uitoefening van het ambt belemmert. Bij zulke zaken kan de ambtsdrager nooit de gevraagde vertrouwelijkheid accepteren.

Tot slot

De overdracht van aftredende ambtsdragers aan nieuwe ambtsdragers verdient alle aandacht. Ik heb de indruk dat daaraan in het verleden weinig aandacht is besteed. Het is goed om als kerkenraad beleid te ontwikkelen over dat onderwerp. Zorgvuldigheid en objectiviteit is geboden bij de overdracht. De Here Jezus vergadert, beschermt en onderhoudt zich een gemeente door zijn Geest en Woord. In die dienst hoeden de ambtsdragers de kudde en geven zij leiding aan de gemeente. Omdat ons werk als ambtsdragers altijd gebrekkig is en tekort schiet, hebben wij ons voortdurend af te vragen: Here, hoe wilt Gij dat wij zullen handelen? En: wilt U met uw Heilige Geest wonen en werken in onze harten en onze treden in uw spoor zetten? Vanuit dat besef en in die verantwoordelijkheid is de overdracht een belangrijke schakel in het bouwen van de gemeente.

Br. Van Duyvenbode is ouderling van de gemeente van Rotterdam-Oost/Capelle aan den Ussel en lid van het comité ter voorbereiding van de ambtsdragersconferenties.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.