+ Meer informatie

Verkiezing en verwerping

4 minuten leestijd

(1.)

We zijn thans, bij de behandeling van de besluiten Gods, genaderd tot het besluit der verkiezing en verwerping; het besluit, dat wel het allergewichtigst is, omdat het lot en leven der mensenkinderen er door bepaald wordl. Toch moet gezegd, dat het tevens een der moeilijkste stukken van de leer der Heilige Schrift is; een stuk, dat menigeen van Gods kinderen, door een verkeerde of eenzijdige beschouwing heel wat moeite en zuchten en tranen gekost heeft. En toch, mijne vrienden, de Heere God, die voor Zijn volk immers altoos het goede zoekt, heeft een tip van de sluier, die over dit besluit hangt, opgelicht, niet om er Zijn kinderen mee te vermoeien, te beangstigen of tot wanhoop te brengen, maar integendeel, om er hen door te troosten en te bemoedigen, en ze een houvast te geven, dat juist voor hun wankelmoedig gemoed tot steun en sterkte kan zijn.

We wensen dan ook in de nu volgende artikelen over dit besluit te handelen, en er de dierbaarheid en rijke vertroosting van te laten zien, zonder iets aan de waarachtigheid van dit besluit te kort te doen. Dit laatste mogen we er wel opzettelijk bij zeggen, aangezien er heden ten dage een Christendom is, ook in ons vaderland, dat de leer der uitverkiezing wel niet loochent, maar in de prediking en in geschriften er toch de scherpste punten afvijlt, om op deze wijze de verkiezing toch enigszins aannemelijk te maken voor het natuurlijk verstand.

Maar dit is ons standpunt in genen dele. We wensen de volle raad Gods, en dus ook de volle waarheid der verkiezing en verwerping' te aanvaarden en bloot te leggen, om dan te doen zien, hoe juist in de volle aanvaarding dezer onomstotelijke waarheid het heil en de troost voor Sion gelegen is.

Hieruit volgt echter tegelijk, dat alleen wie gelooft in de Heilige Schrift, als het Woord Gods, en wie bereid is zijn verstand en overleggingen aan dat Woord te onderwerpen, de troost der verkiezing genieten kan; in tegenstelling met hen, die reeds vooruit zeggen, dat ze van een verkiezing' toch niets geloven, of dat de verkiezing tot zaligheid een onrechtvaardigheid of een wreedheid in God is. Wie reeds bij voorbaat zich vijandig stelt tegenover dit leerstuk, kan natuurlijk de troost niet ervaren, zolang hij door de Geest Gods niet geleerd heeft zijn zondig standpunt te verlaten, en zich alleen wil laten leiden door het onbedriegelijk Getuigenis Gods. Maar wie onbevangen en onbevooroordeeld naar het Woord des Heeren luisteren wil, voor die zal deze

leer van een steen des aanstoots veranderen in een rots der behoudenis.

Laat mij U dan allereerst in herinnering mogen brengen, wat onze schone Gereformeerde belijdenis van deze waarheid zegt.

In art. 16 van de Ned. Geloofsbelijdenis lezen we aldus:

„Wij geloven, dat, het gehele geslacht van Adam dooide zonde des eersten mensen in verderfenis en ondergang zijnde, God zichzelven zodanig bewezen heeft als Hij is, te weten: barmhartig en rechtvaardig. Barmhartig: doordien dat Hij uit deze verderfenis trekt en verlost degenen, die Hij in Zijn eeuwige en onveranderlijke raad, uit enkel goedertierenheid, uitverkoren heeft in Jezus Christus onze Heere, zonder enige aanmerking hunner wei-ken. Rechtvaardig: doordien Hij de anderen laat in hun val en verderf, waar zij zichzelven in geworpen hebben."

En in de Dordtse leerregels heet het in Hoofdstuk I, art. 6:

„Dat God sommigen in de tijd met het geloof begiftigt, sommigen niet begiftigt, komt voort van Zijn eeuwig besluit. Want al Zijn werken zijn Hem van eeuwigheid bekend, en Hij werkt alle dingen naar de raad Zijns willens. Naar welk besluit Hij de harten der uitverkorenen, hoewel zij hard zijn, genadiglijk vermurwt en buigt om te geloven; maar degenen, die niet verkoren zijn, naar Zijn rechtvaardig oordeel, in hun boosheid en zondigheid laat En hier is het, dat zich voornamelijk voor ons ontsluit, die diepe barmhartige en evenzeer rechtvaardige onderscheiding der mensen, zijnde in evengelijke staat des verderfs, of het besluit van Verkiezing en Verwerping, in het Woord Gods geopenbaard. Hetwelk, evenals het de verkeerde, onreine en onvaste mensen verdraaien tot hun verderf, alzo de heilige en Godvrezende zielen een onuitsprekelijke troost geeft."

Maar de Dordtse leerregels zeggen hierover nog veel meer, zoals we, zo de Heere wil, de volgende maal hopen te zien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.