+ Meer informatie

Wat zou er zijn … ?

5 minuten leestijd

Wat zou er zijn bij de familie Jansen, denkt mevrouw Willemsen. Rooien ze het niet meer? Of zijn er moeilijkheden met het werk? Neen, gelukkig niets van dat alles. Maar mevrouw Willemsen zag toevallig dat één van de diakenen daar naar binnen ging. En die komt tenslotte toch niet zomaar. Dan is er toch wat. Of niet soms?

Bovenstaande situatie lijkt misschien wat overtrokken maar zo wordt er geredeneerd. Als er een diaken bij je komt dan is er wat. Hij komt met fruit of bloemen, de bandrecorder of met geld. Maar niet zomaar.

Maar neen, deze diaken ging niet op bezoek omdat er Problemen waren bij de familie Jansen. Hij is vandaag gestart met DIACONAAL HUISBEZOEK. Een term die we in het diaconaat steeds vaker tegenkomen. En waar ze, zoals ik regelmatig in den lande hoor, wel vragen over hebben. Waar is dat voor? Wat willen we er mee? Wat moeten we zeggen? En kijkt de gemeente er niet vreemd tegenaan?

Ja, als het tot nu toe in uw gemeente niet de gewoonte was dat de diakenen op huisbezoek gaan (en hiermee bedoel ik niet het huisbezoek ter ondersteuning van de ouderlingen, zoals wel voorkomt) zult u dit eerst moeten introduceren. Eén van de diakenen kan hiervoor bijv. een stukje schrijven in het kerkblad. Mogelijk kan dat stukje dan tegelijk dienen als het eerste nummer van een vaste diaconale rubriek in uw kerkblad.

U hebt als diakonie toch heel wat te zeggen, te signaleren, door te geven vandaag de dag?

Waartoe dient nu dit diaconaal huisbezoek? Wat moet er mee bereikt worden? Dit hangt nauw samen met de taak van de diaken. Met het functioneren van het diaconaat in de gemeente. Met A. G. Delleman zou ik de taak van de diaken als volgt willen omschrijven: ”bevorderen dat de leden aandacht hebben voor elkaar, bereid zijn tot onderlinge dienst en zich zo ook leren inzetten voor de leden van de (dorpsof stads)gemeenschap, voor de mens in de wereld als zodanig. (Diakonaat in de praktijk, uitgave A.D.B.)

In onze kerken hebben we het wel vaak over ”een nieuw hart”, maar laten we daarbij niet vergeten dat dit gepaard gaat met ”nieuwe ogen, nieuwe handen”. Ogen die zien zoals Jezus zag. Handen die de gezindheid van Christus tot uitdrukking brengen. Natuurlijk bedoel ik daarmee niet dat wij ons op dezelfde lijn kunnen plaatsen als de Here Jezus. Dat wij harten zouden kunnen doorgronden. Ik bedoel wel dat we moeten leren om door ”muren” heen te kijken. Muren die we zelf om ons heen bouwen. Laten we maar dicht bij blijven: weet u hoe het op het werk van uw man of van uw vrouw gaat? Weet u echt wat uw kinderen op school ervaren? Gaat het wel zo goed als het lijkt? Of staat uw man, uw vrouw misschien toch naast de werkgemeenschap? Of zijn er spanningen omdat men met een collega, een chef niet overweg kan? Of is er een kloof van onbegrip tussen uw kind en een leraar? Hoe is het bij de buren? Naast u, maar ook iets verder in de straat. Ontdekken we soms niet ineens, dat één van hen al weken in het ziekenhuis ligt. Hoe is het mogelijk dat we in de krant lezen dat iemand al dagen, soms weken dood in huis ligt?

Is zo’n bericht geen beschuldiging aan ons adres?

Ik wil u nog wat praktisch op weg helpen. Begin niet zo ineens met diaconaal huisbezoek, als u dat tot nu toe niet gewoon was. Bespreek eerst in uw diaconie wat u wilt en hoe u zich één en kerkeraad opdat men weet waarom u nu ook de gemeenteleden bezoekt. Ik stel me voor dat het bijv. leidt tot regelmatige wijkbespreking tussen predikant, ouderling en diaken. Zodat u niet alle drie in één week bij hetzelfde gezin komt en een ander een half jaar niemand ziet.

Stel voor uzelf vast wat u op deze bezoeken hoopt te vernemen en wat u er wilt achterlaten. U kunt het gesprek beginnen door gewoon wat informatie te geven over wat een diaken zoal doet en wat daarvan eigenlijk door anderen gedaan zou kunnen c.q. moeten worden. Bijv. dat gezin dat zo af en toe een bezoekje nodig heeft; een wandeling of autoritje met ouderen of iemand die er moeilijk alleen op uit kan.

Probeer eens samen met degene waar u op bezoek bent, het één en ander uit die buurt op te noemen waar diaconale aandacht aan besteed moet worden. Dat gezin uit de gemeente, waarvan de vader in het ziekenhuis ligt. (Vervoer naar ziekenhuis voor bezoek, opvang van kinderen, assistentie bij ”zware” karweitjes). Of dat Marokkaanse gezin in de flat naast u (andere zeden en gewoonten, taalbarrière, onbegrip, vooroordeel). Soms geeft het betere resultaten als u zo maar eens binnen wipt. Van tevoren afgesproken bezoeken wegen soms zo zwaar. Schikt het niet dan gaat u een deurtje verder. Wel is het goed om uw werkwijze vooraf in het kerkblad, u weet wel, in dat eerste stukje, kenbaar te maken.

Als diaken bent u een doorgeefluik. De taken die u ziet en hoort, geeft u door. U moet zelf niet alles doen, u moet zorgen dat het gebeurt. Schakel daar nu die gemeente voor in. Van een gemeente die diaconaal ziet, die diaconaal handelt, kortom die diaconaal is, gaat werfkracht uit. Het evangelie is niet alleen Woord, het is ook Daad. Dat gaat samen op. Er is geen rangorde en geen volgprde. Woord en Daad: één geheel. Dàt moet Ubereiken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.