+ Meer informatie

HEBBEN ECHTSCHEIDING EN HUWELIJKSKEUS MET ELKAAR TE MAKEN?

9 minuten leestijd

Vroeger trouwden de mensen gewoon, zoals hun ouders eens getrouwd zijn. Als rang en stand, geld en goed en kerkelijke achtergrond maar met elkaar in overeenstemming waren en de liefde aanwezig was, dan kwam het wel in orde. Voor de trouwerij moest gespaard worden. Vaak met weinig geld werd het huisraad aangeschaft en door zuinigheid en vlijt en eventueel met hulp van de ouders richtte men het leven in. Als er zich in de loop der jaren huwelijksproblemen aandienden, werden die angstvallig binnenshuis gehouden. Het gevolg daarvan was dat de onderlinge communicatie versoberde en men min of meer langs elkaar heen leefde. De buitenwereld merkte daar nauwelijks iets van. Zo op het oog was er sprake van een goed huwelijk. Een formele echtscheiding was vroeger een uitzondering. En binnen de kerken rustte er een taboe op echtscheiding. Als er al gesproken werd over huwelijksproblematiek dan lag het accent op het in het stand houden van het huwelijk. Een echtscheiding was wel het laatste waar men toe overging. Men schikte zich in het lot. Vroeger bereidde men zich in het algemeen niet beter voor op het huwelijk dan tegenwoordig. De verschillen, zoals boven genoemd, zijn minder geworden. Het woord liefde staat heden ten dage in alles voorop. Soms lijkt het wel of de liefde alles mag bedekken.

Tegenwoordig schrikken we niet zo erg meer van het feit dat mensen ervoor kiezen om het huwelijk te verbreken en gescheiden verder te gaan. Binnen ons kerkverband zal echtscheiding, in vergelijking met de maatschappij, zich misschien iets minder voordoen. Toch gaat het ook onze deur niet voorbij. Velen onder ons vinden het goed dat een dergelijk besluit genomen kan worden. Immers, redenen om bij elkaar te blijven worden meer dan genoeg afgewogen en vaak is er nog maar één uitkomst: het bestaande huwelijk verbreken en gescheiden verder gaan. Echtscheiding geeft lucht en bevrijding, zo lijkt het wel.

Het gesprek

Wanneer in pastorale gesprekken huwelijksproblemen naar voren komen, valt het niet mee om over de bestaande problematiek een oordeel te Vellen, laat staan om een advies uit te brengen. En wie dat wel zou willen doen, zal een aantal regels in acht moeten nemen. Het spreken over relationele problemen vereist enige gesprekstechniek. Vaak wordt er gezocht naar overeenkomsten in standpunten van beide echtelieden. Onvermijdelijk komen dan de onderlinge tegenstellingen en de daaruit komende problemen aan de orde. Er zal behoedzaam, met de nodige tact en geduld gesproken moeten worden.

Jarenlange onderlinge verwijten, verschillen en verdriet hebben de basis gelegd voor de uiteindelijke besluitvorming om tot echtscheiding over te gaan.

Dit wil echter niet zeggen dat we ons als ambtsdragers maar neer moeten leggen bij alles wat ons ter ore komt. Immers, wij als mensen hebben zo weinig te zeggen, maar God komt ons te hulp met Zijn Woord. Met dat Woord mogen we zaken bespreken en dan niet in vermanende en bestraffende zin, maar wel opbouwend en gericht op het behoud van een huwelijk.

Maar wat te doen als de echtelieden van geen weg terug willen weten en de pastor of de ambtsdrager geen mogelijkheden meer ziet om de bestaande impasse te doorbreken? Doorverwijzing naar een (christelijke) hulpverleningsinstantie kan een oplossing zijn.

De beladenheid van echtscheiding is weggeëbd. Was het vroeger nog een schande gescheiden door het leven te gaan, tegenwoordig komt het in de beste families voor. Binnen de familie- en kennissenkring heeft men soms wel heel gauw een pasklare oplossing voor handen, om relatieproblemen “op te lossen”, door het adviseren van een echtscheiding.

Financieel zijn er binnen ons bestel voldoende voorzieningen en huisvesting is meestal wel te regelen. Ook kan men besluiten te verhuizen als de grond onder de voeten te heet gaat worden.

Mijns inziens zijn er een aantal opmerkingen te plaatsen over het bovenstaande. Echtscheiding is niet meer weg te denken binnen (onze) kerk en maatschappij. En hoeveel weerstand het ook bij ons kan oproepen, het verbreken van een huwelijk is geworden tot een normaal en door bijna iedereen geaccepteerd gebeuren. Wij dienen met dat gegeven te leren leven. Preken, vermanen, helpen, adviseren, het rieht vaak weinig uit. Dat was in de tijd van Mozes niet anders. Ook in die tijd waren er reeds echtscheidingen.

Wanneer men uit elkaar ging, werd er aan de vrouw een scheidbrief meegegeven. Zo kon ze een ander weer tot vrouw zijn. Het lezen van Deuteronomium 24: 1-5 ademt een geest van “zo ging dat nu eenmaal en het was goed”. Toch geeft de Bijbel meerdere malen aan dat men niet zal echtbreken. God haat de echtscheiding.

Zo wordt ons voorgelegd dat er niet onzorgvuldig gedacht mag worden over het verbreken van een relatie. Er moet veel in het werk gesteld worden om dat te voorkomen.

Een echtscheiding zat er bij de huwelijksluiting al in

Vaak hoort men van anderen die een echtpaar van dichtbij hebben meegemaakt, dat het niet verwonderlijk is dat men uit elkaar gaat. In het begin had men al twijfels over het in stand blijven van het huwelijk. Vaak wordt er gerefereerd aan de karakters of de visie die men had op de roi van man en/of vrouw.

Ik ken dergelijke echtparen, waarmee het vanaf het begin van het huwelijk niet goed ging. Hun huwelijk was meer een vlucht voor het juk van het ouderlijk huis en een behoefte om samen te zijn, dan het besef dat het huwelijk betekent dat men een relatie aangaat tot de dood scheiding maakt. Men kan zich afvragen of men zich voldoende voorbereidt op het huwelijk. Veel jongeren geven aan het huwelijk een te grote stap te vinden. Derhalve besluiten ze eerst te gaan samenwonen en een proefperiode in te stellen. Mocht het samenleven alsnog mislukken, dan kan de relatie verbroken worden.

Kan de vraag gesteld worden of er voor een huwelijk sprake moet zijn van een doordachte en verantwoorde keuze? Men kan zich afvragen in hoeverre het aanstaande echtpaar in staat is een doordachte en verantwoorde keuze ten opzichte van elkaar te maken. U kent allicht die voorbeelden waarbij “men” al van tevoren aangaf dat het huwelijk niet lang stand zou houden. In die verwachting werd “men” niet beschaarnd. Maar daar tegenover zijn er evenvele voorbeelden waarbij “men” zijn verwondering erover uitspreekt dat het huwelijk na al die jaren nog standhoudt. Ik denk niet dat er een wetmatigheid is die duidelijkheid geeft of een huwelijk slaagt of niet. Wel kunnen er een aantal aanwijzingen gegeven worden met betrekking tot het al dan niet slagen van het huwelijk. Ik denk bijvoorbeeld aan tegengestelde karaktereigenschappen die leiden tot botsingen en onbegrip, aan een groot verschil in denkwijze over principiële zaken, aan verschillende verwachtingen binnen het huwelijk: wel of geen kinderen / de rolverdeling tussen man en vrouw ten aanzien van de huishouding en de opvoeding / verschil in visie ten aanzien van het geloof en kerkbezoek / verschillen in kerkelijke achtergrond / de roi van de familie.

In hoeverre moet er door predikanten met aanstaande echtparen gesproken worden over: “Passen we bij elkaar?”

Het valt niet mee om een dergelijke vraag goed te beantwoorden.

Want laten we eerlijk zijn, als jonge mensen ergens een hekel aan hebben, dan is het wel aan de bemoeizucht van een predikant of een ouderling. En men heeft er zeker moeite mee wanneer een dominee gaat vragen of ze wel goed nagedacht hebben over de consequenties die een huwelijk met zich mee brengt. Je hoort ze het achter je rug zeggen: “Waar bemoeit die man zich mee?” Zeker wanneer de verliefdheid en de wens om bij elkaar te zijn groot is, past daar geen bemoeizucht bij.

In gesprekken is soms duidelijk aan te voelen dat een relatie niet hecht genoeg is, noch voldoende fundament heeft. Misschien bent u weleens ingeseind door de ouders, met de vraag: “Dominee, we hebben onze zorgen of alles wel goed zal gaan met het aanstaande huwelijk van onze kinderen. Maar wij vinden bij hen geen ingang. Kunt u niet eens met hen praten?” Op zo’n moment wordt de zorg van de ouders bij u neergelegd. Het kan een goed aanknopingspunt zijn om een gesprek te beginnen. En de ingang wordt makkelijker wanneer de predikant zijn schapen kent.

Wanneer het aanstaand echtpaar de wens te kennen geeft om voor Gods aangezicht te willen trouwen, zal een gesprek met de predikant plaatsvinden. Op zo’n moment kan men als predikant de keuze maken om alleen maar in te gaan op de vragen die gesteld moeten worden.

In het huwelijksformulier wordt aangegeven dat men een huwelijk niet lichtvaardig of gedachteloos moet aangaan, maar eerbiedig en dankbaar, in de vreze des Heren. Indien dit ter sprake komt, kan men ervoor kiezen om dieper op de onderlinge relatie in te gaan. Daarvoor is niet alleen durf nodig, maar ook een diepe, warme en gevoelvolle belangstelling voor het aanstaande echtpaar.

Een belangstelling die niet gericht is op nieuwsgierigheid of bemoeizucht maar gericht is op de wens om duidelijk te maken dat wat God samenbindt, de mens niet mag scheiden. Vanuit die grondhouding wordt nogmaals aangegeven welke gevolgen het aangaan van een huwelijk inhoudt. Welk een verantwoordelijkheid wordt genomen. Het is niet alleen een verantwoordelijkheid jegens elkaar, maar bovenal een zaak die de Heere aangaat. Trouwen is immers niet alleen maar bij elkaar zijn, maar is (als alles goed mag gaan) ook een eerste stap naar het ouderschap.

Natuurlijk ligt er allereerst een taak voor de ouders. Zij zullen de zaken met hun kinderen moeten bespreken. Zij kennen hun kinderen. Zij hebben een redelijk zicht op de karakters. Meestal is in de verkerings- of verlovingstijd al sprake geweest van onderlinge strijdpunten. Ze zijn aanleiding geweest om serieus over trouwen of niet trouwen na te denken. Er zijn situaties, waarbij de ouders een huwelijk afraden (en soms gaat het huwelijk tegen beter weten in toch door).

Passen we bij elkaar?

Wat is bij elkaar passen? Niet voor niets is er een spreekwoord dat luidt: “op elk potje past wel een deksel”. En gelukkig maar.

Maar er zijn meer opmerkingen over te plaatsen. Er dient respect voor elkaar te zijn.

De waarde van de ander moet worden ingezien. Waar respect ontbreekt, ontbreekt waardering. Men dient trouw te zijn, ook als de liefde bekoelt.

Een andere voorwaarde is dat men conflicten met elkaar durft uit te spreken. Niet uitspreken van conflicten geeft verwijdering. Praten met elkaar betekent dat men bereid is om zich kwetsbaar op te stellen. Een fikse ruzie kan tot verdieping van de relatie leiden. Door gevoelens van onvrede bespreekbaar te maken kan men elkaar beter leren kennen. Binnen de relatie mag het bespreken van geestelijke zaken niet ontbreken.

Vooral het leren kennen van eikaars persoonlijke relatie tot God is belangrijk. Deze relatie is immers het fundament onder elk huwelijk. Een relatie waarbij God de bindende factor is. Wanneer er vanuit deze vier uitgangspunten gesproken mag worden met een aanstaand echtpaar en men bereid is om eerlijk en kritisch na te denken of er voldoende bagage aanwezig is om een huwelijk aan te gaan, is dat alleen maar winst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.