+ Meer informatie

GEWIJDE GESCHIEDENIS N.T.

5 minuten leestijd

Matth. 25 : 1—13.

Gelijkenissen aangaande Christus' wederkomst. (I.)

De wyze en dwaze maagden.

I. Een schijnbare overeenkomst.

II. Een grote tegenstelling.

III. Een beslissende scheiding.

Toen de Heere Jezus gereed stond om afscheid te nemen en naar de hemel op te varen, heeft Hij Zijn discipelen getroost met Zijn wederkomst.

In verband met die wederkomst heeft Hij ook gelijkenissen uitgesproken nl. van de tien maagden, van de talenten en van het laatste oordeel.

Hoewel wij niet bekend zijn met de dag van Christus' wederkomst, zal de dag toch niet plotseling invallen.

Op allerlei voorafgaande verschijnselen heeft de Heere gewezen.

In de gelijkenis van de wijze en dwaze maagden wil Hij ons leren, dat we wakende moeten zijn en dat we bereid moeten zijn.

We worden bepaald bij een Oosterse bruiloft.

De Bruidegom ging zijn bruid halen en dan trok men gezamenlijk op naar de feestzaal.

Een tiental bruidsmeisjes wachtte de stoet op om die stoet met brandende lampen te begeleiden naar de bruiloftszaal.

Vaak gebeurde het, dat het donker werd eer de bruidegom kwam en daarom waren de vriendinnen van de bruid van brandende lampen voorzien.

Van straatverlichting als bij ons was geen sprake. Men droeg op een stok een schaal met olie waarin een brandende vlaswiek dreef. Was de olie opgebrand dan ging de lamp uit.

ging de lamp uit. Bij de wederkomst van Christus is het Christendom aan de tien maagden gelijk.

Het waren allen maagden, zij hadden allen een lamp, zij gingen allen uit de bruidegom tegemoet en zij vielen allen in slaap.

Er zal straks weinig verschil zijn tussen het ware en het valse Christendom.

De wïjzen zullen met de dwazen inslapen. Daarom de ernstige roepstem: „Zo waakt dan, want gij weet de dag niet, noch de ure in welke de Zoon des mensen komen zal."

Er is ook een grote tegenstelling. Vijf waren er wijs en vijf waren er dwaas.

Er is dus ook ondanks een schijnbare overeenkomst, een diepgaand verschil.

Dat verschil moeten we niet zoeken in uiterlijke dingen, maar in het hart.

Wijsheid is een Goddelijke deugd en een menselijke deugd. •

Wetenschap is een zaak van het hoofd, wijsheid van het hart.

het hart. Vele wetenschappelijke mensen hapert het aan wijsheid om die wetenschap voor anderen productief te maken.

Wijsheid is een gave waardoor we het wezen der dingen leren kennen.

Een wijze heeft niet alleen een ideaal, maar weet ook de middelen te kiezen, om dat ideaal te bereiken.

De wijsheid van de wijze maagden komt daarin uit, dat ze gerekend hebben, dat de bruidegom zich zou verlaten.

Daarom hebben ze gezorgd voor olie in hun vaten met hun lampen.

Olie is vloeibaar licht en symboliseert de verlichtende genade des Heiligen Geestes.

de genade des Heiligen Geestes. We kunnen een lamp bezitten van een zuivere belijdenis en toch de verlichtende genade des Geestes missen.

Het is vele Christenen te doen om de bruiloft en niet om de bruidegom.

De dwaze maagden missen de practische en bevindelijke kennis van Christus.

We kunnen uit Christelijke ouders geboren zijn, belijdenis hebben afgelegd, trouw aan de Avondmaalstafel hebben plaats genomen en toch vreemdeling zijn van de onderwerpelijke bediening van Gods Geest.

Kunnen wij op de vraag: „Waarom wordt gij een Christen genaamd? " met een eerlijke consciëntie het antwoord van Zondag 12 van onze Catechismus overnemen ?

Onverwacht kan de stem van de heraut gehoord worden: „De Bruidegom komt, gaat uit Hem tegemoet!'

Dan komen de dwazen in grote nood en valt er een beslissende scheiding.

De olie-voorraad verdelen is niet mogelijk. De afstand naar de feestzaal is groot. Dan staan ze straks alle tien in de duisternis.

Wat zal het vreselijk zijn als we straks moeten klagen, geef ons van Uwe olie, want onze lampen gaan uit.

Genade is particulier.

Persoonlijk moeten we die genade bezitten.

Een bekeerde moeder of een godvrezende vader kan ons in die nood niet helpen.

De wijzen zeggen, gaat tot de verkopers maar ach zullen de deuren midden in de nacht nog open gaan?

Het is nu nog het heden der genade.

Werke de Heere door Zijn Geest de behoefte aan Zijn Geest.

De deur is nog niet gesloten.

Vreselijk zal het zijn pm straks met een uitgebluste lamp in de buitenste duisternis te staan.

lamp in de buitenste duisternis te staan. Misschien hebben we dan nog wel vermeende rechten; doe ons open!

Maar omdat er geen levende betrekking is tot de bruidegom zal het antwoord zijn: „Ik ken u niet."

Door het toeven van de bruidegom vallen de maagden in slaap.

Ook in onze tijd zijn de wijze met de dwaze maagden in slaap gevallen.

Daarom geeft 'de Heere door deze gelijkenis de ernstige waarschuwing: „Zo waakt dan, want gij weet de dag niet, noch de ure in dewelke de Zoon des mensen komen zal."

Wat is het noodzakelijke om met Mozes te vragen: „Leer ons alzo onze dagen tellen dat wij een wijs hart bekomen."

1. Welk tijdperk wordt „het laatste der dagen" genoemd ?

2. Bevinden wij ons in die laatste dagen?

3.. Waarom wordt er zo weinig aan de wederkomst des Heeren gedacht?

4. Zijn die dwaze maagden wereldlingen of Kerkse mensen ?

5. Behoort gij lezer tot de wijzen of tot de dwazen?

( Bronnen: Dachsel. Matthew Henry. Knap.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.