+ Meer informatie

ATTENTIE DE KLOP VAN HET LEVEN

5 minuten leestijd

Een eenvoudig kerkganger merkte eens op: „In de kerk luister ik altijd maar, of ik „het leven” hoor verkondigen, of er „uit het leven” of „uit de beschouwing” wordt gepreekt.

U begrijpt mogelijk deze opmerking, ’t Ging deze kerkganger om „de klop van het leven”!

Een belangrijk element voor elke preek, voor elke schriftbeschouwing, voor elke meditatie; een belangrijk element voor heel ons persoonlijk leven, voor heel ons kerkelijk leven. Denk de klop van het leven weg, en wij houden niet anders dan een dood geraamte over.

U kent het visioen van die dodenvallei uit het boek Ezechiël?

Een dal vol dorre doodsbeenderen, en zij waren zeer dor. Het beeld van het huis Israëls moest Ezechiël daarin zien. Zo dor en dood als die beenderen waren, zo dor en dood was ook het huis Israëls. De klop van het leven werd niet meer gehoord.

Toen moest Ezechiël gaan profeteren: „Gij dorre beenderen hoort des Heeren woord.”

Wat gebeurde er toen?

Daar kwam beroering in die dodenvallei, en de beenderen naderden, elk been tot zijn been. Daar werden zenuwen op dezelve, en er kwam vlees op, en een huid werd boven dezelve getrokken, maar… „er was geen geest in”. Schone lichamen, zonder de klop van het leven!

Zo kan het leven schoon en deugdzaam zijn aan de buitenkant, maar dat van binnen de klop van het leven wordt gemist. In Engeland kent men het wassenbeelden museum. Schone beelden, sprekende gelijkenissen, maar er zit geen geest in. Het zijn dode beelden, zonder de klop van het leven! Kunstbloemen kunnen schoon zijn, maar het leven wordt er in gemist.

Een rede op zijn pas gesproken, noemt de Schrift als gouden appelen in zilveren gebeelde schalen, maar als in die gouden appelen het levenselement, het goud van Gods genade wordt gemist, dan is al dat goud toch niet meer dan klatergoud, zonder waarde voor de eeuwigheid. Dan houden wij niet anders dan een schone vorm over, waaraan het wezen n.l. het levenselement ontbreekt.

Dan kunnen onze preken homiletisch, kunstzinnig zijn opgebouwd, een schone schriftverklaring kan worden gegeven. Dan kunnen onze liturgische vormen steeds meer de aandacht gaan trekken, met koorzang en trompetgeschal worden begeleid, maar als het levenselement daaraan ontbreekt, dan houden wij niet anders dan vormendienst over.

’t Gaat om de klop van het leven voor het natuurlijke, voor het geestelijke en ook voor het kerkelijke leven.

Nu is het leven één groot mysterie.

Het vindt zijn oorsprong in God, de Bron van het leven.

God blies in de neusgaten van de mens de adem des levens, alzo werd de mens tot een levende ziel. De mens ontving een natuurlijk leven, maar ook een hoger, geestelijk leven. Door dat geestelijke leven kreeg de mens een band met God. Die band is door de zonden gebroken, en daarom spreekt de Schrift over de geestelijke dood. Die geestelijke dood kan alleen worden opgelost door het geestelijke leven. Wij moeten levend gemaakt worden. Die levendmaking is het werk van Gods Geest. De Geest is het, die levend maakt!

Kennen wij die levendmaking, dan komt dat leven openbaar.

De klop van het leven wordt gehoord in het schreien naar God, in het roepen tot God. In het schuldbelijden, in het op genade pleiten. In een hartelijk leedwezen, God door de zonde vertoornd te hebben. In een hartelijke lust en liefde om de Heere te vrezen, om naar al Gods geboden te gaan leven. Die klop van het leven zóékt het leven, verstáát het leven, wordt gevoéd door het leven, en nu denk ik weer aan die kerkganger: „in de kerk luister ik altijd maar of het leven wordt verkondigd, of er uit het leven, of uit de beschouwing wordt gepreekt.

’k Herinner mij, dat op de Predikantenvergadering in vroeger jaren eens gesproken is over: „de preek een geboorte”. De nadruk werd toen gelegd op „de bevruchting van de Heilige Geest”. Zonder deze bevruchting des Geestes wordt het levenselement gemist.

Hoe noodzakelijk voor de prediker deze bevruchting des Heiligen Geestes te kennen voor het persoonlijke leven, alsook voor het ambtelijke leven. Dan kan de meest eenvoudigste prediking worden een prediking vol Geest en Leven! Dan vallen alle menselijke gaven weg, maar komt in het centrum te staan de Gave des Heiligen Geestes. Die gave des Heiligen Geestes wijst dan heen naar Gods gave, in het geschenk van Zijn eniggeboren Zoon, in het geschenk van Golgotha, waarvan de kerk getuigt: „En Hij is een verzoening voor onze zonden! Zo wordt het centrale punt van leer en leven: Jezus Christus en Die gekruist! Die ons leven is! Buiten Hem is geen leven, maar een eeuwig ziels verderf. „Die de Zoon heeft, die heeft het leven, die de Zoon van God niet heeft, die heeft het leven niet”.

Zo klopt het leven van de kerk alleen in Hem. ’t Leven is uit Hem, door Hem en tot Hem, Gode tot eeuwige heerlijkheid.

Dat levenselement moge dan de begeerte zijn van ons aller leven, ’t Moge uitkomen in heel ons kerkelijk leven. Dan verliezen wij ons niet in de uitwendige vorm, maar dan gaat het ons voor en bovenal om dat éne namelijk: de klop van het nieuwe leven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.