+ Meer informatie

Erenaam of hondenbaan

3 minuten leestijd

Erenaam

Een ambtsdrager dient namens Christus. Is het geen wonder als je daarvoor gekandideerd, c.q. verkozen wordt? Of het nu als diaken, predikant of ouderling is: dienaar van Christus zijn, dat mag gerust een erenaam wezen. Niet in de zin van: trots en hoogmoedig. Wel in de zin van: verwonderd over deze hoge roeping.

Met het krimpen van de kerk en het opschuiven naar de marge van de samenleving is iets van de wereldse verleiding van de erenaam wel weggesleten. Tegen het ambt wordt niet meer zo opgekeken. Velen zien het niet speciaal als een zaak van eer, maar zien meer het risico van snéúvelen op het veld van eer, temidden van alle drukte. Wil je het naar eer en geweten doen, dan slokt het immers kostbare vrije tijd op.

Als op deze manier werkelijk alleen de geestelijke lading van de eer die je te beurt valt als ambtsdrager overblijft, is dat misschien wel winst ook. Anderzijds lijkt de de balans wel een beetje zoek. Plaats broeders op tweetal en verontwaardigd protest of diep gezucht is als brenger van de blijde boodschap van kandidering je deel. Eenmaal verkozen, bedanken vele broeders voor de eer: jongere broeders vinden dat pensionado’s hier mooi de tijd voor hebben, terwijl die gepensioneerden van mening zijn dat de jongere garde moet opstaan. Het ambt lijkt geen erenaam, maar een hondenbaan!

Hondenbaan

Helemaal onwaar is dat natuurlijk niet. Nu wil ik geen slapende honden wakker maken, maar bij tijden is het ambtswerk tijdrovend, energieverslindend en grijze haren veroorzakend. En als er dan maar direct resultaat was… Maar sommige leden horen de ambtsdrager schouderophalend aan en denken: blaffende honden bijten niet! Bovendien gedragen ambtsdragers zich onderling ook wel eens als kat en hond, die tijdens vergaderingen overal hun plasje over moeten doen, bij voorbaat beginnen te grommen bij bepaalde onderwerpen, elkaar afblaffen, of met verve voor luis in de pels spelen.

Als pas begonnen ambtsdrager gaan je ideaalbeelden aan diggelen en kun je flink schrikken van ‘de achterkant van het borduurwerk’. Geen wonder dat Paulus verwonderd vaststelde dat hij na al dat dienen in Gods koninkrijk het geloof behouden had.

Toch valt er natuurlijk ook wel wat tegenin te brengen. Wie heeft eigenlijk beloofd dat Jezus dienen alleen maar leuk en makkelijk zou zijn? Hij Zelf in elk geval niet. Het is een goede strijd, maar wél vaak een strijd. Het zal ons als slaven niet makkelijker afgaan dan onze Heere, Die veel lijden moest. Al met al is de ambtelijke dienst een heel concrete invulling van de navolging van Hem! Door lijden tot heerlijkheid. Door de pijn van de stervende graankorrel, vrucht dragen. Door ervaring wijs wordend. Waarbij in het ambtswerk overigens ook vruchten mogen worden geoogst en geproefd. Wie anderen letterlijk of geestelijk voedsel aanreikt, vindt zelf bij de Heere niet de hond in de pot, maar mag mee-eten uit Zijn hand. Daar ontvang je weliswaar niet altijd hapklare brokken, maar je wordt er wel gevormd en gebouwd.

Goed, láát het dan een hondenbaan zijn! Maar dan wel als waakhond en schapendoes onder de Grote Goede Herder. Is dat onze eer te na: Hem in actie zien van heel dichtbij, Hem te mogen assisteren temidden van Zijn kudde? Mooier kan het niet. In die zin is ‘hondenbaan’ een geuzennaam. Om van te kwispelstaarten!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.