+ Meer informatie

Schrijven naar beproefd recept

'Kerstboekjes' voor school en zondagsschool staan in oude traditie

8 minuten leestijd

Warme chocolademelk, een sinaasappel en een boekje. Dat kregen de kinderen vroeger bij het kerstfeest van de zondagsschool. Fruit en chocola hebben op veel plaatsen het veld moeten ruimen, het boekje is er nog altijd - in elk geval op scholen en zondagsscholen in de gereformeerde gezindte. Merkwaardig hoe weinig er in de loop van anderhalve eeuw veranderd is.

Begin twintigste eeuw. Elk najaar komen de vertrouwde uitgevers -Bredée, Voorhoeve, Callenbach, Meinema- met een nieuwe aanbieding van zondagsschoolboekjes. In november volgen de recensies in de tijdschriften van de zondagsschoolverenigingen, en in de weken daarna rollen de bestellingen bij de uitgevers binnen. Tijdens het kerstfeest krijgt ieder kind zijn boekje, en daarna wordt het weer stil op de markt. Tot het volgende najaar.

Wetenschappers schrijven over dat verschijnsel dikwijls in de verleden tijd, zonder te beseffen dat de traditie in de gereformeerde gezindte nog altijd bloeit. Veel scholen en zondagsscholen laten kinderen nu zelf het boekje van hun keuze aanstrepen, maar verder gaat alles precies hetzelfde als vroeger. Je hoeft alleen de uitgeversnamen maar te veranderen in Den Hertog, De Banier en Mes. En dan is er nog het wat kleinere aandeel van bijvoorbeeld Koster, Hardeman en de Gereformeerde Bijbelstichting.

In het najaar gooien vooral de eerstgenoemde drie uitgeverijen alle remmen los en produceren samen een stuk of veertig nieuwe kinderboeken. De rest van het jaar blijft het stil aan het front. Slechts uitgeverij Callenbach draait stug door, maar die valt dan ook in bevindelijk gereformeerde hoek een beetje buiten de boot. Jammer van de soms prachtige boeken, maar ze vallen te duur uit en ze zijn in principieel opzicht niet allemaal even onverdacht. Boeken van Callenbach bestelt een reformatorische (zondags)school niet ongezien.

Onverteerbare korsten

Elk jaar dus een nieuwe lading van tientallen goedkope kinderboeken. Elk jaar vooral nieuwe titels, want de meeste boekjes worden niet herdrukt. Dankzij de grote bestellingen van scholen en zondagsscholen waarop de uitgevers kunnen rekenen, houdt het systeem zichzelf in stand. Maar hoe zit het met de kwaliteit van al die verhalen? Kunnen uitgevers hun energie niet beter in een kwart van het aantal titels stoppen en de rest gewoon niet publiceren? En wat vinden kinderen -en ouders- eigenlijk van de lectuur die ze op deze manier krijgen toegestopt?

De schrijver Anne de Vries -geciteerd door zijn gelijknamige zoon in het boek "Wonderland. De wereld van het kinderboek"- had er als kind wel een mening over: "Ik ging er mee te werk als een niet te hongerige kleuter met zijn boterham: ik snoepte het lekkere hapje van het avontuurtje er uit en liet de droge onverteerbare korsten van de preek liggen. In een uur was ik door het boek heen, legde het bij mijn verzameling en keek het nooit meer aan." Maar over de stuiversroman "Zwarte Christoffel of Liefde en wraak" schrijft hij: "Dat verhaal zonder enige evangeliserende of moraliserende pretentie heeft meer goede invloed gehad op mijn jeugdig geestesleven dan alle prekerige Kerstboekjes."

Dat lijkt me typerend voor de leeshouding van veel kinderen. Het gaat hen vooral om een spannend verhaal. Als de schrijver zich te buiten gaat aan ellenlange verslagen van kerkdiensten of stichtelijke gesprekken, of als het verhaal zich verliest in eindeloze details van kopjes thee en gesprekjes met opa en oma wordt het boek snel terzijde gelegd. Saai, kneuterig, zoetsappig.

Voorspelbaar

Zonder te willen generaliseren -het ligt natuurlijk allemaal heel genuanceerd, en er zijn gelukkig allerlei gunstige uitzonderingen- wil ik toch stellen dat een behoorlijk deel van de 'kerstboekjes' anno 2002 nog steeds aan dat euvel lijdt. Vooral die voor jongere kinderen. Veel auteurs doen inmiddels wél hun best om het al te prekerige te mijden -daarover straks-, maar beseffen niet dat de verveling ook kan toeslaan onder uiterst voorspelbare praatjes met buurman of winkeljuffrouw, of tijdens gebeurtenissen die weliswaar in de juiste volgorde achter elkaar gezet worden, maar waarbij geen enkel hoogtepunt in het verhaal te bekennen valt.

Om maar even heel kritisch te zijn: in de nieuwe stapel (zondags)schoolboekjes zitten verschillende aardige en spannende verhalen, maar er zijn er nog altijd te veel die aan allerlei gebreken lijden. Sommige zitten vol met onwaarschijnlijke situaties terwijl ze realistisch bedoeld zijn. Andere missen een goede spanningsboog en kabbelen dus maar wat voort. Ze zijn in voorspelbare, onoriginele zinnen opgeschreven. Of ze kijken door de bril van de opvoeder in plaats van de ogen van het kind. En -last but nog least- de illustraties zijn soms heel mooi, maar soms ook om te huilen zo gebrekkig. Als dat kinderen moet aantrekken...

Hoewel je het natuurlijk ook andersom kunt bekijken: geen enkel boek schie t echt op álle genoemde punten tekort, dus is het voor schrijvers en uitgevers een kwestie van het uitbouwen van de sterke punten en vermijden van de zwakke. Als extra begeleiding gezien de kosten niet mogelijk is, zijn schrijfcursussen misschien een idee?

Gebed

De christelijke boodschap vormt een probleem apart. Ik besef heel goed dat het extra moeilijk is om kinderboeken te maken die een gereformeerd geluid laten horen, zonder dat dat ten koste gaat van het verhaal. Schrijvers en uitgevers worstelen daar elk jaar opnieuw mee, en dat valt te waarderen. Hier en daar bewijzen ze ook dat het kan, dat het mogelijk is om een echt goed christelijk kinderboek te schrijven. Maar dikwijls gaat er toch iets mis in dit opzicht.

Ook dat probleem is trouwens niet nieuw, al is er in de afgelopen eeuw wel iets veranderd in de manier waarop ermee omgegaan wordt. In 1902 schreef dominee J. P. Tazelaar van de gereformeerde zondagsschoolvereniging Jachin dat in de lectuur voor de jeugd "betuigingen aangaande de noodzakelijkheid der wedergeboorte, de onmisbaarheid van geloof en bekeering, de verlossing door het bloed en de heiliging door den Geest van Christus niet [mogen] ontbreken."

Gezien door de bril van deze predikant kunnen veel boekjes van vandaag beslist niet door de beugel. Ze doen natuurlijk heel christelijk aan: er wordt gebeden voor de maaltijd, op zondag gaat de familie naar de kerk en op alle plaatjes hebben de meisjes een rokje aan. Maar de werkelijkheid van zonde en vergeving, van geloof en genade wordt in veel gevallen nauwelijks zichtbaar gemaakt - hoogstens wijdt opa of oma er een algemene opmerking aan.

Als de hoofdpersonen in nood zitten, bidden ze of God uitkomst geeft. En dat gebeurt dan. Dat kan bij een kinderboek passen, op die manier gaat het bij kinderen. Op zichzelf is dat dus goed en mooi. Maar er zit ook een gevaar aan: welk idee krijg je zo van het gebed? Is het alleen een uiterste redmiddel in benarde situaties, of is het veel meer dan dat? Waarom gaat het vaak alleen om hulp bij praktische problemen, en niet om schuld en vergeving? Van de Hulst werd soms "verbondsautomatisme" verweten, maar de schrijvers van vandaag slaan misschien wel door naar de andere kant.

Standaardverhaal

Begrijpelijk is dat ook wel weer. Met z'n allen zijn we allergisch geworden voor het vaste recept, ooit door een Jachin-recensent beschreven: "'t Gewone thema, we zouden haast zeggen: 't Zondagsschoolboekjesthema: dieverij van een kleinigheid - plagend geweten - ernstige ziekte, die tot nadenken brengt - berouw en vergeving."

Zo'n standaardverhaal-met-opgelegde-boodschap wil natuurlijk niemand schrijven. Helemaal terecht. Maar eerlijk gezegd lees ik nog liever een kinderboek met een zeer uitdrukkelijk christelijke boodschap dan een verhaal met alleen maar een christelijk sausje.

Intussen is het positief dat de thema's breder en eigentijdser zijn geworden. We hebben nu boeken over boevenjachten of huis-, tuin- en keukenavonturen, over pesten en natuurbescherming, over inbrekers en asielzoekers. Prima allemaal. Als het grote conflict, dat het hele verhaal moet dragen, maar niet ontbreekt. En als de schrijver maar vergeet volwassen te zijn.

Pas wanneer je je als kind echt kunt identificeren met de hoofdpersoon van een boek, zul je ook nadenken over de keuzes die hij maakt. Je leeft met hem mee als hij stiekem zijn eigen plannen uitvoert, dwars tegen het gebod van vader en moeder in. Je zit samen met hem in spanning als de hele zaak verkeerd dreigt af te lopen. Had hij nou maar geluisterd! En je slaakt een zucht van opluchting als alles uiteindelijk toch goed komt. Het lezen van zo'n boek laat niet na je geweten te vormen. Diepe inzichten over goed en kwaad kun je daardoor krijgen.

Daarom is in handen van een goede schrijver het oude recept zo slecht nog niet. De grote W. G. van de Hulst maakte er in zijn tijd vrijmoedig gebruik van - en toch stijgen zijn boeken vér uit boven het gros van de zondagsschoolverhalen die precies hetzelfde recept gebruikten. Hoe dat kon? Hij zat niet op zijn hurken een verhaal te vertellen, hij was zélf een kind.

Dat lijkt me de enige manier om werkelijk iets over te dragen. Niet door te vertellen dat de hoofdpersoon erg ondeugend is, en dat dat heel verschrikkelijk is. Wél door als schrijver zelf ondeugend te zíjn - en daar dan al of niet spijt van te hebben. Ooit zei Van de Hulst tegen iemand die hem om advies kwam vragen: "Je zult nooit een goede schrijver van kinderboeken worden. Je bent als kind nooit stout geweest."

Het Historisch Documentatiecentrum van de Vrije Universiteit in Amsterdam belegt vandaag het congres "Bouwsels voor 't leven", over de geschiedenis van de protestantse kinderliteratuur.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.