+ Meer informatie

Rede, uitgesproken bij de overdracht van het Rectoraat aan de Theologische Hogeschool van de Chr. Ger. Kerken in Nederland te Apeldoorn op 26 september 1963 door Prof. W. Kremer

4 minuten leestijd

Met belangstelling hadden we uitgezien naar de publikatie van deze rede na alles wat we er over gelezen hadden in De Wekker. De bedoeling van een rectorale oratie is een andere dan die van een rede voor ambtsdragers, in conferentie bijeen. De hoogleraar stelt een onderwerp aan de orde, dat behoort tot het vak dat hij te doceren heeft. Nu mag men van een hoogleraar, die de „praktische” vakken te doceren heeft, verwachten, dat hij dus een onderwerp kiest, dat praktische betekenis heeft. Het is bijzonder te prijzen, dat Prof. Kremer daarbij een kombinatie heeft gevormd tussen de verschillende vakken, welke aan zijn zorgen zijn toevertrouwd, te weten niet minder dan de ambtelijke theologie, de ethiek en het Nieuwe Testament. Van deze drie vindt men in deze rede een gelukkige kombinatie.

De afgetreden rector wijst in zijn rede eerst op de probleemstelling: hoe kan men de ethiek in de prediking verwerken zonder er een moraal preekje of een reli-gieuse speech van te maken, die meer lijkt op een sociaal verhaal dan dat zij verkondiging is van de grote werken Gods. In de geschiedenis van de predik-kunde, de homiletiek, wordt nagegaan, hoe men met deze vraag bezig is geweest, waar men ontspoorde en hoe de reformatie, althans die in Calvijns lijn, op dit punt goede bouwstenen heeft aangedragen. De auteur beschrijft vrij uitvoerig de nadelige invloed van het piëtisme, mede in verband met het feit, dat hij meent, dat de prediking in onze kerken daardoor ongunstig is beïnvloed geweest.

Aan de hand van enkele theologen uit de vorige en uit deze eeuw laat hij zien, hoe licht men op dit punt ontsporen kan. Uit de Schrift wordt dan duidelijk gemaakt hoezeer evangelieprediking ook het nieuwe leven van de christen heeft te belichten. Enkele aparte problemen in dit verband worden dan uitvoeriger besproken, zoals de verhouding van wet en evangelie, de christelijke vrijheid en de vraag of de eisen, die het N.T. stelt zonder meer over te dragen zijn op onze tijd, dan wel of er van deze eisen het een en ander als tijdgebonden en historisch bepaald, moet vervallen. Tenslotte wijst de rector nog op het belang van het verband van deze beide met het oog op de secularisering en de behoefte van velen aan leiding voor het christelijke leven ook vanuit de prediking.

Zoals men ziet een gevarieerd en zeer vol menu, waaraan men zijn hart kan ophalen. Ik ben bijzonder dankbaar voor deze rede, omdat ze praktische hulp geeft voor de predikanten en voor hen, die met hun predikant over de preken spreken. Ik denk daarbij met name aan wat gezegd wordt over het verband van de zekerheid des geloofs en de christelijke vrijheid en aan de thora-paranaese van het N.T. Ik vind dit bijzonder verhelderend en helpend. Ook de kijk van Prof. Kremer op onze eigen kerkelijke leven als beïnvloed door het piëtisme lijkt me van grote praktische betekenis én ter zake!

Op enkele dingen wil ik graag de aandacht vestigen, juist omdat het respekt voor deze rede een kritische bespreking vraagt: De schrijver gebruikt in de titel wel de h in ethiek, in de rede niet steeds; in de rede laat hij de h bij het woord etisch weg, hoewel ook niet steeds; hier is uniformiteit gewenst. Ik vraag me af, of men weerstand tegen het woord dankbaarheid (bij Smelik) moet verklaren uit barthiaanse achtergronden. In elk geval kan ik me voorstellen, dat men ook zonder die achtergronden met dat woord niet erg gelukkig is. Persoonlijk ben ik van mening, dat het opschrift dankbaarheid van het derde deel van de catechismus niet geheel in overeenstemming is met de prachtige pneumatologische inzet van antwoord 86. Een term, waarin het doen van Christus door de Heilige Geest beter tot uitdrukking komt, is mij dan ook veel liever.

Ik heb me afgevraagd of bij de bespreking van Barth’s ethiek niet melding gemaakt had moeten worden van K.D. III, 4, waarin men een welhaast „gemene gratie ethiek” tegenkomt.

Ik zou het op prijs stellen als prof. Kremer nog eens een nadere bespreking gaf van de term „funktionnering van het geloof”. Ik begrijp de bedoeling en de inhoud maar zou haar toch we) eens uitgewerkt willen zien. Misschien is dat eens iets voor een ambtsdragerskonferentie? Mag ik er dan nog een tip aan toevoegen? De schrijver is — terecht — van mening, dat men bij de ethische beslissingen de gemeenschap en het gemeenschappelijk beraad niet kan missen. In dat verband noemt hij kanselboodschappen e.d. Zou over het al of niet wenselijke daarvan ook in de kring van ambtsdragers niet eens gesproken moeten worden?

Wie de rede bestelt bij de Bibliothekaris van de Theol. Hogeschool, giro 92 57 54 voor ƒ 1,75 zal er enkele leerzame uren mee doorbrengen.

Leiden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.