+ Meer informatie

Prediker met de pen

Arthur W. Pink

12 minuten leestijd

Sommigen noemden hem een vreemde, lachwekkende man. Een somberling, die niet met mensen kon omgaan en zich daarom steeds meer begroef in een zelfgekozen isolement. Anderen hebben hem gekarakteriseerd als een hyper-calvinist. Maar er klinken ook tegenovergestelde stemmen. Zo zijn er die hem typeren als „een der meest geestelijk-levendige christelijke schrijvers van deze eeuw". Eén ding staat vast: een alledaags man was Arthur W. Pink zeker niet.

Als Arthur Walkington Pink op 15 juli 1952 sterft in Stornoway, op het Schotse eiland Lewis, wordt zijn overlijden slechts pijnlijk gevoeld door zijn vrouw en een kleine groep van vrienden. Hoewel hij heeft gewoond en gepreekt in vier landen, is hij ten tijde van zijn dood vrijwel onbekend onder de christenen in de Engelstalige wereld.

Niet dan met grote moeite heeft hij zijn maandelijkse magazine "Studies in the Scriptures" veertig jaar lang staande kunnen houden. Het aantal abonnees kwam zelden boven de duizend. Pas na zijn dood groeit de erkenning. De bijbelstudies van de man die tijdens zijn leven slechts in kleine kring gehoor vond, worden nu in vele landen gelezen.

Opvoeding
Arthur Pink wordt geboren op 1 april 1886 in het Engelse Nottingham als zoon van Thomas en Agnes Pink. Het zijn mensen van de oude stempel. De post die 's zondags wordt besteld, blijft ongeopend liggen. Het speelgoed van de kinderen wordt op zaterdagavond opgeborgen. In plaats daarvan komen het plaatjesboek van Bunyans Christenreis en het geïllustreerde martelarenboek van Foxe voor de dag.

Het leven van Pinks ouders is meer dan goede traditie. Het is een werkelijk vroom, gelovig leven, met een hartelijke toewijding aan Christus. Hoewel hij als graanhandelaar een druk bezet man is, stuurt Pink senior zijn kinderen op zondagmiddag niet naar de zondagsschool om zelf een uiltje te kunnen knappen. Hij zet ze om zich heen en besteedt enkele uren aan voorlezen uit de Bijbel, het genoemde martelarenboek en Bunyans Christenreis.

De opvoeding lijkt geen vrucht te dragen. Niet alleen Arthur, maar ook zijn jongere broer en zuster worden ongelovig. Bij Arthur neemt dat ongeloof een bijzondere vorm aan. Hij komt onder de bekoring van het theosofisme, inclusief het geloof in reïncarnatie en allerlei occulte verschijnselen. Zijn ster rijst in deze beweging tot grote hoogte. Er wacht hem een leidinggevende post.

Bekering
Vader Thomas, die er zwaar onder lijdt, blijft altijd op totdat zijn zoon thuis is. Zijn "goedenacht" laat hij vergezeld gaan van een woord uit de Bijbel. Op een avond in het jaar 1908, als Arthur snel langs hem heen schiet, is de tekst die vader Pink hem naroept: „Er is een weg die iemand recht schijnt, maar het laatste van die zijn wegen des doods."

Als Arthur de deur van zijn slaapkamer sluit, om zich voor te bereiden op een toespraak voor een belangrijk congres van de theosofisten, blijft die tekst hem bij. „Al wat ik met mijn geest kon zien, was: „Er is een weg die iemand recht schijnt..." Weer keerde ik terug naar mijn werk, maar al wat mijn geest voortbracht was Spreuken 14 vers 12."

Hij kan de God van de Bijbel niet langer weerstaan en begint tot de Heere te roepen, overtuigd door de Heilige Geest. Drie dagen brengt hij zo in zijn kamer door. Ook zijn vader en moeder verkeren voortdurend in gebed. Op de late middag van de derde dag komt hij te voorschijn. Zijn vader begroet hem met de woorden: Loof God, mijn zoon is verlost.

Zijn belofte om een toespraak te houden voor de theosofisten, komt Pink na. Door Gods genade maakte hij aan de vergadering de God van de Bijbel bekend. Dezelfde avond zegt hij zijn lidmaatschap op. Als het nieuws het hoofdkwartier in Madras bereikt, wordt daar verteld dat hij krankzinnig is geworden.

Opleiding
De roeping van Pink tot het ambt van dienaar des Woords valt samen met zijn bekering. „In 1908 redde mij de Heere, in mijn slaapkamer. Ik wist toen zeer duidelijk dat Hij mij ook geroepen had om Zijn dienstknecht te zijn." In hetzelfde jaar houdt hij zijn eerste preek, over de woorden: „Want ik schaam mij het Evangelie van Christus niet."

Voor zijn opleiding kiest hij uiteindelijk het Moody Bible Institute in Chicago, in 1889 gesticht door Dwight L. Moody. Al na zes weken laat hij dr. Howard Pope weten dat hij zonder uitstel aan het werk van dienaar des Woords wil beginnnen, omdat hij naar zijn gevoel kostbare tijd vermorst. Hij wordt nog geholpen ook.

Eind augustus 1910 gaat hij aan het werk in Silverton, een mijnwerkerskamp in het gebergte van Colorado. Tegen de leerstellingen van het Moody Bible Institute heeft Pink in deze tijd nog geen bezwaren. Het arminiaanse fundamentalisme geeft volgens hem de bedoeling van de Schrift zuiver weer. Bovendien is hij een aanhanger van het dispensationalisme, de leer waarin de heilsgeschiedenis wordt gesplitst in verscheidene bedelingen, uitlopend op het duizendjarig rijk.

Moeilijk karakter
Silverton is de eerste van een lange reeks plaatsen in Amerika, Australië en Engeland waar Pink met zijn vrouw Vera heeft gewoond en gewerkt. Hij dient in gemeenten van de Vergadering van gelovigen, maar ook in een gemeente van de Strict Baptists.

Inmiddels heeft hij zich de leer van de reformatoren en puriteinen eigen gemaakt, waardoor zijn opvattingen sterk zijn veranderd. Het eindeloze verhuizen en de laatste twaalf jaren van volstrekt isolement in het Schotse Stornoway, zijn niet los te zien van de diepe tragiek die het leven van het echtpaar in toenemende mate ging beheersen.

Arthur Pink, met zijn geweldige inzicht in de Schriften, moest ervaren dat er nergens plek was om zijn gaven en inzichten dienstbaar te maken. Ongetwijfeld heeft dat te maken met zijn karakter. Hij was een nors en in zichzelf gekeerd man. Niet iemand die je meteen als herder en leraar zou wensen.

Hij bestond het op den duur om met de grootste nadruk lezers van zijn blad te verzoeken hem zo min mogelijk op te bellen, laat staan te bezoeken. In de loop der jaren ontwikkelde hij bovendien een geweldig pessimistische visie op de kerken. Penvrienden gaf hij het advies zich aan elke vorm van kerkelijk leven te onttrekken, omdat dwaalleer het geheel der kerken in de greep had gekregen. Zelfs met de godvrezende predikant Kenneth Mac-Rae van de Free Church in Stornoway had hij geen contact.

Wonder
Pink heeft het zich oneindig veel moeilijker gemaakt dan nodig was. Hij wist van geen compromis in ondergeschikte dingen en dook al dieper in een vrijwillig gekozen isolement. Zijn levensgeschiedenis, beschreven door lain Murray van de Banner of Truth, levert het beeld op van een man die niet kon omgaan met de verscheurdheid van het lichaam van Christus en daarom afscheid nam van elke vorm van geïnstitutionaliseerd kerkelijk leven.

Zo werd Pink prediker met de pen. Hij heeft geleefd voor zijn magazine "Studies in the Schriptures", waaraan ook een uitgebreide correspondentie was verbonden. Het verscheen maandelijks in de jaren 1922 tot 1953 en werd uitsluitend door Pink en zijn vrouw verzorgd.

Noodlijdend, dat was het in het merendeel van de jaren van verschijnen. Nadat Pink zijn dispensationalistisch standpunt het varen, zakte het aantal abonnees terug tot enkele honderden. Maar het wonder voltrok zich en daarin zien wij de zin van het leven deze man, dat na zijn dood zeer velen gingen grijpen naar het door Pink gepubliceerde.

Al wat momenteel in boekvorm beschikbaar is, werd destijds door Pink in de vorm van artikelen geschreven voor Studies. Het betreft intussen tientallen delen, waar nog altijd vraag naar is. Helaas is alleen de artikelenserie over de soevereiniteit van God in het Nederlands vertaald. Het is te hopen dat meer werken nog in vertaling zullen verschijnen.

Heerlijkheid
De laatste jaren van Pink waren verre van gemakkelijk. Het magazine bleef tijd, geld en energie opslokken en wat was de oogst van al het zaaiwerk? In het begin van het jaar 1952 ging zijn gezondheid, die nooit sterk was geweest, beduidend achteruit. De correspondentie met de lezers werd hem, voor het eerst, te veel.

Hij leed veel pijn maar weigerde medicijnen, opdat zijn geest niet verdoofd zou worden. In het magazine was hij bezig met de uitleg van Jozua 21 en in een serie over 1 Johannes ging het laatste artikel over hoofdstuk 3 vers 1. „Ziet hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft." Het droeg de titel "Amazing Grace". Geen betere samenvatting van dit leven kon gegeven worden.

Pinks vrouw heeft na zijn dood sommige details van zijn laatste levensfase verteld. Na een hevige aanval van pijn merkte hij op: „Ik zal spoedig thuis zijn in de heerlijkheid. Ik kan niet spoedig genoeg gaan. Loofde Heere, mijn ziel en al wat in mij is, Zijn heilige naam. Ik ben zo gelukkig, ik voel een zingen in mij door die psalm."

Een kleine week voor zijn sterven brak het nog eens open: „De duisternis is voorbij en het waarachtige licht schijnt nu. Ja, het schijnt meer en meer naar de volmaakte dag toe. (...) De dageraad is op handen en heerlijkheid, heerlijkheid woont in Immanuels land. Ik laat de duisternis achter mij voor jou, die je pelgrimsreis nog moet voltooien."

Verhouding
Iain Murray schrijft: „Toen hij, onbekend vrijwel, stierf in de stille eenzaamheid van de Schotse Hebriden, werd de volle betekenis van zijn werk en leven niet doorzien.

Pas toen een nieuwe tijd aanbrak, toen een diepe honger naar het Woord van God zich opnieuw openbaarde in de Engelssprekende wereld, toen de puriteinen en andere oude schrijvers werden herontdekt en opnieuw gelezen, toen werd Arthur Pink een van de leidinggevende leraars voor een nieuwe generatie.

Arthur Pink, de man die alle deuren voor zich gesloten vond, opende voor velen de deur tot een nieuw, levend en geheiligd verstaan van de Schriften."

Ten slotte wil ik u een dronk bieden uit het vat van de werken van Pink. Een van de bekendste is "The souvereignty of God". Het is een vroeg werk, reeds geschreven in 1918.

In de inleiding tot dit werk schreef Pink: „De klemtoon leggen op de soevereiniteit van God, zonder ook de verantwoordelijkheid van het schepsel te handhaven, leidt tot fatalisme. Om zo bezig te zijn met de verantwoordelijkheid van de mens, dat men het gezicht op de vrijmacht van God verliest, is het schepsel te verheffen en de Schepper te onteren.

Schoonheid is allereerst een zaak van verhouding. Het mooiste gelaat op aarde met de bevalligste trekken, zou spoedig lelijk en afzichtelijk worden als één lid bleef groeien terwijl de andere onontwikkeld bleven. Zo is het met het Woord van God: De schoonheid ervan en de zegen erop wordt het beste gekenmerkt als de veelvoudige wijsheid ervan wordt uitgestald in haar ware verhoudingen."

Bedroevend verwaarloosd
Wat de prediker moet doorgeven, is volgens Pink niet wat zijn mensen het liefst horen, maar wat zij het hardst nodig hebben. Hij wijst erop dat de term "soevereiniteit van God" in zijn dagen bijna onbekend is, en verzucht: „Helaas, dat de leer die de sleutel van de geschiedenis is, de tolk van de voorzienigheid, de schering en inslag van de Schrift en de grondslag van de christelijke theologie, zo bedroevend verwaarloosd is. (...)

De god van de 20e eeuw is een hopeloos verwekelijkt wezen, die het ontzag van geen redelijk denkend mens verdient. De god van de populaire geest is de schepping van een huilerige gevoeligheid. De god van menige hedendaagse kansel is eerder een voorwerp van medelijden dan van ontzag inboezemende eerbied."

Ik moet zeggen dat deze woorden aan actualiteit niets hebben ingeboet. Integendeel. Maar Pink gaat verder en dieper nog als hij de soevereiniteit Gods betrekt op de verwerving en toepassing van het heil.

Hier kruist hij de degen met het arminianisme. „Te zeggen dat God de Vader de redding van het gehele mensdom heeft bedoeld, dat God de Zoon stierf met het doel het gehele menselijke geslacht te redden en dat God de Heilige Geest nu tracht de wereld voor Christus te winnen; wanneer klaarblijkelijk de grote meerderheid van onze medemensen in zonden sterft en een hopeloze eeuwigheid ingaat, dat is te zeggen dat God de Vader teleurgesteld is, dat God de Zoon ontevreden of onvoldaan is en dat de Heilige Geest verslagen is."

Pink sluit zijn boek af met een overweging van de waarde van het leerstuk van Gods soevereiniteit. Die werkt hij uit in tien punten, waaruit ik enkele elementen naar voren wil halen.

Deze leer is diep vernederend voor het schepsel: „Een grote stormram tegen de menselijke trots." Maar als deze leer ons vernedert, loopt zij uit in een prijzen van God. Als wij in het licht van Gouds souvereiniteit onze eigen onwaardigheid en hulpeloosheid hebben gezien, zullen wij met de psalmist uitroepen: Al mijn fonteinen zijn inU

Fundament
Deze leer schenkt ook troost in droefheid. De soevereiniteit van God is een fundament dat vaster is dan de hemelen en de aarde. Welk een zegen is het te weten dat geen uithoek van het heelal buiten Gods bereik is. Hij wil alleen wat goed is en Zijn wil is onveranderlijk en onweerstaanbaar. Deze leer brengt een geest van zoete overgave voort.

„Het buigen voor de soevereine wil van God is een van de grote geheimen van vrede en geluk. Er kan geen werkelijke en volledige onderwerping zijn tot wij verbroken van geest worden. Dat is, tot wij gewillig en blij in de Heere zijn, dat Hij Zijn weg met ons gaat. Niet dat wij aandringen op een geest van fatalistisch berusten, verre van dat. De gelovigen worden opgewekt om te beproeven wat de goede en welbehagelijke en volmaakte wil van God zij."

Onuitputtelijke bron
Arthur Pink. Een eenzaam man, verguisd en lang vergeten. Maar niet door God. Hij spreekt nu nadat hij gestorven is. Een man die zijn theologie proefondervindelijk geleerd heeft. Een man die grote ontwikkelingen heeft doorgemaakt, die hem uiteindelijk tot een diep-overtuigd calvinist maakten, gedrenkt in het gedachtengoed van de puriteinen.

Zulke lieden hebben het in deze eeuw zwaar te verduren gehad en zullen dat, denk ik, altijd hebben. Hij was bepaald niet zonder feilen en fouten. Zijn standpunt over het kerkelijk leven verdient geen navolging. Zijn theologie des te meer. Studies in the Scriptures. Veertig jaar. En nooit klaar gekomen. De Schrift is een onuitputtelijke Bron.

Pink bedoelde niet anders dan zijn lezers te voeren naar deze Bron. Boven alle theologische modegrillen uit. Puur en alleen de Schrift. De Schrift zoals God haar door Zijn Geest verheerlijkt in het hart der Zijnen.

„O diepte des rijkdoms, beide der wijsheid en der kennis Gods, hoe ondoorzoekelijk zijn Zijn oordelen, en onnaspeurlijk Zijn wegen! Want wie heeft de zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest? Of wie heeft Hem eerst gegeven en het zal hem wedervergolden worden?

Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.