+ Meer informatie

„Een lederen zak in de rook”

6 minuten leestijd

„Want ik ben geworden als een lederen zak in de rook, doch Uwe inzettingen heb ik niet vergeten....... Psalm 119 : 83.

De dichter van Psalm 119 drukt zich op een bijzondere wijze uit als hij zichzelf vergelijkt met een lederen zak in de rook. De vraag zal wel eens bij u opgekomen zijn, wat met deze uitdrukking toch wel bedoeld wordt. En waar Psalm 119 een bijzondere troostpsalm is voor allen, die innerlijk uitgaan naar het Woord des Heeren, is het goed de betekenis ook van dit vers te verstaan.

Zeker is het dat in dit gedeelte de dichter zijn diepe nood vertolkt. Spurgeon spreekt van „de middernacht van deze psalm”. Inderdaad is het hier eer duister en benauwd. Haast ieder vers legt er getuigenis van af. Daar is benauwdheid door de vijanden, die hem omringen met leugen en laster. Onrecht wordt hem aangedaan. Onder dit alles is hij verdrukt en neergebogen. Hij hijgt naar de Heere in deze donkere toestand.

En ziet ook dit vers spreekt over de diepe nood en ellende, waarin de dichter zich bevindt. Heel tekenend zelfs komen deze nood en ellende in het beeld hier gebruikt openbaar.

- - - - - - - - - - - - - -

Lederen zakken waren in Israël niet onbekend. Zij werden gebruikt om er iets in te bewaren. Vooral treft het, dat in de geschiedenis van David in Gods Woord meerdere malen van lederen zakken gesproken wordt. Zo wordt David door zijn vader Isai gestuurd naar koning Saul tot de eerste ontmoeting met als geschenk onder meer een lederen zak met wijn. In de regel werden die lederen zakken gemaakt van geitenhuiden: Zij waren geschikt om water, olie of wijn erin te bewaren en te vervoeren.

Nu gaat het hier over een lederen zak in de rook. Sommigen menen, dat de dichter daardoor de toestand van rouw heeft willen uitdrukken. Een lederen zak in de rook wordt immers zwart beslagen. Wij voor ons geloven dit niet, hoewel het zeker waar is dat deze man in het zwart gaat vanwege des vijands onderdrukking.

Hier valt aan iets anders te denken. De inwoner van Palestina had niet zo’n huis als wij vooral in onze tijd kennen en dat toch in ieder geval van een schoorsteen is voorzien. Hij woonde eerst in een tent en later in een zeer eenvoudige woning. Een goede schoorsteen ontbrak. De rook van het vuur, waarbuiten ook hij niet kon, moest meestal maar een uitweg zoeken door de deur of door een opening in het dak.

De dingen, die niet dagelijks gebruikt werden, werden vaak boven in de balken opgehangen. Zo ook de lederen zak. En daarboven in die balken in de rook had deze lederen zak voor een tijd gehangen. Nu is het leer verschrompeld, uitgedxoogd en daarmee is de zak waardeloos geworden. Hij ziet er maar niet alleen akelig uit, maar kan toch ook niet meer dienen om wijn of iets anders in te bewaren. De wijn zou ook bederven, als deze in zo’n zak gedaan werd.

Zo is hij geworden: als een lederen zak in de rook. Onder de bestrijding van zijn vijanden. Onder al het lijden, dat zijn ziel benauwt. Als een verschrompelde, uitgedroogde zak van leer, die eigenlijk niets anders meer waard is dan om weggegooid te worden. ’t Kan ook best zijn, dat dit uiterlijk zichtbaar was bij de dichter. In ieder geval is hij voor zijn gevoel niet anders. Waardeloos geacht en de dood nabij.

- - - - - - - - - - - - - -

Als een lederen zak in de rook. Is het soms zo niet in het leven van degenen, die met deze dichter de geestelijke betrekking kennen op het Woord van God?

Zij hebben ook vijanden. En hun ergste vijand is hun eigen hart, dat maar gedurig van de Heere en van Zijn Wet afwijkt. En daardoor: als een lederen zak in de rook, ellendig en onwaardig en tot niets geschikt dan om weggeworpen te worden. ’t Is een slecht teken als wij daar nooit last van hebben. Nooit last van vijanden. Nooit last van eigen zonden en ongerechtigheden. Elke dag even fris en gemakkelijk. Niemand behoeft naar de narigheid te verlangen en niet ieder van Gods kinderen krijgt hetzelfde aandeel. Maar juist waar de Heilige Geest de innerlijke betrekking van het hart op het Woord Gods werkt, dáár komt de nood. De nood van eigen ongerechtigheden. De nood van vele vijanden.

- - - - - - - - - - - - - -

Maar nu: een lichtende ster temidden van de duisternis! Uwe inzettingen heb ik niet vergeten. Waardelozer kan hij haast niet zijn dan zo’n verschrompelde lederen zak, doch de inzettingen Gods zijn in zijn hart gebleven.

Die inzettingen zijn van God gegeven ten leven. Ze zijn voor deze dichter maar geen lastige regels zonder meer. Zijn hart kent door genade de geestelijke betrekking op den Heere. En dan mogen die inzettingen tegen hem getuigen naar zijn oude bestaan, maar naar zijn nieuwe bestaan zijn zij vol geest en leven. In het licht van Goddelijke beloften zijn zij hem tot troost in het midden der benauwdheid. Zij geven hem ook een venster naar die God, Die hem ook zeker uit zijn benauwdheid verlossen zal.

Wat een kracht geeft dan Gods genade in zijn hart om blijvend te hopen op de woorden Gods. Zelfs de meest moeilijke omstandigheden kunnen hem dat niet ontnemen.

- - - - - - - - - - - - - -

Hoe kan het? ’t Kan alleen, omdat de Heere in de beloofde Christus voor hem alles betekent. Hier is zicht op Christus. Niemand heeft het zo ervaren een lederen zak in de rook te zijn dan Hij. Al de rook van vijandschap, van zonde en ongerechtigheid is op Hem afgekomen. Als een waardeloze is Hij weggeworpen in het bange lijden van Golgotha. En Hij bleef in alles vasthouden aan de inzettingen van Zijn Vader om te betalen tot de laatste penning toe. Aan Hem werd het vervuld: „Mijn kracht is verdroogd als een potscherf......”.

Door Zijn Geest wil Hij in de nood van de Zijnen gedenken. Is er hoop voor mensen, die tot niets anders geschikt zijn dan om weggeworpen te worden. Dan is er in het leven van de Zijnen kracht uit Hem in de bangste noden.

De grote vraag is hier: wat betekenen Gods inzettingen voor u? De Heere laat ze u prediken. Weet dat We er nooit van afkomen. Temeer niet omdat ze gevuld zijn met Goddelijke beloften. Zoek dan de Heere nog in deze weg.

En nooit beschaamt Hij in de diepste nood de Zijnen, ’t Kan wel verborgen zijn. Door de duisternis heen gaat hun weg. Toch zullen zij weten wat er in de Heere voor hen ligt. En alle rook van de vijanden gaat eenmaal verdwijnen, als zij in het licht van Gods eeuwige woning gebracht zullen zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.