+ Meer informatie

UITVAART FATSOEN

3 minuten leestijd

‘Tjonge, wat heb ik jou lang niet gezien! Je loopt weer goed na je operatie..’

‘Ja, dat was alweer twee jaar geleden. Het lopen gaat weer prima! Marie en ik zijn net terug van een wandelvakantie.’

‘Toe maar! Waar zijn jullie naar toe geweest?’

Deze conversatie zou zich in de trein afgespeeld kunnen hebben, maar dat is niet het geval. Ik liep in een stoet op weg naar het graf van een nog jonge vrouw, toen achter mij dit gesprek gevoerd werd. Helaas komt het steeds vaker voor dat er druk gekletst wordt in de begrafenisstoet en toch is het nog niet zo lang geleden dat er uit eerbied nadrukkelijk gezwegen werd bij deze gelegenheid.

Gebruiken veranderen en omgangsvormen ook. Dat is niet altijd slecht. Ook de vormgeving van het afscheid van een overledene is aan verandering onderhevig. Zo herinner ik me nog duidelijk hoe ik als kind aan de weg stond te wachten omdat er een begrafenisstoet aankwam. Mijn moeder maande mij tot stilte en dus keek ik alleen maar. Achter de baar liep de dominee met direct achter hem aan een aantal ambtsdragers. Dan kwam de weduwe, ondersteund aan beide ellebogen door een familielid. Het merkwaardige was dat deze weduwe haar lange schort, dat bij haar klederdracht hoorde, teruggeslagen had over haar hoofd. Dat beeld is me altijd bijgebleven. Het was, zoals ik later hoorde, onderdeel van een oud gebruik: het schort behoedde de weduwe voor al te nieuwsgierige blikken. Want vroeger ging men in een dorp altijd te voet van de kerk naar de begraafplaats en dat gebeurt nog wel als de afstanden niet te groot zijn.

Een ander beeld uit mijn jeugd is de hoge hoed die een anders altijd blootshoofdse dominee droeg. Als kind verwonder je je alleen maar als je dat ziet, maar later vraag je je af of dat nu een voorzorgsmaatregel was tegen de tochtige kou op het kerkhof of opdat hij de hoed af kon nemen wanneer de kist in de aarde daalde.

Wie weet tegenwoordig nog van dit teken van respect? Toegegeven, de begrafenissen die ik beroepshalve leid zijn in de grote stad, maar ik blijf me verwonderen. Kleindochters die zich al kauwgomkauwend verdringen aan de rand van het graf — als waren ze bang dat ze iets zouden missen —, kleinzonen die al rokend niet de moeite nemen om de pet van hun hoofd te nemen wanneer de kist daalt. De meest naaste familieleden met wie je direct achter de baar loopt die een gesprek met me willen beginnen over mijn werk in het verpleeghuis of — wat ook vaak voorkomt — over het weer.

Gebruiken veranderen, schreef ik. Ook onze gebruiken rond een begrafenis. De tijd van de pasgekapte hoofden in rode pakjes of — het andere uiterste- de spijkerbroek-met-shirt-outfit ligt weer achter ons. Tegenwoordig zie ik de vrouwen weer zwart dragen en de mannen een stemmig pak. Aan de andere kant heb ik toch echt een keer mijn overdenking uitgesproken na een PowerPoint presentatie over de overledene. Wellicht kunt u begrijpen dat ik me dan toch enigszins onbehaaglijk voel. Daarom mijn vraag: denken we als gemeente en ambtsdragers wel eens na over wat past bij een kerkelijke uitvaart en hoe we deze kunnen vormgeven zonder het persoonlijke element te veronachtzamen? Misschien een onderwerp voor de volgende gemeenteavond?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.