+ Meer informatie

De vier beschrijvingen van het éne evangelie

3 minuten leestijd

Geheel de Heilige Schrift is door de Heilige Geest geïnspireerd en daarom is de bijbel Gods Woord.

Wij belijden een woordelijke en niet een zakelijke inspiratie

Door degenen, die de zakelijke inspiratie voorstaan wordt het volgende geleerd: Aan de bijbelschrijvers werd, hetgeen zij moesten opschrijven, als in een bliksemflits voor ogen gesteld, evenals door een bliksemstraal tijdens een donkere nacht, de omgeving plotseling in een helder licht wordt gezet. In zulk een bliksemflits des Geestes zagen de bijbelschrijvers de zaak, die zij moesten opschrijven voor ogen, en daarna gingen zij, hetgeen zij bij dat licht des Geestes gezien hadden, in eigen woorden beschrijven. Dan zijn dus de zaken op zichzelf, die in de bijbel staan, zoals de geschiedenissen en de profetieën, wel door de Heilige Geest ingegeven en als in een bliksemflits aan de schrijvers getoond, maar die geïnspireerde zaken zijn met gewone menselijke woorden geschreven.

Op deze wijze is de bijbel een getuigenis, een menselijk getuigenis van Gods Openbaring, maar is zij niet de Goddelijke openbaring zelf.

Daarom is de bijbel ook feilbaar omdat het maar een menselijk getuigenis is van de Goddelijke openbaring en is dan ook Sehriftcritiek geoorloofd en noodzakelijk.

Zo is het echter niet!

Er is geen zakelijke inspiratie geweest, maar een woordelijke. De Bijbelschrijvers zijn in hun schrijven van woord tot woord door God de Heilige Geest geleid.

Deze woordelijke inspiratie was echter niet mechanisch, maar organisch, dat wil zeggen, dat zij, die Gods Woord schreven, maar geen machines waren, aan wie door de Heilige Geest eenvoudig werd gedicteerd, wat ze moesten optekenen, buiten hun eigen persoonlijkheid om, maar dat juist integendeel ieder schreef overeenkomstig zijn eigen aanleg, vorming, persoonlijkheid, milieu enz., maar dat zij nochtans bij hun schrijven, bewust of onbewust, door de Heilige Geest werden geleid, zodat wat zij schreven, Gods Woord was.

Dit komt zo duidelijk uit, als wij de bijbelboeken met elkaar vergelijken. Jesaja b.v. was een man van de wetenschap, en dit komt ook in heel zijn profetie openbaar. Hij heeft een prachtige stijl en zijn zinnen zijn ook altijd taalkundig volkomen verantwoord, zodat wel gesproken wordt over het gouden Hebreeuws van Jesaja. Amos daarentegen was iemand van het platteland, een eenvoudige boer met weinig ontwikkeling. Dit komt ook in zijn stijl heel duidelijk naar voren. Hij spreekt b.v. de koningen aan als „koeien van Bazan." Jeremia had een zeer sterk gevoelsleven zoals ook uit zijn profetie ontroerend blijkt. Dat de schrijvers geen machines waren blijkt ook uit het Evangelie naar Lucas. '

Deze schrijft immers dat hij eerst alles tevoren naarstig onderzocht had. Hij had er dus eerst een diepgaande studie van gemaakt, vóór hij tot schrijven overging-

De bijbelschrijvers schrijven dus overeenkomstig hun eigen aanleg, persoon, tijdsomstandigheden etc. hoewel zij van woord tot woord door de Heilige Geest geïnspireerd werden, zodra zij Gods Woord schreven.

Het was dus geen mechanische, maar een organische inspiratie.

Daarom zijn ook de kennis van de tijdsomstandigheden waarin, en de oogmerken waartoe de schrijvers hun boeken schreven, van groot belang voor het verstaan van Gods Woord.

Maar daarover hopen we D.V. de volgende keer iets te zeggen.

Ds. H.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.