+ Meer informatie

IN HOLEN EN SPELONKEN

VERBORGEN SCHATTEN

5 minuten leestijd

James Cameron, de zeepfabrikant, kon geen kwaad bij cle koningin. Na het gelukken om zeep te maken, ging cle verstandige man beginnen om papier te vervaardigen; hij sloot contrakten voor een ijzer-en glasfabriek. Wat kon cle koningin nog meer wensen? Haar volk zou een beschaafd volk worden en clat was immers haar doel. Niet het Christendom; dat moest ze slechts op cle koop toe nemen.

De zendelingen konden blijven en clat was al veel waard. En nu was Eduard Baker gearriveerd met een nieuwe drukpers en met nieuwe, betere letters. Men zou zeggen: het zendingswerk gaat weer opleven. Maar. ... cle vijand zat niet stil. Zou clie wel ooit stil zitten?

Het gevaar kwam nu van de zijde van de raadgevers van cle vorstin. Deze mensen beschuldigden cle zendingsmannen op een valse manier. Ze wisten een gevoelige snaar te raken bij de koningin. Ze vertelden dat heel de zendingsonderneming een spionagekomplot was. Het doel van het spionneren was om het hele land straks onder cle macht van de blanken te brengen. De driftige vorstin, achterdochtig als ze was, werd toornig en vaardigde terstond een bevel uit, clat iedere inwoner van Madagaskar niets anders meer mocht aanbidden clan de goden van het land. Hoe lijkt dit bevel toch op clat van koning Nebukadnezar! Zouden er in Madagaskar ook Daniëls te vinden zijn? De tijd zou het leren.

Johns en Griffiths spoedden zich naar cle vorstin om gedaan te krijgen, dat het besluit vernietigd zou worden. Niets mocht echter baten. De godsdienst van het land moest de overhand hebben. Door al het praten van de zijde van cle zending zou het nog erger worden. Er werd een grote vergadering belegd, waarop de koningin met cle oudsten van het land zou samen komen. Op die vergadering werden ineens krasse maatregelen genomen. Zouden clie oude raadgevers voor het Christendom zijn? Ze waren te zeer verbonden aan cle oude gebruiken van het voorgeslacht.

De grote slag kwam: het Christendom werd publiek verboden; cle bewoners van het eiland, die de nieuwe leer hadden aangenomen, kregen een week lang tijd om zich te beraden: breken met het geloof of.... sterven!

Wat moet er in het hart van Jones omgegaan zijn, toen hij in Engeland de vreselijkste berichten vernam! Hij kon niet langer in het moederland blijven; hij moest naar zijn vrienden. Maar clat ging zomaar niet. Hij stond onder dokterstoezicht. „Man, " sprak cle dokter, „u zult nooit levend op Madagaskar komen. U bent nog veel te zwak." En het Zendingsgenootschap was er ook nog. „Wij geven u geen toestemming, " zei het bestuur. En daar zat Jones nu. Geld voor de overtocht had hij van zichzelf niet en van het Zendingsgenootschap werd het geld ook niet gegeven. Er zat dus niets anders op, dan clat Jones zou moeten blijven waar hij was, al was het dan ook met nog zo'n tegenzin.

Vanuit Madagaskar hielden Jones' vrienden de zendeling in Engeland op de hoogte met de dingen clie gebeurden. Het waren treurige dingen, clie bericht moesten worden. De madagese Christenen moesten hun geloof verloochenen, maar dat konden ze niet. Ze zouden dus moeten sterven. Wat stond hun anders te doen dan onder te duiken?

Zie ze daar zitten in holen en bossen! Het is duister en dat is goed, want de vijanden mogen ze niet bemerken. Wat moeten ze toch uitrichten in clie donkere ruimten? Kijk maar eens goed. Daar worden kaarsen aangestoken en bij het flakkerende licht worden gedeelten uit cle Bijbel gelezen. Iloe kwam de vertaling van het Woord Gods te pas. Het zwoegen op die vertaling door cle zendingsmannen werd wel schoon beloond! Bij zo'n samenkomst hoort ook zingen. Maar dat is gevaarlijk. De vijanden mochten het eens horen.

Wanneer het stil weer was, durfde men het niet. Het zou te ver in de omtrek te horen zijn. Maar het was niet altijd stil. De wind huilde wel eens door de rotsen en dan werd er gezongen. Of wanneer de regen kletterde, dan kon het gezang ook worden aangeheven.

Wat waarderen we het grote voorrecht toch weinig, dat wij ongestoord mogen vergaderen en geregeld mogen meezingen met de gemeente, die niets in de weg wordt gelegd!

En wat deden de zendelingen? Ze bleven waar ze waren, maar ze begrepen wel, dat het niet lang meer kon duren, want dan zouden ze de Christenen in gevaar brengen. De drukkerij van Baker deed goede diensten. Er werden maar Bijbels gedrukt, ingenaaid en gebonden. Als ze straks weg zouden zijn, zou er toch geen gebrek aan deze Boeken wezen. De volledige Bijbel in de taal van Madagaskar kwam gereed. Wat een arbeid was dat geweest! Baker en Johns zouden nu alleen nog over blijven om te drukken, zoveel maar mogelijk was; de andere arbeiders vertrokken naar het moederland.

Toen de twee overgeblevenen bericht kregen dat ook zij weg moesten gaan, vertrokken ze naar het eiland Mauritius. Niet verder, want ze wilden zo dicht mogelijk blijven bij het land, dat hun zo lief was geworden.

Doch vóór ze Madagaskar verlieten, hadden ze een heleboel Bijbels in een schuilplaats gebracht. Slecht een paar trouwe Christenen wisten de plek, waar die grote schat was verborgen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.